Scheefgroei kenmerkt herstel

Het gaat beter met de wereldeconomie, stelt het Internationaal Monetair Fonds. Maar niet alle regio's plukken daar dezelfde vruchten van.

Op het eerste gezicht is er niets veranderd aan de prognose voor de wereldeconomie die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vanmorgen presenteerde. Net als in de vorige World Economic Outlook, van april dit jaar, voorziet het Fonds een wereldwijde gemiddelde economische groei van 3,2 procent in 2003 die versnelt tot 4,1 procent volgend jaar. Daarmee bereikt de wereldeconomie voor het eerst in vier jaar weer haar trendmatige groeipad van iets boven de 4 procent.

Onder de ogenschijnlijke continuïteit gaan echter grote veranderingen schuil. Voor de Verenigde Staten en in mindere mate Japan schroeft het IMF de vooruitzichten voor dit en volgend jaar fors op in de vanmorgen gepubliceerde najaarseditie van de Outlook. Met een groei van 2,6 procent dit jaar en 3,9 procent volgend jaar gaan de Verenigde Staten eigenlijk al vanaf nu terug naar `normaal'. Dat gaat in het geheel niet op voor de Europese Unie. De eurolanden hebben juist fors ingeleverd waar het de groeivooruitzichten betreft. Als Europeanen op dit moment een economisch herstel willen aanschouwen, zo stelde IMF-topeconoom Ken Rogoff vanmorgen, dan zullen ze de televisie moeten aanzetten. Want wat elders wél gebeurt, blijft in Europa voorlopig achterwege.

Het IMF toont zich voor het eerst sinds lange tijd optimistisch over de wereldeconomie. Maar dat optimisme versluiert dat er sprake is van een `ongebalanceerd economisch herstel'. Voornaamste redenen dat dit herstel doorzet zijn de afname van wat in het internationaal jargon wordt aangeduid met het eufemisme `geopolitieke spanningen' – lees de onzekerheid rond de door de VS geleide aanval op Irak. Wat ook heeft geholpen is de enorme impuls die is gegeven door middel van de monetaire en begrotingspolitiek. Ook daar lopen de Verenigde Staten voorop. De ultralage officiële rente van 1 procent doet zijn werk en de dollar is flink in waarde gedaald. Rogoff benadrukte vanmorgen dat in het oplopende begrotingstekort van de Verenigde Staten ook rekening moet worden gehouden met de afzonderlijke tekorten van de Amerikaanse deelstaten, bijvoorbeeld Californië. Het `officiële' federale tekort gaat richting de 5 procent van het bruto binnenlands product – zeker nu president Bush nog eens 87 miljard dollar heeft gevraagd in verband met de Amerikaanse operaties in Afghanistan en Irak. Maar wie in het `algemeen overheidstekort' ook de tekorten van de deelstaten meerekent – zoals in Europa gebruikelijk is komt volgens Rogoff op een tekort van 6 procent van het bbp.

Met een extreem lage rente, een lagere dollar en een steil oplopend begrotingstekort trekken de Amerikanen alle registers open. Europa doet dat veel minder. Volgens het IMF is de laatste renteverlaging door de Europese Centrale Bank, tot 2 procent voor de `refi-rente' net genoeg geweest om de negatieve gevolgen van de dalende dollar te neutraliseren. Het oplopen van de begrotingstekorten wordt beperkt door het Stabiliteitspact. Per saldo is de stimulans die de eurolanden geven aan hun economie dan ook beduidend minder dan in de VS. Vandaar dat het IMF onderstreept dat er enige toegeeflijkheid moet zijn bij de toepassing van het pact. Hoewel het Fonds tegelijkertijd de boodschap geeft dat de begrotingen op de middellange termijn wel onder controle moeten worden gebracht, is een overschrijding van het maximumtekort van 3 procent onder de huidige omstandigheden te rechtvaardigen.

Het ongebalanceerde economische herstel is tot daar aan toe, alarmerend is dat het een andere scheve verhouding enkel verder uit het lood kan doen te slaan: het gapende gat op de betalingsbalans van de Verenigde Staten. In theorie kan dat enigszins teruglopen door de gedaalde dollarkoers, tegelijkertijd betekent de grootschalige stimulering van de binnenlandse vraag in de VS dat het tekort juist verder op kan lopen. Het IMF waarschuwt al jarenlang voor een krach van de Amerikaanse dollar, als de rest van de wereld minder trek zou krijgen in het financieren van het Amerikaanse tekort.

Europa is daar bezorgd over. Want aangezien vrijwel geheel Azië de munten aan de dollar koppelt, en Japan grootschalig ingrijpt om de yen tegenover de dollar niet te laten stijgen, zal onder de huidige omstandigheden vrijwel het volle gewicht van een verzwakkende dollar op de schouders van de euro drukken. En dat is een vooruitzicht dat de eurozone in het geheel niet kan gebruiken. Rogoff stelde vanmorgen dat er nog enige ruimte is in het rentebeleid van de ECB om de effecten van een sterk stijgende euro te neutraliseren. Maar het IMF wil ook dat Aziatische landen eens goed gaan kijken naar hun eigen wisselkoersregime.

Europa wacht daar niet op. Vanmorgen werd bekend dat ECB-president Duisenberg in Dubai een ontmoeting zal hebben met zijn Chinese tegenvoeter. China moet ertoe worden bewogen zijn munt te herwaarderen tegenover de dollar. Dat zou een deel van de pijn wegnemen. Niet alleen voor Europa. De wereldeconomie veert vrijwel exclusief op door de krachtige vraagimpuls van de Verenigde Staten. Europa lijkt nu een onevenredig groot risico te lopen bij een eventuele Amerikaanse vraagimplosie. Of, zoals Rogoff het vanmorgen fraai uitdrukte: ,,Een vliegtuig dat vliegt op één motor is tot daaraan toe. Maar wat als het moet landen op slechts één wiel?''