De terugkeer van de ideologische strijd

De oppositie in de Tweede Kamer worstelde gisteren met de drijfveren achter de bezuinigingen van het kabinet-Balkenende. Is het conservatisme of gewoon geldgebrek?

Wil het kabinet-Balkenende II fors bezuinigen omdat het veel geld nodig heeft, of omdat het een andere inrichting van de samenleving wil bereiken?

De troonrede van afgelopen dinsdag sprak van ,,structurele hervormingen'' en een ,,cultuuromslag''. Minister-president Balkenende vatte dat vanmorgen tijdens de algemeen politieke beschouwingen in de Tweede Kamer nog eens samen als ,,minder staat, meer maatschappij, meedoen.'' De politiek moet volgens hem weg van de ,,paternalistische houding'' en zich niet ,,blindstaren op de verzorgingsstaat.'' De lange termijnvisie van dit kabinet, aldus Balkenende, is dat de hervormingen moeten leiden tot ,,activeren'' van burgers,, en niet langer tot ,,verzorgen''.

De woordvoerders van de regeringspartijen CDA, VVD en D66, prezen gisteren tijdens de eerste dag van de algemene beschouwingen Balkenende II als een hervormingskabinet dat ,,echte keuzen'' maakt die, in de woorden van CDA-fractieleider Verhagen, moeten leiden tot een ,,renovatie van Nederland.'' Meer dan bezuinigingen alleen dus. Net als het CDA ziet de VVD de aangekondigde maatregelen ,,niet als een boekhoudkundige exercitie'', betoogde Van Aartsen gisteren. Voor de VVD is met name van belang dat ,,we Nederland fundamenteel veranderen in ons denken over de inrichting van de samenleving.''

De liberaal introduceerde daartoe de ,,participatiestaat''. Deze notie, op het oog een variant op het motto `meedoen' van het kabinet, behelst volgens fractieleider Van Aartsen een versoberd alternatief voor de verzorgingsstaat. Ook in de participatiestaat van de VVD staat, net als bij het CDA, de `eigen verantwoordelijkheid' voorop, gecombineerd met de garantie van een ,,minimum niveau van materiële zekerheid'' voor ,,mensen die niet mee kunnen komen.''

Van de coalitiepartners zocht fractieleider Dittrich van D66 de minste woorden om de visie achter de kabinetsplannen te verwoorden. Hij beperkte zich tot herhaalde pleidooien voor ,,structurele vernieuwing'', van de economie, de zorg en het integratie- en veiligheidsbeleid. ,,We willen de samenleving vlottrekken'', vatte Dittrich dat samen. Hij besteedde wel aandacht aan de ideologisch wortels van zijn partij in de Vrijzinnige Democratische Bond, die volgens Dittrich ,,ontplooiingsmogelijkheden van burgers'' voorop stelde als een doel van overheidsingrijpen dat vooral voorwaarden moest scheppen.

Ook de linkse oppositie ontwaart ideologisch gemotiveerde keuzes achter de plannen van het kabinet. PvdA-leider Wouter Bos noemde gisteren het kabinet ,,conservatief en liberaal, het is de VVD'' omdat hij verwijzingen miste naar de oude ,,zorgzame samenleving'' van de christendemocratie. GroenLinks en SP zagen zelfs een ,,ideologisch monsterverbond tussen CDA en VVD'', in de woorden van GroenLinks-leider Halsema. Het kabinet kiest voor een ,,harde economie'', zei zij, omdat het gedreven wordt door een ,,ideologische bekering tot het neo-conservatisme'' uit de Verenigde Staten. Zij sprak van een ,,fatale ideologische combinatie'' tussen Balkenende die ,,gelooft in meer liefdadigheid, lekker collecteren voor een enkeltje Somalië voor ingeburgerde Somaliërs'', en Zalm, die ,,vooral een ministelsel wil''.

Halsema zette daar een pleidooi voor een actief optredende overheid tegenover: waar deze zich terugtrekt komen volgens Halsema in bijvoorbeeld milieu en natuur ,,kwetsbare waarden in het gedrang''. Steun van de ,,gemoderniseerde verzorgingsstaat'' is volgens GroenLinks ,,nodig om mensen kansen te geven en vrij te maken.''

SP-leider Marijnissen noemde, als enige linkse opposant, het kabinet-Balkenende niet `conservatief', maar verwees wel naar ,,Amerikaanse toestanden.'' Volgens de SP onderscheidt 'B II' zich ideologisch niet van de andere kabinetten sinds begin jaren tachtig, onder Lubbers en Kok – het sluit zich aan bij de ,,neoliberale mens- en maatschappij-opvatting'': minder overheid, meer marktwerking en een mentaliteit van ,,ikke, ikke en de rest kan stikken.'' Het vergezicht is volgens Marijnissen ,,afbraak van de solidariteit'' - waarin hij een wending ontwaarde in het denken van voormalig hoogleraar sociaal-christelijk denken Balkenende. Maar uiteindelijk is die wending volgens Marijnissen wel degelijk ingegeven door financiële overwegingen. Balkenende houdt zich nu ,,vooral bezig met plussen en minnen''. Het is Zalm die als minister van Financiën ,,feitelijk de richting bepaalt'', aldus Marijnissen.

Maar dat het uiteindelijk meer boekhoudkundige overwegingen zijn dan visionaire, betoogden Bos (PvdA), Herben (LPF) en Rouvoet (ChristenUnie). Volgens Bos willen Balkenende en Zalm vooral met een strikt begrotingsbeleid ,,het braafste jongetje van de klas zijn in Europa.'' Volgens Herben komt de 'eigen verantwoordelijkheid'' vooral neer op ,,hoe gewone mensen met minder geld moeten uitkomen''.

Evenals de SGP legde André Rouvoet namens de ChristenUnie vooral de nadruk op de in zijn ogen ,,weinig concrete'' aandacht voor normen en waarden. Ook dat ,,beter omgaan met elkaar'', maakt volgens Balkenende overigens deel uit van de lange-termijnvisie van het kabinet. Maar dat laatste onderwerp maakte in de Tweede Kamer gisteren beduidend minder reacties los.