Dit was voetbal

Het Nederlandse plattelandsvoetbal is een favoriet onderwerp van fotograaf Hans van der Meer. Stuntelende spelers en op de achtergrond altijd het landschap.

Een voetbalvereniging aan de rand van een dorpje in Vlaanderen. Tweeëntwintig niet al te jonge spelers verlaten het witgekalkte kleedkamergebouw en tonen hun afgetrapte kicks aan een official. Over betonplaten sjokken ze naar het modderige veld, waar nauwelijks publiek omheen staat. Als de scheidsrechter even later het startsein geeft, rennen de mannen als kippen zonder kop achter de bal aan. Magere en mollige witte benen onder net iets te strakke voetbalbroekjes. Een verdediger blijft achter in het veld hangen. Hij heeft het koud en slaat zijn armen om zijn lichaam. Op de achtergrond sleept een Belgisch trekpaard bomen uit het bos.

Hans van der Meer (1955) kijkt vertederd naar de videobeelden die hij enkele jaren geleden in het kader van Euro 2000 maakte voor de tentoonstelling Holland-België. ,,Moet je de motoriek van die man zien'', zegt hij. ,,Hij lijkt net een huppelend lammetje. Wanneer ik langs de lijn sta, zijn er altijd wel een paar spelers waar ik mijn ogen niet vanaf kan houden. Hoe lager het niveau van het voetbal, hoe oorspronkelijker de mensen zijn. Als je dat soort types zou moeten casten voor een film, zou je ze nooit kunnen vinden. Ik ga bij voorkeur naar wedstrijden op het platteland. Als je meer richting stad gaat, worden de sportparken saaier, en lijken de jongens ineens allemaal op elkaar.''

We zitten in de Haagse galerie Van Kranendonk, waar een kleine dwarsdoorsnede uit Van der Meers oeuvre tentoongesteld wordt. Aan de muur hangt een drietal afdrukken uit Hollandse Velden, een van de bekendste series van de Amsterdamse fotograaf. Tussen 1995 en 1998 bezocht hij hiervoor talloze wedstrijden uit de onderste regionen van het Nederlandse amateurvoetbal. Het zijn beelden die in alles afwijken van de sportfotografie die we kennen uit kranten en tijdschriften. In plaats van close-ups van scorende sterspelers die hun shirt over hun hoofd trekken of de cornervlag omhelzen, toont Van der Meer ons overzichtsfoto's in kleur van ploeterende mannen op besneeuwde veldjes. Zijn voetballers zijn geen helden, maar nietige wezentjes die figureren in Bruegheliaanse decors. Het is het Nederlandse landschap dat, achter de reclameborden en de rijen populieren, de hoofdrol opeist.

Leedvermaak

Hollandse Velden heeft in binnen- en buitenland veel waardering gekregen. Magnumfotograaf en verzamelaar Martin Parr kocht van alle 68 foto's een afdruk, en de serie werd vele malen tentoongesteld. Maar ook buiten de kunstwereld oogstte Van der Meer succes. Zijn uit duizenden herkenbare foto's verschenen in het sportkatern van de Volkskrant en van het boek Hollandse Velden, met een tekst van Jan Mulder, werden een kleine tienduizend exemplaren verkocht. ,,Heel wat mensen hebben op zulke velden rondgelopen'', lacht de fotograaf. ,,Die herkennen dat. Je speelt met het collectieve geheugen van een grote groep mensen. Ik heb zelf ook van kinds af aan gevoetbald. In Leimuiden, het dorp waar ik ben opgegroeid, was verder niets te doen.''

Het is haast een vorm van leedvermaak om al die dertigers en veertigers te zien stuntelen met de bal. Omdat Van der Meer zijn foto's vaak vanaf een hoog standpunt maakt, heb je als toeschouwer goed zicht op de spelsituatie. Wij zien dingen die de spelers op het veld zelf niet doorhebben: dat er iemand meters buitenspel staat bijvoorbeeld, of dat de keeper veel te vroeg uit zijn doel komt. Wij zitten op de tribune en leveren genadeloos commentaar.

,,Als je zelf binnen de lijnen staat, denk je dat het meevalt'', vertelt Van der Meer. ,,Maar als je vanaf de bank naar je medespelers kijkt, merk je dat het er eigenlijk niet uitziet. Die discrepantie is een leuk gegeven. Het voordeel van dit soort wedstrijdjes is dat je als fotograaf altijd welkom bent. Je hoeft je niet door een muur van suppoosten heen te werken en hebt nergens toestemming voor nodig. Het is hoe voetbal ooit bedoeld was, de oervorm: een veld met spelers en verder niets. Veel van die amateurclubs zijn vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht en bevinden zich op prachtige plekken, in de duinen, bij bosranden of langs rivieren. Bij ons in het dorp vertelden oude mensen verhalen over hoe ze eerst de schapen van de wei moesten jagen voordat de doelen neergezet konden worden. Pas later gingen planologen nieuwbouwwijken tekenen met sportparken erin, en kreeg je de cultuur van de lage bosjes en de Allura hekwerken.''

In 1987 stelde Van der Meer het boek Interland samen, met foto's van het Nederlands elftal uit de collectie van het Spaarnestadarchief. Hierin is mooi te zien hoe ook de sportfotografie in de loop der jaren is veranderd. Van der Meer: ,,In de jaren vijftig had nog lang niet iedereen televisie. Dus publiceerden kranten foto's waarbij met stippellijntjes de loop van de bal werd aangegeven. Met de komst van de televisie verdween de noodzaak om de spelsituatie uit te leggen. Bovendien kwamen er snellere films en langere telelenzen op de markt. Toen is de sportfotografie een doodlopende weg ingeslagen. Nu zie je alleen nog fotografen met joekels van lenzen langs de lijn zitten. Wat mij betreft verdwijnt dat soort fotografie, met steeds weer diezelfde beelden van twee voetballers die om een bal strijden, liever vandaag dan morgen uit de sportkaternen.''

Van der Meer windt zich zichtbaar op wanneer hij het heeft over de manier waarop tegenwoordig verslag gedaan wordt van voetbalwedstrijden. ,,Het is een beetje mijn stokpaardje'', geeft hij toe. Hij wijst naar de monitor waar de Belgische voetballers nog altijd voortmodderen. ,,Kijk, er is hier net gescoord. Op televisie zou de camera nu meegaan met de doelpuntenmaker. Maar moet je eens opletten wat er gebeurt in het strafschopgebied. Daar staan ze elkaar uit te schelden, er liggen nog wat spelers op de grond, en de keeper moet de bal uit het net vissen. Dat zijn prachtige taferelen. Ik ben niet geïnteresseerd in een foto van het beslissende doelpunt. Maar de cultuur van het voetbal draait om winnaars en daar passen dit soort beelden niet in.''

Halverwege de jaren zeventig studeerde Hans van der Meer af aan de MTS voor Fotografie in Den Haag, waarna hij een tijd lang zijn brood verdiende met productfotografie. Daarnaast maakte hij zogenaamd `vrij werk'. ,,Ik ben begonnen met traditionele zwartwitfotografie'', vertelt hij. ,,Precies zoals dat destijds hoorde. Dat waren mooie afdrukken in zuurvrije kartonnen passe-partouts die ik netjes in een doos bewaarde. Soms liet ik die wel eens voorzichtig aan anderen zien, maar ik wilde er geen geld mee verdienen. Het woord vrij had voor mij ook echt de betekenis van `niet gebonden zijn', aan opdrachtgevers bijvoorbeeld. Die twee gebieden hield ik strikt gescheiden.'' Na zeven jaar besloot hij alsnog naar de Rijksakademie in Amsterdam te gaan, om ,,een eigen beeldtaal te ontwikkelen''. Van der Meer: ,,Er werd in die tijd ongelofelijk veel over fotografie getheoretiseerd, bijvoorbeeld in een tijdschrift als Perspectief. Ik wilde fotograferen op een manier waarbij je geen woorden nodig had.''

Via een uitwisselingsproject kwam Van der Meer begin jaren tachtig in Boedapest terecht. De foto's die hij daar maakte, veelal van mensen op straat, werden later gebundeld in het boek Quirk of Fate. Het zijn aandoenlijke en soms licht surrealistische foto's van doodgewone Hongaren, die samen het verhaal vertellen van een ontwrichte samenleving. Ook toen al richtte Van der Meer zijn blik op theatrale houdingen en had hij een scherp oog voor bizarre details. Op een van de foto's draagt een in sjofele kledij gestoken vrouw een lekke bal in haar handen, alsof het een kostbaar kleinood is. Een andere foto toont een man die aan een balkon hangt. Onduidelijk is of hij de bewoner is die zijn sleutel verloren heeft, of een inbreker.

,,Ik was in die tijd nogal bezig met toeval'', legt Van der Meer uit. ,,Ik liet me inspireren door André Breton en wat hij het `hasard objective' noemde, het toeval dat wij met zijn allen veroorzaken. Ook de kleine gebeurtenissen aan de overkant van de straat vertellen iets over de geschiedenis van een land. Stel, je wilt naar het station, maar je band is lek en je fietspomp kapot en daarom moet je een schroevendraaier lenen van de buurman. Het lijkt allemaal toeval. Maar intussen is niemand bezig met wat hij eigenlijk zou moeten doen. En dat in een heel land. Dat is wat in Hongarije gebeurde. Het falende socialisme zorgde ervoor dat mensen zich noodgedwongen met allerlei triviale dingen bezighielden. En dan blijkt dat het beeld van een man die op het trottoir een kapotte centrifuge voor zich uitduwt, uiteindelijk toch terug verwijst naar een maatschappij die niet soepel functioneert.''

Uit de losse hand

Van der Meer paste het toeval ook op een andere manier toe in zijn fotografie door met zijn Leica uit de losse hand opnames te maken, soms zonder door de zoeker te kijken. ,,Ik fotografeerde met korte sluitertijd gebeurtenissen die zich maar heel kort afspeelden – een vorm van fotografie waarbij de camera jou dingen laat zien. Ik plukte beelden uit hun context, uit de sequentie van oorzaak en gevolg. Vergelijk het met een flard van een gesprek dat je opvangt als je langs twee mensen fietst. Dat is het mooie van fotografie, de mogelijkheid om met een knip van je vingers iets stil te zetten, en de raadselachtige spanning die dat oplevert. Je weet niet wat er daarvoor en daarna gebeurd is, het verhaal moet je er zelf bij verzinnen.

,,Ik begon in die tijd ook bewust te werken met een standaard 50 millimeterlens, omdat iedereen met groothoek fotografeerde. Dat was toen erg in de mode, denk aan de foto's van Ed van der Elsken. Zijn foto's lijken te zeggen: Dit is de wereld, ik ken al die mensen, ik hou van ze. Maar ik wilde juist afstand houden, niet de mensen zo fotograferen alsof ze mijn vrienden waren. Mijn foto's waren letterlijk neutraler, doordat de afdrukken meer grijstonen hadden en doordat alles, voor- en achtergrond, even scherp in beeld kwam. Als ik nu naar die oude foto's kijk, vind ik dat ik toen nog steeds dicht op het onderwerp zat. Later heb ik steeds meer stappen achteruit gezet, en ben ik nog meer decor gaan gebruiken.''

Het is niet verwonderlijk dat Hans van der Meer houdt van de films van Buster Keaton en Jacques Tati. Zij maakten vaak gebruik van een vast camerastandpunt, waarbij de grappen en gebeurtenissen plaatsvonden binnen een vastomlijnd kader. ,,Het is eenzelfde theatrale manier van kijken'', zegt Van der Meer. ,,Het is alsof je in de schouwburg zit en het hele toneel kunt overzien. Als ik een voetbalwedstrijd fotografeer, zoek ik van tevoren heel bewust mijn decor uit. In feite is het beeld dan al klaar en hoef ik alleen maar te wachten tot de spelers erin lopen. Op deze manier probeer ik te ontkomen aan de veel te dwingende, arrogante kracht van de fotografie zelf. Fotografie heeft de aanwijzende vorm. Zij zegt altijd: moet je nou eens kijken. Ik probeer die serieuze kant van de fotografie te ontkrachten, door lucht te geven aan de composities, en het publiek de ruimte te geven ook zelf dingen te ontdekken.''

Die brede blik is misschien wel het meest kenmerkende aspect van de fotografie van Hans van der Meer. Of hij nu sportvelden, dieren of het Amsterdamse verkeer fotografeert, steeds is er de wisselwerking tussen de handelingen op de voorgrond en het landschap op de achtergrond. Dat hoeft niet per se het Nederlandse landschap te zijn. De afgelopen jaren fotografeerde Van der Meer veel in Japan, China en Portugal. Op de tentoonstelling in Galerie Van Kranendonk hangen ook enkele voorbeelden van buitenlandse voetbalvelden. Maar steeds is er dat typische hoge perspectief, waardoor het lijkt of de spelers in de grasmat verzonken zijn. En steeds zijn er die doorkijkjes naar de gebouwen, de heuvels en de rivieren op de achtergrond.

,,De beelden zijn altijd meerduidig'', zegt Van der Meer. ,,Je kunt, bijna zoals in de literatuur, een verhaal op de voorgrond belangrijk maken, en en passant de dingen op het tweede plan ook een rol laten spelen. In Hollandse Velden zit bijvoorbeeld een foto van iemand die een hoekschop neemt. Op de achtergrond zie je Nederland: een rivier en een dijk met daarop drie pony's. Ik zou nooit zomaar een paard fotograferen, maar een paard achter een doelpaal is weer heel mooi. Zo heb je de mogelijkheid om Nederland mee te fotograferen, als het ware op de achtergrond te verstoppen. Het onderwerp is het excuus, de achtergrond krijg je er gratis bij.''

Kleine stipjes

Bij de recente foto's van Hans van der Meer is het decor steeds meer de overhand gaan nemen. Met iedere stap die de fotograaf achteruit zet, worden de mensen op zijn voorstellingen nietiger. Op de expositie in Den Haag hangen drie foto's uit de serie Go West Young Man!, een project waarvoor Van der Meer vorig jaar in opdracht van filmproducent Pieter van Huystee door het westen van de Verenigde Staten reisde. Het zijn adembenemende beelden van overweldigende landschappen, afgedrukt op een panoramaformaat van 80 bij 240 centimeter. De weinige mensen die erin voorkomen zijn gereduceerd tot kleine stipjes.

Van der Meer: ,,Ik had een duidelijke opdracht meegekregen: fotografeer het landschap van het Wilde Westen. Natuurlijk wist ik hoeveel fotografen en regisseurs mij hierin waren voorgegaan. De eerste dagen heb ik van alles geprobeerd om de clichés buiten beeld te houden. Maar toen ik in Monument Valley zag hoe een Navajo-indiaan te paard zich bij John Ford's point tegen vergoeding liet fotograferen door toeristen heb ik het omgedraaid. Ik vond het opeens zo'n mooi icoon. De volgende ochtend heb ik de indiaan gevraagd om twintig minuten bij zonsopgang voor mij te poseren. Vervolgens heb ik eenzame cowboys gefotografeerd die met hun paarden door rivieren waadden of koeien bijeendreven. Ik heb, kortom, gespeeld met alle clichés die we uit films en reclame kennen.''

Toch lijken deze foto's in niets op de campagnes van Marlboro of de westerns van John Wayne. Met zijn nuchtere Hollandse blik heeft Van der Meer de cowboys van al hun heroïek ontdaan. Het zijn toevallige passanten geworden, gadegeslagen vanuit een ooghoek. Toegegeven, het contrast tussen de kneuterige achterafveldjes in Hollandse dorpen en dit onmetelijke landschap kon nauwelijks groter zijn. Maar het effect is nagenoeg hetzelfde. Zoals de voetballers in Hollandse Velden slechts het excuus waren om een ode te brengen aan het Nederlandse landschap, zo dienen de cowboys in Go West Young Man! louter als indicatie van de menselijke maat. Zonder hen hadden de rode rotsformaties en de eindeloze prairies nooit zo bovenmenselijk geleken.

Foto's van Hans van der Meer. T/m 11 okt in Galerie Van Kranendonk, Westeinde 29, Den Haag. Wo t/m za 12-17u en op afspraak. Inl: 070-3650406 of www.art-house.nl