Wolfskind krijgt gezicht in Tinke

Mensen lijken op dieren in de gepeperde Deense jeugdfilm Tinke. Weesmeisje Tinke is een beest dat een wolf in het oor bijt. Later leren we haar ook kennen als een verregend, angstig katje dat een geschonken homp brood en een paar slokjes melk naar binnen schrokt. Haar redder is een jonge, onderdanige schaapherder. En de zwakzinnige krachtpatser over wie Tinke zich later ontfermt is opgesloten in de stal waar hij behandeld wordt als een afgedankte koe.

Langzaam veranderen deze dieren weer in mensen doordat regisseur Morten Køhlert meer nadruk legt op de karakterontwikkeling dan op de plot, die voor een groot deel bekend terrein verkent. Dat de verwilderde Tinke anno 1850 op zoek gaat naar haar familie geeft aanleiding voor mooie karakterschetsen en heerlijk onverbloemde scènes. Tinke gilt als ze haar zin niet krijgt en spuugt sjieke maaltijden uit op dure borden. Het is een rauwe kruising tussen Pippi Langkous en Little Lord Fauntleroy. Vooral de scène waarin Tinke's moeder al sinds Kerst dood in haar huis blijkt te liggen is bewonderenswaardig genuanceerd gefilmd. Zo ruw als Tinke is, zo gestileerd is de film. In rustige crane-shots registreert de camera haar lotgevallen van bovenaf. Pas helemaal aan het eind zien we haar in close-up: het wolfskind heeft een gezicht gekregen.

Tinke (Ulvepigen Tinke). Regie: Morten Køhlert. Met: Sarah Juel Werner. Vanaf 8 jaar. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; De Keizer, Deventer; De Lieve Vrouw, Amersfoort.