Verkregen rechten

NIETS IS ZEKER in het leven en dat geldt zelfs voor de sociale zekerheid. Het tweede kabinet-Balkenende wil de verzorgingsstaat op de schop nemen. Veel mensen hebben echter hun persoonlijke planning vaak al jarenlang afgestemd op bepaalde sociale regelingen. Een goed voorbeeld is de VUT en het prepensioen. Kan daar zomaar het mes in worden gezet? Het ligt voor de hand dat veel mensen daartegen steigeren. Er bestaat toch zoiets als verkregen rechten. Het stelsel van sociale zekerheid is neergelegd in wetten. Een eerste eis die daaraan mag worden gesteld is die van rechtszekerheid.

,,Wat recht? die wetten geeft vermagh de wet te breken'', zo liet Joost van den Vondel reeds in de Gouden Eeuw een rij van engelen in een van zijn toneelstukken zeggen. Geen recht is absoluut. Als dat wél zo was, zaten wij nu nog met de `privilegiën' uit Vondels tijd, omdat daarbij verkregen rechten in geding waren. Zo bracht de Twentse hoogleraar bestuursrecht D.W.P. Ruiter in 1981 in herinnering. Ook toen kwam de regering met een majeure ombuiging van wettelijke verworvenheden die verontwaardiging wekte. Er was toch voor betaald?

Uit deze episode zijn lessen te trekken voor de huidige bezuinigingsronde. De voornaamste is dat de burger niet veel rechten kan ontlenen aan de betaalde premies. Deze zijn in de regel immers niet bestemd voor hemzelf, maar gaan in een grote pot. Dat komt door het solidariteitsbeginsel (draagt elkanders lasten) dat tekenend is voor de sociale zekerheid. Dit beginsel maakt de band tussen premie, risico en uitkering losser. Wel gaat het hand in hand met het beginsel van verdelende rechtvaardigheid. Maar daarmee zijn we het stadium van verkregen rechten voorbij.

TOCH VALT NIET te ontkennen dat de sociale wetten zo niet afdwingbare rechten dan toch wel bepaalde verwachtingen scheppen bij de burgers, die daarin vertrouwen hebben gesteld. Het vertrouwensbeginsel heeft wel degelijk juridische gevolgen. Dit beginsel is echter begrensd, tekende Ruiter aan tijdens de bezuinigingsronde van twintig jaar geleden. Er is verschil tussen het teleurstellen van bepaalde verwachtingen bij de mensen en het regelrecht beschamen van vertrouwen door de overheid. Alleen dat laatste kan leiden tot een claim. En zelfs een inbreuk op een gewekt vertrouwen kan onder omstandigheden worden gerechtvaardigd door het ,,in het algemeen voorbehouden recht tot wijziging als de omstandigheden daartoe aanleiding geven''. Natuurlijk is dat geen vrijbrief. Zo kan wel degelijk de eis worden gesteld dat ten minste wordt voorzien in een overgangsregeling om mensen voor wie er geen weg terug is, te ontzien. Zeker is het laatste woord nog niet gezegd over het plan van de regering de belasting op een ingegane VUT vooraf en in haar geheel te heffen.

Dat de wetgever in de sociale zekerheid met de ene hand kan terugnemen wat hij met de andere heeft gegeven, betekent niet dat het recht geheel buitenspel staat. Te denken valt echter vooral aan de politieke grondrechten en de contracteervrijheid. Hervorming van het stelsel van sociale zekerheid hoort eerder thuis in de politieke dan in de juridische arena. Toch valt veilig te voorspellen dat argumenten van gewekt vertrouwen en gegroeide verwachtingen ook in het politieke debat de kop zullen opsteken.