Amerikaanse desillusie

Ongeneeslijke ziektes vinden hun weg naar de literatuur meestal in de vorm van autobiografische verslagen of ervaringsverhalen van naasten. De tragiek van dergelijke boeken ligt in de werkelijkheid. In fictie zijn dodelijke ziektes niet altijd even geëigend, omdat het drama daarin meestal besloten ligt in gebeurtenissen die personages zelf veroorzaken. De Amerikaanse schrijfster Gail Tsukiyama heeft met haar vijfde roman Dromend van water een geheel verzonnen verhaal over een vrouw in de terminale fase van de ziekte van Werner. Die ziekte veroorzaakt een versneld verouderingsproces waardoor een twintigjarige `verschrompelt' tot een hoogbejaarde.

Moeder Cate zorgt voor haar zieke 38-jarige dochter Hana volgens een routineschema. Hun huiselijke leven speelt zich voornamelijk af in hun herinneringen en overdenkingen. Afwisselend laat Tsukiyama Cate en Hana aan het woord. Cate, Amerikaanse van Italiaanse afkomst, treurt om het verlies van haar man Max, van Japanse afkomst. Zij blikt terug op hun ontmoeting vlak na de Tweede Wereldoorlog, de geboorte van Hana en de ruwe verstoring van hun Amerikaanse droom door Hana's ziekte. Hoewel Max ooit als `Japanner' de oorlog doorbracht in een interneringskamp in Wyoming, leek het leven hun daarna toe te lachen. Hana op haar beurt herinnert zich haar vader, haar grootouders en de impact die de diagnose had op het geluk van haar ouders.

Tsukiyama's structuur is schools: een herinnering van Cate wordt in een volgend hoofdstukje naverteld vanuit Hana's perspectief of andersom, en dat geeft Dromend van water een voorspelbaar ritme. Maar op tweederde van het boek wordt dat doorbroken door de komst van Hana's vroegere hartsvriendin Laura, die hen met haar twee New Yorkse dochters bezoekt in Californië. Deze advocate Laura ligt in scheiding maar de hereniging met Hana is voor iedereen vreugdevol. Zo bezoeken ze het strand uit Hana's jeugd, de plek ook waar vader Max graag vertoefde want in het kamp in de woestijn van Wyoming `droomde hij van water'. Laura en haar oudste dochter Josephine krijgen ook de nodige hoofdstukken toebedeeld maar de perspectiefwisselingen bieden geen nieuwe perspectieven op het verleden. Hooguit worden de puberale kantjes van Josephine wat verzacht bij de aanblik van Hana.

Tsukiyama kreeg vooral bekendheid door familiekronieken als Droomnachten (1998) en De zijdewerksters (1991) die zich afspeelden in Hongkong of de Chinese gemeenschap in San Francisco. Als het literaire stiefzusje van schrijfster Amy Tan (The Joy Luck Club) gaf Tsukiyama die een Chinese moeder en een Japanse vader heeft, haar romans een rijke historische en multiculturele context mee. In Dromend van water speelt de Japanse en Italiaanse afkomst een bescheiden rol, Tsukiyama richt zich op een geheel fictief heden dat zich in twee dagen in één huis afspeelt. Het resultaat van het uitstapje is niet helemaal geslaagd. De roman is stilistisch bleek en gewoontjes. Dromend van water is een warm en zeer sympathiek boek. Het is empathisch, op de centimeter geschreven, maar het grote lijden ligt buiten het boek.

Gail Tsukiyama: Dromend van water. Vertaald uit het Engels door Inge Kok. Atlas, 284 blz. €19,50