Franz von Suppé

Hoewel Franz von Suppé (1819-1895) vooral bekend is als de vader van de Weense operette, waagde hij zich wel degelijk aan zwaardere werken, waaronder een fraai en zeer theatraal Requiem (1855). Met Suppé's eigen dood heeft het werk dus niets te maken, Maar hier mag niet onvermeld blijven dat Suppé ook voor zijn einde regelmatig in een doodskist overnachtte. Het verwijt dat dit Requiem vaak wordt gemaakt, is voorspelbaar. Von Suppé zou zijn dodenmis te weinig devote ernst hebben meegegeven. Inderdaad is het Requiem een flitsend werk vol theatrale effecten, maar dat doet aan de muzikale kwaliteit niets af – integendeel. De ritmiek in het Rex tremendae (Salva me) is huppelend, de dialoog tussen soli en koor in het Recordare effectief, de hobosolo in het Lacrymosa tranenwekkend. Als geheel ademt dit Requiem een sfeer die het moeilijk voorstelbare midden houdt tussen de dodenmissen van Mozart – in de klassieke vorm – en Verdi - in de sfeer en de aard van de orkestrale begeleidingen.

Michel Corboz doet beide eigenschappen recht voor het uitstekend spelende orkest en opvallend strak zingende koor van de Gulbenkian Foundation uit Lissabon. Dat dit geen breed bekend Requiem is, is gezien Von Suppé's reputatie logisch, maar muzikaal voltrekt onverdiend.

Suppé – Requiem o.l.v. Michel Corboz. (Virgin 7243 5 45614 2 9)