Kinderen vaker dood na geweld

In Nederland sterven, vergeleken met andere geïndustrialiseerde landen, weinig kinderen aan de gevolgen van mishandeling of verwaarlozing. Wel is dit aantal in vergelijking met dertig jaar geleden iets gestegen. Dit blijkt uit een vandaag gepubliceerd rapport van UNICEF, waarin de officiële overheidscijfers van 27 lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn vergeleken.

In de geïndustrialiseerde landen sterven jaarlijks bijna 3.500 kinderen onder de vijftien jaar aan de gevolgen van mishandeling en verwaarlozing. Bovenaan, bij de landen met de minste sterfgevallen, staat Spanje. Volgens de Spaanse overheidscijfers is per jaar één op de miljoen Spaanse kinderen dodelijk slachtoffer van mishandeling. Nederland neemt de zesde plaats in, met 6 op de miljoen. De meeste sterfgevallen doen zich voor in Portugal: 37 op de miljoen. Ook in Mexico en de Verenigde Staten zijn de sterftecijfers relatief hoog.

UNICEF denkt dat de werkelijke aantallen in alle landen nog hoger liggen. Vergeleken met onderzoek van begin jaren zeventig in 23 OESO-landen is overigens in 14 landen de situatie verbeterd. Nederland nam toen, met 4 sterfgevallen op de miljoen, de derde plaats in en Portugal, met 5 op de miljoen, de zevende plaats.

In de Scandinavische landen, Duitsland en Oostenrijk is het fysiek straffen van kinderen verboden. UNICEF vindt dat dit overal moet worden verboden. In Nederland wordt het uitdelen van een `corrigerende tik' niet vervolgd.