De toekomst van Europa is Zweeds

De nieuwe lidstaten zullen de Europese Unie wegvoeren van de oude idealen. Een federatief Europa is verder weg dan ooit, signaleert Larry Siedentop na referenda in Zweden en Estland.

De tegenstelling tussen de uitslagen van de referenda van het afgelopen weekeinde in Zweden en Estland lijkt merkwaardig, maar alleen op het eerste gezicht. De outsiders willen erín, terwijl de insiders zich proberen te distantiëren van het voornaamste project van de Europese Unie: de euro.

Werkelijk verrassend is dit niet. Achter de Zweedse uitslag staken twee heel verschillende motieven, die in Estland geen van beide op dezelfde manier van invloed konden zijn. Het ene Zweedse motief was, de autonomie te beschermen tegen integrationistische maatregelen die haar in gevaar zouden kunnen brengen.

De Zweden waren nuchter genoeg om te zien dat aandacht voor autonomie iets anders is dan nationalisme. Natuurlijk speelde de Zweedse identiteit ook een rol, maar niet zozeer in de vorm van chauvinisme als wel in die van trots op de traditie van de democratische volksvertegenwoordiging in Zweden.

Het andere belangrijke motief dat een rol speelde was onvrede met het Brusselse aura van neoliberalisme – dat wil zeggen, bezorgdheid over de gevolgen die het afstaan van zeggenschap niet alleen over monetair maar ook over fiscaal beleid zou kunnen hebben voor de Zweedse verzorgingsstaat.

Dat tweede motief zal hoogstwaarschijnlijk minder zwaar wegen in een land dat nog maar kort geleden de vrijemarkteconomie heeft binnengehaald. De voordelen van dat proces zijn voor de Estlanders nog altijd veel evidenter dan eventuele nadelen. Maar de autonomie dan? Kan dat motief voor de Estlanders niet net zo zwaar wegen als voor de Zweden?

Het antwoord is ja en neen. De aspiraties zijn er, daar twijfel ik niet aan. Maar ze moesten wel op een andere manier tot uiting komen. Want Estland, dat net de overheersing door de Sovjet-Unie achter de rug heeft, zal in overweging nemen dat de Europese Unie noodzakelijk is om Estlands autonomie veilig te stellen tegenover mogelijke dreigingen van de machtige buur Rusland.

Achter de uitslagen van dit weekeinde draait het dus eigenlijk om de vraag hoe de Europese Unie in de toekomst zal functioneren. Welke verwachtingen zullen de inwoners van de verschillende lidstaten daarvan hebben? Hoe zullen zij zich de Unie voorstellen? Hier worden de tegenstellingen tussen Zweden en Estland al zwakker, of verdwijnen ze misschien zelfs helemaal. Voor de meeste waarnemers staat namelijk vast dat de nieuwe lidstaten, zodra de formaliteiten van de uitbreiding achter de rug zijn, heel assertief zullen optreden.

Wij kunnen rekenen op onbeschroomde verdediging van nationale belangen, op wantrouwen ten aanzien van inmenging vanuit Brussel en op een hevige afkeer van wat men latente dubbele maatstaven in de Europese Unie zou kunnen noemen. Als gevolg van de opofferingen en veranderingen die de kandidaat-landen zich hebben moeten getroosten, hebben zij een scherp oog gekregen voor oudere lidstaten die de afspraken aan hun laars lappen.

De vrees dat er met twee maten gemeten wordt – die nauw samenhangt met het vaste voornemen om geen tweederangsleden van de Europese club te worden – is in de tien jaren van voorbereidingen op de uitbreiding gegroeid. Hij werd aanzienlijk versterkt toen de Franse president, Jacques Chirac, in de aanloop naar de veldtocht in Irak de kandidaat-landen op de vingers tikte omdat zij streefden naar een invloed en een statuur die door hun positie niet werden gerechtvaardigd. Het leek wel of de voogdij die de Franse staat in het verleden over zijn eigen onderdanen had uitgeoefend, werd uitgebreid naar de rest van Europa.

Een tweede grond voor het vermoeden van dubbele maatstaven in de Europese Unie is gelegen in het lopende conflict over de toepassing van de regels van het stabiliteits- en groeipact. Het feit dat Frankrijk die regels openlijk met voeten treedt, en de onverstandige woorden waarmee premier Jean-Pierre Raffarin suggereerde dat Frankrijk niet zomaar een land is, roepen een beeld van de Unie op dat voor de nieuwe lidstaten onacceptabel is. Zij zullen ongetwijfeld, zij het misschien in stilte, de poging van Nederland toejuichen om Frankrijk het hoofd te bieden en te eisen dat de strafmaatregelen worden toegepast.

Het idee dat er met twee maten gemeten wordt, is op nog een andere manier versterkt, namelijk doordat de laatste tijd een aantal vooraanstaande intellectuelen een Europese identiteit en waarden hebben geponeerd die sterk zouden verschillen van die van de Verenigde Staten. Die bewering had een beetje een verborgen boodschap, namelijk dat misschien alleen de oorspronkelijke kerngroep van EU-leden werkelijk in staat zou zijn die identiteit en die waarden tot uitdrukking te brengen en uit te dragen.

Zo bezien zou een aanvankelijk tegen de Verenigde Staten gerichte argumentatie bijna tegen een uitgebreide Europese Unie kunnen worden gekeerd, als zijnde ideologisch onbetrouwbaar. De nieuwe lidstaten, die ervan overtuigd zijn dat de VS historisch gezien de meest solide verdediger van de liberale democratie zijn geweest, zullen zich niet gemakkelijk van dat idee laten afbrengen, zeker niet als zij zich tot tweederangsleden gedegradeerd voelen.

Als gevolg hiervan zullen de in de nieuwe lidstaten opkomende ideeën over het juiste functioneren van de Europese Unie waarschijnlijk heel dicht bij die van de meerderheid van de Zweden uitkomen. Het wordt meer een pluralistische dan een centralistische visie, meer een voorkeur voor een confederatie dan voor een federatie. Want achter de voor Europa beoogde quasi-federalistische staatsvorm, die, althans zo nu en dan, door Frankrijk wordt begunstigd, ontwaren zulke landen de wens om de EU zekere kenmerken van een eenheidsstaat te geven. Hun bijdrage zou weleens doorslaggevend kunnen zijn om het debat weg te dirigeren van die bepaalde visie.

Larry Siedentop is fellow van Keble College, Oxford, en visiting fellow van het NIAS, Netherlands Institute for Advanced Study in Humanities and Social Sciences in Wassenaar.