Professor zoekt geluk in wonderlijke komedie

De Russische toneel- en romanschrijver Maxim Gorki (1868-1936) is een gestaalde versie van Tsjechov. In politiek opzicht is hij geëngageerder met de verschopte mens der aarde en als schrijver creëert hij daadkrachtiger personages dan Tsjechovs melancholici. Honderd jaar geleden schreef hij het stuk Zonnekinderen, waarin hij de chemische wetenschap als model beschouwt voor verbetering van de mensheid. Een sociaal ideaal met een literair-wetenschappelijke uitwerking.

Professor Protassov (Loek Peters) trekt zich terug in zijn geheime laboratorium, afgeladen met destilleerkolven en chemische stoffen. Zijn wereldbeschouwing is naïef: voor hem zijn alle mensen zonnekinderen want alles wat bestaat, bestaat dankzij zonlicht. Hij is desperaat op zoek naar die ene gouden stof die de mensen gelukkig maakt. Dat zijn laboratorium zo af en toe verstikt raakt door de rook van een mislukte proef, kan zijn optimisme niet keren. Dat is nog niet het diepste drama van deze wonderlijke komedie. Alle mensen rondom hem, inclusief zijn vrouw Helena (Mirjam Stolwijk), gaan langzaam te gronde of lopen in emotionele zin ernstige schade op, maar onze professor is er blind voor. Molenwiekend met zijn armen, jubelend roept hij in het rond dat geluk slechts een chemische factor is. Zijn chemie bezit natuurlijk een hoog symbolisch gehalte: niets minder dan zonlicht wil hij omtoveren tot een geluksstof.

In de regie van Koos Terpstra is Zonnekinderen een prachtig voorbeeld van gestileerd toneel, waarin de acteurs de vertolkers zijn van heftige emoties, grootse gedachten en soms platvloerse overwegingen. Terpstra legt het drama in handen van zijn spelers. In de zuurstokroze ambiance laten de personages deuren dichtknallen van woede of teleurstelling. Alle mannen zijn zwart gekostumeerd, de actrices in zilvergrijze jurken met korenbloemblauwe kousen en het dienstdoende personeel is evenals het decor hardroze. Een mooi beeld: ze mogen niet opvallen, ze zijn feitelijk onzichtbaar.

Evenals in Tsjechov pleegt hier aan het slot een personage zelfmoord; Boris (Martijn de Rijk) lijdt aan onvervuld liefdesverlangen naar Lisa (Lotje van Lunteren). Zij is de Cassandra van het gezelschap. Haar boze oog roept rampspoed en ellende op. Waar zij bang voor is, dat krijgt ze. Haar rol staat lijnrecht tegenover die van de in familiair opzicht blinde professor.

Zonnekinderen is een wrange komedie. Het tempo van het spel ligt ongemeen hoog, alsof de metronoom is doorgeslagen. De rust en verstilling die professor Protassov vergeefs zoekt, wordt door het spel vakkundig de nek omgedraaid. Vorm klopt met inhoud. De brille ligt bij spelers als Peters en Stolwijk. Zijn vierkante gedrag en zijn chemische monomanie is haar een zorg; zij verliest zich in geflirt en gespeeld medelijden met zielige huisbewoonsters. Zij heeft schik in het klein-menselijke gedoe en zij en haar man zullen elkaar toch nooit begrijpen.

Ook de kleinere rollen zijn uitstekend ingevuld, zoals Rogier in 't Hout als portier en Aafke Buringh als dienstmeisje. In een enkele oogopslag geven zij blijk van hun eeuwig nederige plaats in het leven. Het scherpzinnige van deze voorstelling is dat niemand in de dromende wetenschapper gelooft, alleen hijzelf. Hierin betoont Gorki zich een genadeloos cynicus: de mens wroet in zijn leed en al schijnt de zon, de mens zal nooit een zonnekind worden. Het is, zoals Gorki het uitbeeldt, of de mens juist altijd het ongeluk opzoekt.

Voorstelling: Zonnekinderen van Maxim Gorki door Noord Nederlands Toneel. Regie: Koos Terpstra; vertaling: Josiene C. Termaat; decor: Roos van Geffen. Gezien: 17/9 Machinefabriek, Groningen. Aldaar t/m 4/10. Inl: 0503113388 of www.nnt.nl