Europa moet zichzelf beschermen

De veiligheid van de burgers van Europa dient gewaarborgd te worden. Daarom moet de Europese Unie haar inspanningen op defensieterrein vergroten, meent Michel Barnier.

Twee jaar na `elf september' moet Europa zich bezinnen op de eigen veiligheid. Niets doen is, om een aantal redenen, niet langer een optie.

De dreigingen die vandaag boven Europa hangen – en boven de gehele wereld – zijn nieuw en wezenlijk anders dan tijdens de Koude Oorlog.

Zelfs de Verenigde Staten, de grootste militaire macht ter wereld, waren op 11 september 2001 gedeeltelijk verlamd. Na die tragedie werd het departement voor Binnenlandse Veiligheid opgericht dat 22 verschillende federale bureaus coördineert. Dit zou ons Europeanen moeten aanmoedigen om `vooraf' een gemeenschappelijk antwoord te vinden, en niet `na afloop'.

Europa is een gebied dat risico loopt. Europa is niet, zoals velen lijken te geloven, een toeschouwer die vanuit een veilige plaats uitkijkt op een minder stabiele en gevaarlijke buitenwereld.

Europa staat niet langer centraal in het Amerikaanse veiligheidsdenken. Ongeveer 92 procent van de Amerikaanse troepen maakt geen deel uit van de NAVO. Eén ding is zeker: het voorkomen van een `Europese 11 september' is geen topprioriteit voor de regering van de VS, die haar aandacht op andere zaken richt. Wij, Europeanen, moeten in de eerste plaats onszelf zien te redden.

De bevoegdheden van de EU op defensiegebied zijn nog steeds rudimentair. Dit is met name te wijten aan de grote diversiteit van de doelstellingen en middelen van de lidstaten op dit gebied. Geleidelijk werken de lidstaten echter toe naar een gemeenschappelijk standpunt over de rol van de Europese Unie bij het totstandbrengen en handhaven van vrede. Dit heeft de Unie ertoe gebracht zich onder eigen vlag in te zetten, door de NAVO-taken in Macedonië over te nemen, en als deel van de Artemis-operatie in de Democratische Republiek Congo.

Aan de lijst van operaties moet terrorismebestrijding worden toegevoegd. De Unie krijgt in dat geval een nieuwe dimensie op het gebied van defensie alsmede wettelijke bevoegdheden om op dit terrein op te treden. Samenwerking tussen 25 landen met ingang van volgend jaar mei kan Europa in staat stellen haar gewicht in de schaal te leggen en zal de mondiale strijd tegen het terrorisme aanzienlijk versterken.

De Conventie voor de toekomst van Europa heeft voorgesteld om een politieke solidariteitsclausule op te nemen waarbij de lidstaten van de Unie zich verenigen tegen mogelijke terroristische aanslagen. Het doel is eenvoudig: de EU-landen moeten samenwerken om terroristische aanvallen te voorkomen. In het ergste geval moeten alle middelen die de Unie en haar lidstaten ter beschikking staan – met inbegrip van militaire troepen – gemobiliseerd worden om de consequenties aan te pakken en de schade te herstellen. Een dergelijke solidariteitsclausule zou een wezenlijke stap voorwaarts zijn in een Europees veiligheidsbeleid. Bovendien vereist het voorkomen van een terroristische aanval of het aanpakken van de gevolgen ervan meer dan een militaire alliantie; alle noodzakelijke middelen, militair en niet-militair, moeten worden gemobiliseerd. Dit is precies waarom de Europese Unie een toegevoegde waarde heeft vergeleken met de NAVO.

De EU moet ook haar inspanningen op het gebied van defensie-uitrusting vergroten. Op dit punt zal het nieuwe agentschap voor bewapening en onderzoek een sleutelrol vervullen.

Om dit alles te verwezenlijken moet een politieke hindernis worden genomen. De tekst die de Conventie heeft opgesteld is slechts een ontwerp dat door de nationale regeringen moet worden goedgekeurd. Dit is het doel van de intergouvernementele conferentie (IGC) die op 4 oktober in Rome begint.

Het moet voor iedereen duidelijk zichtbaar worden dat de Unie bijdraagt aan de veiligheid van haar burgers – tegen een terroristische bedreiging of welke andere ramp op Europese schaal dan ook.

Michel Barnier is als Europees Commissaris verantwoordelijk voor regionaal beleid en institutionele hervorming. Hij was voorzitter van de werkgroep defensie van de Conventie voor de toekomst van Europa.