Balkenende overtuigt als liberaal de Tweede Kamer

Premier Balkenende heeft zijn eerdere onzekere optreden ingeruild voor zelfbewustheid. Oppositie-partij PvdA heeft nog geen goed antwoord gevonden.

Minister-president Balkenende hield zich zelfbewust staande en was scherp. PvdA-leider Bos maakte zich niet waar als oppositieleider. En binnen de coalitie leed fractieleider Verhagen van het CDA een pijnlijke nederlaag, omdat hij het spel onhandig speelde.

Dat waren vannacht in Den Haag heersende indrukken na de algemene politieke beschouwingen, het eerste grote politieke debat in de Tweede Kamer over de plannen van het kabinet Balkenende II voor het komende jaar.

De hoofdrolspelers zelf hadden op dat moment dergelijke `wedstrijdrecensies' al afgewezen. Snelle kwalificaties zijn ,,Haags theater'' (VVD-fractieleider Van Aartsen), kritiek op een tegenvallende performance is ,,Haags'' (PvdA-leider Bos) en het debat gaat al snel te veel over personen en niet genoeg over de inhoud (Balkenende).

Feit is dat premier Balkenende deze week zonder politieke averij steun kreeg voor de eerste begroting van zijn kabinet. Bovendien kreeg de nieuwe regeringsploeg van CDA, VVD en D66 vier maanden na het aantreden een vernieuwd ideologisch profiel – meer bepaald door de sociaal-economische agenda dan door `normen en waarden'. In het regeerakkoord, daterend van mei, was nog simpelweg sprake van een beoogde inzet voor een ,,sterke economie, een slagvaardige overheid, een betere democratie en een veilige samenleving''. Deze week voorzag premier Balkenende deze doelen en de bezuinigingen van een `toekomstvisie' over minder overheid en bevordering van eigen verantwoordelijkheid. Balkenende hamerde daarbij wel op zijn geliefde `normen en waarden', maar dat thema vond nauwelijks weerklank in de Kamer (behalve bij de ChristenUnie en de SGP).

Geen van de oppositiepartijen slaagde er in veranderingen af te dwingen in het regeerprogramma. De LPF, coalitiepartner van CDA en VVD in Balkenende I, schaarde zich nu volop in de oppositie. Volgens fractieleider Herben is met Balkenende II de ,,regenteske stijl'' van regeren waartegen de LPF is opgericht zelfs ,,meer dan ooit'' teruggekeerd.

Ook met de PvdA, voormalig aspirant-coalitiepartner van het CDA, werden geen zaken gedaan door de grote regeringspartijen. Zelfs niet door CDA-fractieleider Verhagen, die een gevoelige nederlaag leed op het hoogtepunt van het debat dat ging over de eigen bijdrage van anderhalve euro `per receptregel'. Het CDA wilde die bijdrage ongedaan maken, om zo het sociale gezicht van de partij bij de achterban op te kalefateren. De VVD wilde echter niet meewerken, en een middenweg van D66, de kleine `derde kracht' in de coalitie, bood geen oplossing. Maar het CDA wendde zich niet tot de PvdA, dat wel wilde meewerken.

Ten slotte bood het kabinet toch uitzicht op een compromis. Het was enigszins in strijd met de vorm van dualisme die de coalitiefracties zich hadden voorgenomen: in de Kamer niet helemaal je eigen gang gaan (,,VVD en D66 zijn onze natuurlijke partners'', zei Verhagen vooraf), maar wel opereren zonder regie vanuit het kabinet. In CDA-kringen gingen na de afgang van de fractievoorzitter vannacht alweer geluiden op om dit dualisme te staken.

Daar zullen VVD-fractieleider Van Aartsen en D66-fractievoorzitter Dittrich weinig voor voelen. Van Aartsen riep het kabinet op de `medicijndaalder' overeind te houden met de woorden: ,,Maak hier een thema van het leiderschap van de regering van.'' Beide liberale partijen lieten blijken hun politieke speelruimte te willen benutten om de grenzen bij de grote christen-democratische partner op te zoeken. Zo steunen zij plannen voor een referendum over de invoering van een Europese grondwet volgend jaar, zeer tegen de zin van het CDA. D66 diende als enige coalitiepartner met de oppositie (SP) een gezamenlijke motie in – over sollicitatieplicht voor aankomende ex-politici.

Het waren `kleine vrijheden' die de liberalen zich des te makkelijker kunnen permiteren omdat de verhoudingen tussen CDA en PvdA voorlopig flink verstoord blijven. Vanaf dag één van de beschouwingen bleken de wonden van de mislukte kabinetsformatie tussen de twee partijen dit voorjaar nog niet geheeld. Vooral CDA-fractieleider Verhagen had scherpe verwijten aan Bos, die volgens hem leeft in een ,,schijnwereld'' en ,,altijd maar vorm, en geen inhoud'' biedt. VVD-fractieleider Van Aartsen speelde daar gretig op in – zodra de gelegenheid zich voordeed, vroeg hij met weidse armgebaren om Bos' ,,geweldige visie''.

Bos had gekozen voor de scherpe toon. Hij verweet het kabinet mensen te ,,vernederen'' en ,,onfatsoenlijk'' te zijn. Een fundamenteel betoog over sociaal-democratische gelijkheidsidealen liet hij achterwege, ten faveure van talrijke verwijzingen naar ,,mensen in wijken''. Het gevolg was dat hij in het debat met Balkenende voortdurend voorbijgestreefd werd door SP-leider Marijnissen en GroenLinks-leider Halsema, die het kabinet met ideologisch doortimmerde verhalen tegemoet traden. Marijnissen verleidde, overigens ook onder verwijzing naar talloze telefoongesprekken met wanhopige burgers, Balkenende tot een aantal disputen over bijvoorbeeld de voor- en nadelen van marktwerking.

De premier ten slotte voelde zich in al deze debatten zichtbaar meer op zijn gemak dan soms eerder in de Kamer het geval is geweest. Kritiek weerde hij af met zakelijke verwijzingen naar beurtelings de coalitieafspraken, de eigen `toekomstvisie' en de ,,noodzaak nu eens echt de problemen aan te pakken''. Fractieleiders die hem in zijn ogen verkeerd begrepen kregen de aanmaning ,,toch eens goed te luisteren''. Hij wekte er af en toe irritatie mee: ,,Daar moet u niet de hele dag mee doorgaan'', waarschuwde ChristenUnie-voorman Rouvoet. Maar geen parlementariër betichtte de premier na afloop van stuntelend optreden, zoals eerder wel gebeurde. Na anderhalf jaar van twijfel aan het debatteertalent van de premier Balkenende, wordt de Kamer nu in beslag genomen wát hij zegt.