En toen was er Wesley Clark

Oud-NAVO-commandant Wesley Clark (58) heeft zich kandidaat gesteld voor het presidentschap van de Verenigde Staten. Is Clark de Eisenhower die George Bush, de oorlogspresident, kan verslaan?

`Give 'em hell, general!'' riepen zijn via internet en e-mail de laatste 24 uur opgetrommelde aanhangers. Generaal b.d. Wesley Clark straalde en hief een martiale vuist. Zijn antwoord was diplomatieker: ,,We'll give 'em the truth and they'll think it's hell.'' (,,We zullen ze de waarheid zeggen, en ze zullen denken dat ze op hun donder krijgen.'')

Na maanden knopen tellen waagde de politiek minst ervaren kandidaat zich in de race. Pas een paar weken geleden bekende hij, tot niemands verrassing, de Democratische beginselen te zijn toegedaan. Intussen waren verschillende groepen al een tijd bezig hem over de streep te trekken, donaties te verzamelen en een massabeweging op te zetten. `Draftwesleyclark.com', `draftclark2004.com' en `draftclark.com' behoorden tot de best bezochte politieke websites van de laatste weken.

Gisteren was hij kamerbreed op alle nationale media met zijn optimistische en strijdlustige boodschap: vaderlandslievende kritiek op het leiderschap van president Bush en de regering ter verantwoording roepen over het verlies van 2,7 miljoen banen sinds haar aantreden.

Wat een verschil was dit zelfvertrouwen met zijn optreden eind april op een bijeenkomst in de gotische aula van Georgetown University, in Washington. Hij leek de voorzitter van de debatingclub die gasten uit de grote mensenwereld, Richard Holbrooke, Laura d'Andrea Tyson had uitgenodigd om over Amerika's problemen `na de Irak-oorlog' te praten. De gespreksleider was evident een verstandige man met het hart aan de goede kant, maar een president van de Verenigde Staten in januari 2005?

Wesley Clark heeft intussen niet stilgezeten. Zijn cv vermeldt niet voor niets eerste plaatsen op school en de militaire academie in West Point. Hij kreeg een Rhodes-beurs naar Oxford, net als die nog bekendere man uit Arkansas, die de militaire dienst wel ontliep en acht jaar het Witte Huis bemande vóór president Bush daar `orde en fatsoen' ging herstellen.

Het scherp toegenomen belang van Clarks entree op het veld van Democratische presidentskandidaten is niet alleen aan zijn eigen leergierigheid te danken. Er was in het Democratische kandidatenteam een vacature voor een generaal. Wesley Clark zou de Eisenhower kunnen zijn die George Bush, de oorlogspresident, kan verslaan.

Peilingen hebben aangegeven dat er bij veel Democratische kiezers behoefte bestond aan een ander type kandidaat dan de negen van de afgelopen maanden. Howard Dean, de vele malen herkozen gouverneur van Vermont, groeide van outsider tot koploper met zijn felle oppositie tegen de oorlog en de mentaliteit van Bush. Hij heeft de aanzienlijke bezwaren van Democraten tegen zijn presidentschap beter weten te kanaliseren dan bekendere figuren als Joe Lieberman, Dick Gephardt en John Kerry.

Maar wat veel Democraten het liefst willen is Bush uit het Witte Huis krijgen, en zij vragen zich af of Dean niet te ver uit het centrum is om kiezers in het politieke midden en het geografische zuiden mee te krijgen. De standpunten van Dean zijn lang niet allemaal radicaal links, maar het is de vraag hoe hij de `vredesvleugel' kan vasthouden én meer gematigdheid uitstralen. De enige kandidaat uit het zuiden, senator John Edwards, heeft totnogtoe onvoldoende soortelijk gewicht in de schaal gelegd om de rest van het veld te doen vergeten.

Alle Democraten hadden de grootste moeite president Bush geloofwaardig weerstand te bieden op het gebied van de nationale veiligheid. Bijna zestig procent van de Amerikanen vertrouwt Bush op dat gebied en schuwt Democraten, die men wel de nationale economie liever toevertrouwt.

En toen was er Wesley Clark, de kwieke, internationaal georiënteerde soldaat uit het zuiden, die Kerry's eeuwige beroep op een Vietnam-verleden kan pareren met meer verwondingen en onderscheidingen uit diezelfde oorlog, gevolgd door een ruim dertigjarige carrière in de krijgsmacht. Opeens staat daar een viersterren-generaal tegenover een president die nu in bomber jacket op een vliegkampschip landt, maar destijds met hulp van pa lichte militaire dienst in Texas deed terwijl in Vietnam leeftijdgenoten hun leven verloren. Het verschil is nog een graadje sprekender dan de journalistieke Vietnam-dienst waar Al Gore, de vorige Democratische presidentskandidaat, goede sier mee maakte.

Nu al wordt Clark door meestal conservatieve bronnen aangevallen op zijn eigenwijsheid en risico-schuwe aanpak van de Kosovo-oorlog hij was toen NAVO-bevelhebber in Europa. Clintons minister van Defensie, Cohen, zou Clark vervroegd gepensioneerd hebben wegens te frequente contacten met de president en de pers. Enzovoort. Het is voornamelijk een bewijs dat men bij de Republikeinen het gevaar-Clark groter acht dan het gevaar-Dean.

Waar Clark nog alles moet laten zien is de binnenlandse politiek. Hij erkent dat volmondig. Zijn standpunten zijn over het algemeen vooruitstrevend: voor abortus en homorechten, vóór het terugdraaien van een aantal belastingverlagingen van de laatste jaren, bezorgd over de beknotting van de burgerrechten sinds `9/11', maar ook voor de grondwettelijke vrijheid wapens te dragen.

De meest acute test komt de komende weken en maanden. Kan Clark zijn eigen leger snel genoeg op de been krijgen en de benodigde miljoenen binnenhalen? Zo ja, dan hebben de Democraten een serieus alternatief. Zo nee, dan heeft hij als kandidaat-vice-president het nodige bij te dragen aan een presidentskandidaat zonder nationale veiligheids-reputatie.

Volgens ingewijden zou oud-president Clinton vóór de zomer in kleine kring hebben gezegd dat de Democratische partij maar twee sterren heeft: Wesley Clark en Hillary Rodham Clinton. De eerste is gelanceerd.