Verbaal onvermogen

Zelfs de voordrachtskunst van koningin Beatrix kan niet verbloemen dat de troonrede een verbijsterend slechte tekst is met een hoog gaapgehalte. Docent speechschrijven Rudolf Geel pleit voor professionele hulp.

Eigenlijk is het te gek voor woorden. In een geciviliseerd land als Nederland verzamelen zich eens per jaar de voltallige ministerraad, het parlement en nog wat andere bekleders van openbare ambten in de Ridderzaal om het voordragen bij te wonen van de meest talentloze tekst die een Sonderkommando van hoge ambtenaren op basis van informatie uit de verschillende ministeries in elkaar heeft geflanst. En dit terwijl de Haagse overheid steeds meer begaafde en gedreven speechschrijvers in de gelederen heeft. Maar die mogen zich met het wangedrocht troonrede genaamd vooral niet bemoeien. Om de potsierlijkheid van dit verbaal onvermogen kracht bij te zetten, kopen alle Haagse dames een nieuwe, veelal idiote hoed.

De troonrede is niet alleen een zelfs voor Haagse begrippen verbijsterend slechte tekst, maar vooral ook een bespotting van de schriftelijke cultuur, van de vaardigheid je doeltreffend, eenvoudig en toch smaakvol uit te drukken.

Niet zo lang geleden was het nog veel erger. Sprekers hebben de natuurlijke gewoonte bij het voorlezen de nadruk te leggen op het einde van de zin. Daar staat dan ook vaak wat die zin voor nieuws bevat. Deze zomer hoorde ik via de Wereldomroep weervrouw Marion de Hondt de volgende merkwaardig geformuleerde voorspelling ten gehore brengen: ,,Morgen zullen er buien zijn op veel plaatsen.'' Zij legde niet alleen ook nog eens de nadruk op `plaatsen', zij ging bijna op het woord zitten. Dat het juist zou gaan regenen op plaatsen werd daardoor voor iedereen een verrassing.

Nog maar enkele troonredes geleden konden wij ook de koningin betrappen op het zwaar aanzetten van de verkeerde nadruk, hiertoe gedreven door de zinsbouw. ,,De werkloosheid zal ook het volgend jaar veel aandacht krijgen van de regering.'' Wie de troonrede leest ziet meteen dat de variatie in de zinsbouw veel te wensen overlaat. Te vaak bijvoorbeeld staat het voltooid deelwoord achteraan. ,,Daartoe zal het programma tot modernisering van de overheid aan u worden voorgelegd.'' En: ,,Om structurele hervormingen en een cultuuromslag in ons land tot stand te brengen zijn een andere verhouding tussen bestuur en burger (...) en een vernieuwing van ons democratisch stelsel vereist.'' Het voorlezen van een dergelijke zin moet onze vorstin weinig vreugde bezorgen, tenzij zij beschikt over een masochistische inslag.

Om de leesvreugde nog meer te temperen, bevat de tekst ook nog bijzinnen die beginnen met `om te': ,,De regering spant zich in om ook de belangrijke agrarische sector een duurzaam en innovatief karakter te geven.'' De schrijvers zetten het hele werkwoord hoe dan ook graag achteraan: ,,Diversiteit en toegankelijkheid blijven in het cultuurbeleid centraal staan.'' Ook door de vorm krijgen veel zinnen de vorm van absolute dooddoeners. Niemand verwacht immers een zin als: ,,Diversiteit en toegankelijkheid krijgen van nu af aan in het cultuurbeleid geen kans meer.''

Het hoge gaapgehalte van de eindeloze rij voornemens waaruit een troonrede bestaat, wordt verhevigd door de volstrekt voorspelbare formulering: ,,Voor een betere doorstroming op de weg zal het programma voor spitsstroken bij de ernstige knelpunten worden uitgevoerd.'' Ja, bij deze en nog een paar zinnen kon de koningin een al te grote nadruk op het laatste woord niet voorkomen.

Maar verder is het optreden van de absolute hoofdpersoon van het gebeuren boven alle lof verheven. Haar stem is, hoewel minder vast dan vorige jaren, majesteitelijk. Zo'n stemgeluid mogen wij niet zomaar beschaafd, super-beschaafd, chique of zelfs lichtelijk bekakt noemen. Dergelijke kwalificaties doen onze vorstin ernstig tekort. In operakringen geldt: een goede stem ligt in het vet. Voor het voordragen van de troonrede kan een stem het beste zwaar geadeld zijn en daarna langdurig gemarineerd.

Hier dient zich een probleem aan voor de aanstaande koning. Willem-Alexander mist de voorname weelderigheid van zijn drie voorgangsters. Als hij gaat voorlezen, tooien de Haagse dames zich met alpinopet. Toch kan hij iets aan zijn voordracht doen. Dit begint met veel oefenen, bij voorkeur met een kroon van minimaal tien kilo op het hoofd. Misschien is Willem-Alexander te `gewoon' voor het reciteren van de troonrede. Hij moet de zaak om te beginnen maar in handen geven van begaafde schrijvers. Van hen zijn er, zoals gezegd, voldoende in Den Haag.