Van bedrijfsarts naar specialist

Het wordt de gewoonste zaak van de wereld: een bedrijf met eigen artsen in dienst. Die mogen straks doorverwijzen naar medisch specialisten. Bij Akzo Nobel gebeurt dat al.

Het zijn jonge mensen die bedrijfsarts André Veneman op een woensdagochtend op zijn spreekuur ziet. Deze werknemers van Akzo Nobel vinden het maar lastig om ziek te zijn. In werktijd lopen ze even binnen. Een dertiger vermoedt een overbelaste spier in zijn nek, nadat hij in zijn auto door een andere auto van achteren is aangereden. Een paar keer fysiotherapie, dan hoopt hij er van af te zijn. Een jonge vrouw heeft haar elleboog ondersteund met een extra strakke schouderband, dan móet ze hem wel stilhouden.

Op de begane grond van het hoofdkantoor van het chemieconcern in Arnhem houden artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en een fysiotherapeut praktijk voor de 1.500 werknemers op het terrein. Expats krijgen er hun vaccinaties. Wie keelpijn of eczeem heeft, krijgt er medicijnen. Voor psychische klachten is de huispsycholoog. Akzo heeft contracten met de bedrijvenpoli in het ziekenhuis Rijnstate, met privé-kliniek Klein Rosendael en met het sportcentrum aan de overkant. Voor hartklachten verwijst Veneman door naar een cardioloog. Akzo betaalt.

De gezondheidszorg in Nederland kost 45 miljard euro. Volgens Veneman betalen bedrijven daar de helft van. En ze zijn niet tevreden. Steeds vaker regelen ze de gezondheidszorg voor hun werknemers zelf. Kleine bedrijven maken gebruik van de artsen van hun inkomensverzekeraar of van de brancheorganisatie. Grote bedrijven nemen hun eigen artsen in dienst. ,,Net als in 1925'', zegt Veneman, ,,toen onze zoutfabriek in Hengelo een eigen huisarts in dienst had.''

Daarna werd gezondheidszorg iets wat bedrijven het liefst uitbesteedden. Eerst aan de uitkeringsinstanties, toen aan de arbodiensten. Het verzuim nam toe, meer mensen werden arbeidsongeschikt. Deels doordat huisarts en bedrijfsarts nauwelijks samenwerken.

De huisarts kijkt naar medische klachten, de bedrijfsarts vooral naar problemen op het werk. Zowel diagnose als behandelplan loopt vaak uiteen. Bovendien duurt het lang voordat zieke werknemers bij een specialist terecht kunnen, zodat de klachten vaak verergeren. Om de toestroom naar de WAO in te dammen mogen bedrijfsartsen daarom vanaf volgend jaar zelf doorverwijzen naar medisch specialisten.

Niet iedereen is er blij mee. Huisartsen vrezen dat bedrijfsartsen niet goed kunnen doorverwijzen, omdat ze daar geen ervaring mee hebben. Vakbonden vrezen dat ook. Bovendien vinden die dat bedrijfsartsen nu al te vaak de kant van de werkgever kiezen. Laat staan als zij in dienst zijn van het bedrijf en meer macht krijgen om door te verwijzen. De baas van een werknemer met rugklachten zou hem direct kunnen doorsturen naar een specialist, terwijl rust afdoende zou zijn.

De voorzitter van de vereniging voor bedrijfsartsen, Mariëlle A-Tjak, begrijpt die kritiek wel. Ook zij verwacht dat er meer druk op bedrijfsartsen komt. ,,De patiënt wiens huisarts niet wil doorverwijzen kan straks naar zijn bedrijfsarts stappen met hetzelfde verzoek. De leidinggevende kan de bedrijfsarts verzoeken zijn werknemer naar de orthopeed te sturen, terwijl een paar weken rust beter zou zijn.''

Volgens A-Tjak zou een onafhankelijk kwaliteitsbureau, dat duidelijke richtlijnen opstelt voor bedrijfsartsen voor de meest voorkomende aandoeningen, de enige oplossing zijn. Daar kunnen bedrijfsartsen dan op terugvallen.

Bij Akzo verwijzen de artsen al door omdat ze een speciaal contract hebben afgesloten met de zorgverzekeraar. De verzekeraar heeft een bedrijfszorgpakket, en alles wat daar niet inzit maar Akzo wel belangrijk vindt, betaalt Akzo zelf. Het gezondheidsbeleid in het bedrijf kost 250 tot 300 euro per werknemer, terwijl 100 euro gebruikelijk is. Maar het levert ook wat op, zegt Veneman. Van de 1.500 werknemers op het terrein komt er dit jaar één in de WAO. Het ziekteverzuim is 2,3 procent tegen bijna 6 procent gemiddeld.

Aan iedere werknemer vraagt Veneman hoe die zich voelt, hoe het thuis gaat en hoe de sfeer is op de afdeling. Onderzoeksmanager Jan Mahy vertelt dat hij een infectie had. Hij viel af, had minder energie. Zo moe was hij, dat hij op het punt stond zich ziek te melden. Veneman verwees hem door naar de internist. Maar op een eerste afspraak bij de internist zou Mahy een maand moeten wachten. Veneman belde daarom zelf met een internist van het Rijnstateziekenhuis en toen kon Mahy er een dag later terecht. Met een medicijnkuur was hij er zo van af, hij komt nu alleen langs voor controle.

Later komt een manager binnen die medicijnen wil hebben voor hoge bloeddruk. Zijn eigen huisarts is verhuisd en de praktijk heeft geen opvolging. Dat gebeurt vaker, zegt Veneman, dat werknemers tijdelijk geen huisarts hebben of dat die op vakantie is. Ook dan kunnen ze bij Veneman terecht. ,,Maar dat zijn de uitzonderingen. Geen bedrijf zit er op te wachten om de reguliere gezondheidszorg op zich te nemen.''