Defensie wil minder JSF's aankopen

Het ministerie van Defensie verwacht dat Nederland minder Joint Strike Fighter (JSF)-gevechtstoestellen zal aanschaffen dan de 85 waarvan tot nu toe wordt uitgegaan.

De woordvoerder van staatssecretaris Van der Knaap bevestigde vanochtend ,,dat dat voor de hand ligt''. Als er inderdaad minder dan 85 vliegtuigen worden gekocht, krijgt Nederland minder korting op de aankoop per toestel.

Vorig jaar besloot het toenmalige kabinet om voor 858 miljoen euro te participeren in de ontwikkeling van de JSF, de beoogde opvolger van de F-16. Het besluit stoelt op de zogenoemde businesscase, een rekenmodel dat onderbouwt dat de overheidsinvestering de schatkist uiteindelijk niets zal kosten. Daarbij is uitgegaan van verschillende aannames, waarvan de aankoop van 85 vliegtuigen er één is.

Mocht Nederland minder JSF's aanschaffen, dan zal de staat een kleiner bedrag aan kortingen op de aankoop per vliegtuig krijgen. In het debat over het JSF-besluit, in april 2002, werd duidelijk dat de businesscase 80 miljoen euro negatiever uitvalt als er niet 85 maar 60 toestellen worden aangeschaft.

Defensie wil nog geen definitief aantal aan te kopen JSF's noemen. Wel gaat Van der Knaap er volgens zijn woordvoerder van uit dat het aanschafbesluit deze kabinetsperiode wordt genomen.

Het JSF-project moet voor de staat ook rendabel worden doordat het bedrijfsleven miljardenorders kan tegemoetzien. Een deel van de omzet zal worden teruggestort in de staatskas. Op dit moment loopt de Amerikaanse orderstroom echter achter op het schema. Als de bedrijven in de ontwikkelingsfase niet genoeg orders verwerven, loopt de afdracht van de omzet gevaar.

Van der Knaap stelt vanochtend in Het Financieele Dagblad dat het aantal aan te schaffen JSF's ,,vooral'' afhangt ,,van de mate waarin de VS onze vliegtuigindustrie orders gunnen. Dat verband leggen we bij Defensie heel beslist.''

Maar volgens zijn woordvoerder is de bewindsman verkeerd geciteerd. Volgens hem gaat de luchtmacht bij de aanschaf van de JSF uit van de operationele behoefte, die niet afhankelijk is van orders voor het bedrijfsleven.