Dan maar een kind van linkse Harry

Halverwege Salomo's dochter, de nieuwe roman van Hannes Meinkema, bevindt hoofdpersoon Janna, dertig jaar, zich samen met haar moeder op Vlieland. Zij geniet van de zeelucht, de stralende zon en van het ruisen van de wind. `Ik ben genezen', stelt zij dan tevreden vast. Maar wij weten wel beter. Zij kan in elk geval niet genezen zijn van haar onvruchtbaarheid, want die is onherroepelijk, zo weten wij. Misschien wel van het ongeluk daarover, maar ook dat kan niet lang duren. Waarover zou anders de tweede helft van de lijvige roman nog moeten gaan? Zo volgt Meinkema in Salomo's dochter de wispelturigheden van het menselijk leven. Daarin kan het zoals bekend vriezen, maar ook dooien. Men kan zich de ene dag genezen voelen, maar de volgende weer ziek. En geluk in de liefde blijkt heel vaak maar een tijdelijke kwestie te zijn.

Liefde is hier het grote toverwoord. Om zoiets als de zin van het leven bekreunt niemand zich hier, maar des te meer om het wie, wat en hoe van het liefhebben. Gij zult liefhebben is hier het eerste en het laatste gebod. Voor minder dan echte, onbaatzuchtige liefde doet Meinkema het niet. Dat trekt een zware wissel op haar personages, vooral op haar heldin die steeds tekort meent te schieten in aandacht voor haar naasten – haar moeder, haar vriendin en haar pleegdochter.

De arme Janna wringt zich in alle mogelijke bochten om een goed mens te zijn. Lichtend voorbeeld voor haar is haar moeder, bewust ongehuwd, die een roman lang geen enkele steek laat vallen: hartelijk en weldenkend, begripvol maar ook kritisch, meelevend maar niet zelfopofferend en bij dit alles nog een bezield kunstenares ook, aan de weg timmerend met interessante exposities. Naar mannen schijnt zij niet te talen. Achterin haar klerenkast treft Janna, op zoek naar iets heel anders, tot haar schrik een vibrator aan. Het lijkt me niet toevallig dat deze voorbeeldig geachte moeder meestal op reis is, zodat we haar niet kunnen betrappen op dagelijkse onhebbelijkheden en vooral een zijdelings en daardoor wel wat geflatteerd beeld van haar krijgen. De moeder-dochter-relatie wordt ons in Salomo's dochter als de meest ideale voorgesteld, heel anders dan in eerder werk van Meinkema, waarin de moeder juist vaak zo'n hatelijke rol vervulde.

De titel verwijst naar het aansprekende bijbelverhaal waarin koning Salomo moet oordelen in een conflict tussen twee vrouwen die allebei beweren de moeder te zijn van een en hetzelfde kind. Salomo stelt dan voor het kind in tweeën te delen, wel wetend dat de echte moeder deze eerlijke oplossing zal afwijzen. Wie ermee instemt, ontmaskert zichzelf als leugenares. Zo geschiedt. In Salomo's dochter is het juist omgekeerd. Hier is het de echte moeder die haar kind het liefst, zij het ook symbolisch, doormidden zou hakken. Rond dochter Kaatje speelt zich een verwoede strijd af. Hoofdpersoon Janna is dol op het meisje, dat ze op haar achttiende heeft leren kennen toen het kind nog een peuter was. Regelmatig trok ze met haar op, maar altijd wantrouwig gadegeslagen door moeder Gerda, die het niet verdroeg dat er een tweede vrouw opdook in het leven van haar dochter.

Als Kaatje acht jaar is geworden en Janna inmiddels tweeëntwintig, strooit de boze moeder definitief roet in het eten: ze mogen niet meer met elkaar omgaan, omdat dat schadelijk zou zijn voor dochterlief. Onze Janna is onthutst, temeer omdat zij net te horen heeft gekregen dat zij zelf geen kinderen zal kunnen krijgen, maar zij legt zich neer bij het omgangsverbod. Moeder Gerda kan niet verhinderen dat Kaatje en Janna elkaar tien jaar later toch weer tegenkomen en dan nog in één huis gaan wonen ook, in Amsterdam. In de tussentijd is Kaatje er niet leuker op geworden en Janna's geduld wordt dan ook flink op de proef gesteld.

Dat van de lezer trouwens ook. Kaatje blijkt te zijn uitgegroeid tot een lastige, maar ook nogal voorspelbare puber, die nooit helpt met afwassen, die wel eens wat vernielt, die steelt en zelfs omgaat met junks. Een nietszeggend karakter. Nog bezwaarlijker is het eindeloze en ook nogal onheldere geredeneer en gedenk van Janna. Zij `reflecteert op alles', zoals dat heet en dat leidt tot veel draderige zinnen: `Maar wat liefde is weet ik nog steeds niet: misschien het meest nog zie ik liefde als plicht, die zich wijdt aan het levenslot van de ander, en als datgene wat ontstaat in het liefhebben, de schepping van de opening naar de ander – dus niet zozeer wat je voelt als wel wat je doet.' Janna wil zo eerlijk en zuiver mogelijk met mensen omgaan, dat wel, maar dat streven staat op gespannen voet met bijvoorbeeld haar aanvankelijke, weinig liefdevolle pogingen om zwanger te raken. Zekere Harry wordt, zonder dat hij het weet, gebruikt als zaadleverancier. Hij wordt alleen maar uitverkoren omdat hij ooit meeliep in een grote vredesdemonstratie en daarom wel links zal zijn. Een kind van een VVD'er wil de eerlijk en zuiver levende Janna onder geen beding. Maar ook voor linkse Harry zou geen rol als vader zijn weggelegd, omdat zij de traditie van bewust ongehuwde moeder had willen voortzetten.

Janna is nog steeds dertig als deze beuzelige roman eindigt. Of zij aan het eind wél genezen is, blijft ongewis. En ook of zij, net als haar voorbeeldige moeder, voortaan genoeg zal hebben aan een vibrator.

Hannes Meinkema: Salomo's dochter. Contact, 416 blz. €22.90