Zweedse premier zit nu met de brokken

De Zweedse premier Persson zit na het euroreferendum met een verdeeld land, een verdeelde regering en een verdeelde eigen partij.

,,Er waait vanavond een kille wind door Zweden'', zei premier Göran Persson vrijdag na de moord op zijn minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh in een toespraak tot de natie. De grootste emoties over de dood van Lindh zijn verdwenen, zeker nu de dader gepakt lijkt. Het referendum van zondag heeft, zoals Persson zelf na afloop een beetje zuur opmerkte, ,,ten minste duidelijkheid'' gebracht over hoe de Zweden denken over de euro. Maar voor Persson zelf is de kou nog lang niet uit de lucht. De Zweedse premier is de grote verliezer van het euroreferendum.

Persson is er niet in geslaagd de meerderheid van de bevolking ervan te overtuigen dat de euro goed is voor het land. Dat is op zichzelf al pijnlijk voor de premier, maar hij maakte het nog erger doordat hij in een laatste wanhoopspoging vorige week smeekte om een ja. Hij verbond daaraan de belofte dat de regering geen overhaast besluit zou nemen, maar het geschikte moment zou uitkiezen om het land de eurozone binnen te leiden. `Schenk mij uw vertrouwen' was de boodschap. Maar dat deden de Zweden niet en dat is, in de Zweedse context met over het algemeen redelijk volgzame kiezers, niet zomaar een nederlaag, dat is een vernedering.

Premier Persson zit met een verdeeld land, een verdeelde regering en een verdeelde eigen partij. Verschillende ministers – vooral minister van Handel Leif Pagrotsky – hebben zich de afgelopen tijd openlijk tegen de euro uitgesproken. Als de kiezers nu maar ja hadden gezegd, zou hij ze gemakkelijk bij een herschikking van het kabinet – die alleen al door de dood van Anna Lindh noodzakelijk is – geloosd kunnen hebben. Nu is dat een klap in het gezicht van de meerderheid van de bevolking.

De Linkse Partij en de Groenen, die Persson nodig heeft voor een parlementaire meerderheid, voelen zich gesterkt door de uitslag van het referendum en zullen ongetwijfeld hun eisen gaan stellen. Ze hebben al laten weten, ondanks het meningsverschil over de euro, graag met de sociaal-democraten te blijven samenwerken. ,,Een `nee' zal de machtsbalans in het parlement verschuiven'', zei minister Gunnar Lund, verantwoordelijk voor de regeringscampagne, een paar weken voor het referendum.

Het is niet uitgesloten dat de linkse partijen zullen aandringen op onderhandelingen met Brussel, waarin voor Zweden een zogeheten `opt-out' wordt gecreëerd met betrekking tot de monetaire unie, vergelijkbaar met Denemarken. Want eigenlijk kan Zweden, dat het verdrag van Maastricht zonder voorwaarden heeft ondertekend, de euro niet eens afwijzen. Persson, die de formele kwestie liever op zijn beloop laat, vreest dat zo'n opt-out het later alleen maar lastiger maakt om toe te treden. Maar de linkse partijen kunnen dat uitleggen als een bewijs dat de premier een geheime agenda heeft en de Zweden alsnog snel de euro wil opdringen, terwijl Persson na de nederlaag heeft beloofd de komende tien jaar niet over een referendum te zullen beginnen.

Opschuiven naar rechts, door bijvoorbeeld samenwerking te zoeken met de liberalen, is voor Persson geen alternatief. Niet alleen schuiven de rechtse partijen de premier met een in hun ogen belabberde campagne de schuld van het `nee' in de schoenen. Nu overstappen naar rechts zou lijken op kiezersbedrog, aangezien de uitslag van het referendum juist laat zien dat de Zweden een voorkeur hebben voor `linkse oplossingen'.

Persson zal ,,de tragedie voor Zweden'', zoals hij de uitslag noemde, uiteindelijk in binnenlands beleid moeten vertalen. De Zweedse argwaan tegenover Europa wordt vooral gevoed door de vrees voor aantasting van de verzorgingsstaat. `Brusselse' bemoeizucht zou in de ogen van veel Zweden een bedreiging kunnen vormen voor hun prachtige sociale stelsel. De uitslag van het referendum is daarmee in feite een pleidooi voor het betalen van veel belasting om dat stelsel in stand te houden. Maar met een vergrijzende bevolking wordt de gezondheidszorg steeds duurder. De arbeidskosten zijn in Zweden nu al heel hoog. En intussen neemt de solidariteit tussen bevolkingsgroepen in de samenleving af. Sanering van de verzorgingsstaat is daardoor onontkoombaar. Op termijn is dat wellicht voor de premier het grootste probleem.

Opstappen biedt voor Persson geen uitweg. Hij heeft herhaaldelijk gezegd dat hij dat – ook na een `nee' – niet zal doen. Allereerst omdat het referendum hem was opgedrongen door het parlement – hij heeft nooi verzwegen dat hij het besluit liever aan de politici had overgelaten. Bovendien is er, zeker na de dood van Anna Lindh, geen logische opvolger. De wonden in de partij zijn nog lang niet gelikt. En Persson zal ook de opiniepeilingen kennen die voor het eerst sinds lange tijd een voorsprong laten zien voor het rechtse blok. En trouwens, waar zou de 54-jarige premier naartoe moeten? Brussel zit niet te wachten op een verzwakte premier die Europa niet aan zijn landgenoten wist te verkopen.