Prijsexplosie zorgpensioen

Eén miljoen werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg moeten de komende jaren een premieverhoging voor hun pensioen betalen die kan oplopen tot 70 procent in 2006. Dat blijkt uit de contouren van het financiële beleid dat het pensioenfonds voor zorg en welzijn, PGGM, vanmiddag heeft gepresenteerd. Dit jaar is de premie met bijna 30 procent verhoogd.

PGGM regelt de pensioenen voor meer dan een miljoen werknemers en is na ABP (ambtenaren en leraren) het grootste pensioenfonds van Nederland.

PGGM verhoogt de pensioenpremie volgend jaar met 2,7 procentpunt naar 13 procent van het salaris. Het jaar daarop gaat de premie naar 15,5 à 16 procent. Daarmee komt de premie op kostendekkend niveau. In 2006 volgt een verhoging naar 17,5 procent om meer financiële reserves op te bouwen. Zolang de premie niet kostendekkend is, betaalt PGGM in elk geval de jaarlijkse prijscompensatie (indexatie) aan gepensioneerden.

Het financiële beleid staat in een zogeheten herstelplan dat PGGM heeft ingediend bij de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK). In het herstelplan geeft het fonds aan hoe extra financiële buffers gevormd zullen worden tegen eventuele toekomstige koersverliezen op de financiële markten. PGGM streeft naar een verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen van 120 procent over acht jaar. Eind 2002 was deze verhouding 100 procent.

ABP heeft eerder ook een herstelplan ingediend, dat afgelopen week echter onzeker is geworden. De vakbonden van overheidspersoneel willen de onderhandelingen over een nieuwe pensioenregeling opschorten naar aanleiding van het voorgenomen kabinetsbeleid.

ABP wil net als PGGM per 1 januari een pensioen dat gebaseerd is op het gemiddelde loon, in plaats van het laatst verdiende loon. De bonden bij ABP zijn boos over wijzigingen in de WAO en het fiscaal ontmoedigen van prepensioen.