Aholds mijlpalen

Consumentenmacht en de publieke opinie hebben Ahold en zijn nieuwe bestuursvoorzitter Anders Moberg tot een opmerkelijke knieval gedwongen. Moberg levert zijn controversiële bonus- en vertrekregeling gedeeltelijk in. Henny de Ruiter, als president-commissaris van Ahold verantwoordelijk voor Mobergs benoeming, treedt binnenkort af. Het is in Nederland zeldzaam dat de top van het bedrijfsleven zo overduidelijk zwicht voor de eisen van het publiek en daar ook personele consequenties aan verbindt. Benoemingen bij grote ondernemingen, of het nu om toezichthouders of bestuurders gaat, zijn altijd een interne aangelegenheid geweest, een zaak van `de jongens onder elkaar'. Als er problemen waren, dan was het toch vooral een kwestie van uitzitten. Maar bij Ahold betekende uitzitten iedere dag meer nare publicaties, boze bellers en minder omzet in de supermarkten van Albert Heijn.

Mobergs beloning blijft genereus. Zijn bonus- en vertrekpremies, die aanvankelijk gegarandeerd waren, zijn evenwel prestatieafhankelijk gemaakt. Dat is toe te juichen. Dit komt veel meer overeen met de aanbevelingen die de commissie-Tabaksblat over goed ondernemingsbestuur doet. Het Moberg-dossier zal zonder twijfel van invloed zijn op het wettelijke vervolg dat het debat over de `code' van Tabaksblat nu moet krijgen.

Het vertrek van president-commissaris De Ruiter, even opmerkelijk als Mobergs salarisoffer, was onvermijdelijk geworden door de reeks fouten die hij als professionele toezichthouder maakte. Het begon ermee dat De Ruiter te lang bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven de hand boven het hoofd hield, ook toen al duidelijk was dat Ahold door slecht management in ernstige moeilijkheden was geraakt. Tijdens en na Mobergs benoeming vielen De Ruiter en zijn medecommissarissen vooral op door ongeloofwaardigheid en gebrek aan maatschappelijke kennis. Commissarissen, die vroeger altijd in de schaduw stonden, krijgen steeds meer een rol in de openbaarheid. Dat brengt hun positie met zich mee, zeker nu de roep om het afleggen van verantwoording luider wordt. Bij de benoeming van commissarissen – tot nog toe vooral een kwestie van coöptatie – zal daarmee rekening moeten worden gehouden. Kort gezegd: het gaat om capaciteiten, niet om vriendjespolitiek.

Het was een gedenkwaardig schouwspel, de banvloek die consument en belegger over Ahold en Albert Heijn uitspraken. Hun mondigheid was merkbaar tot in de bestuurskamer. Dat is een harde les voor de toekomst – en niet alleen voor Ahold. Nu de scherpe kanten eraf zijn en Moberg en De Ruiter de conclusies uit dit oproer hebben getrokken, kan de rust maar beter zo snel mogelijk weerkeren. Het concern moet overleven en zal alle zeilen moeten bijzetten om de gevolgen van deze en vorige catastrofes te boven te komen. In korte tijd schreef Ahold ondernemingsgeschiedenis die om nader onderzoek vraagt. Van ogenschijnlijk goedlopend concern tot patiënt aan de beademing; van het populairste beursfonds tot risee van het Damrak; van de meest bewonderde manager tot diens persoonlijke, duizelingwekkende val (Van der Hoeven); van Mobergs salarisconcessie tot het commissariële vertrek: het zijn stuk voor stuk mijlpalen, zeker voor Nederland.