Tilburgse School kent geen zwakke schakel

In dit individualistische tijdperk is geen plaats meer voor collectieve manifesten. Als schilders of beeldhouwers al worden gepresenteerd als groep dan is het etiket er doorgaans door galeriehouders, conservatoren of andere duidende buitenstaanders opgeplakt. Dat geldt ook voor De Tilburgse School. Het was Jhim Lamoree, kunstcriticus van Het Parool, die eind 1997 de naam bedacht. Maar anders dan bijvoorbeeld de Young British Artists die zich tegen het label van kunstgoeroe Charles Saatchi verzetten, heeft het Brabantse vijftal de naam meteen geadopteerd. Al vanaf de groepsexpositie Skulls bij Galerie Rob Jurka in 1999 deed hij dienst als collectieve vlag. En voor de tentoonstelling nu in het CoBra Museum is het zelfs de titel.

De Tilburgse School is geen school in de traditionele zin, zoals bijvoorbeeld de Haagse School dat was. De groep wordt niet bij elkaar gehouden door ideologisch cement. En van een gedeelde stijl, sfeer of bepaalde kleurvoorkeur is ook al geen sprake. Het werk van de vijf kenmerkt zich juist door zijn enorme verscheidenheid. En die begint al bij het metier. Paul van Dongen is de tekenaar van de groep; hij zigzagt tussen snel gepenseelde, felgekleurde aquarellen en extreem gedetailleerde etsen. Autodidact Guido Geelen is een pure beeldhouwer. En de collage is het exclusieve domein van Marc Mulders. Reinoud van Vught en Ronald Zuurmond zijn schilders en liggen qua stijl het dichtst bij elkaar, hoewel de eerste meer naar expressionisme neigt en de laatste naar impressionisme.

Wat wel over de hele linie opvalt is de voorkeur voor figuratie en een hang naar ambachtelijkheid. Voor De Tilburgse School is de uitwerking minstens zo belangrijk als de idee. De klodders olieverf – dik gesmeerd, afgekrabd, geboetseerd, in propjes op het doek geplakt of à la Pollock op het canvas geslingerd – getuigen van een fascinatie met materiaal. Of zoals Van Vught het uitdrukt in de video die in het museum wordt getoond: ,,Ik zoek iets waanzinnigs op de grens van abstractie en figuratie. [...] Maar soms ook een ordinair effect in de verf.''

De hechtheid van De Tilburgse School zit 'm vooral in het feit dat de kunstenaars een echte groep zijn. Een groep leeftijdsgenoten van rond de veertig. Een handvol streekgenoten met Brabant als thuisbasis. En een vriendenclub. Ze komen voortdurend in elkaars ateliers over de vloer. Voor tentoonstellingen bepalen ze gezamenlijk een thema, dat ze afzonderlijk uitwerken maar waar door intensief contact veel kruisbestuivingen aan te pas komen.

Dat is ook goed te zien in het nieuwe werk waarin de schedel, net als in Skulls vier jaar geleden, een centrale rol inneemt. De manier waarop dit vanitas-symbool wordt uitgewerkt is echter zeer verschillend. De uit snippers tijdschriftenfoto's opgebouwde koppen van Mulders zijn staalkaarten van afkeer. Afkeer van nihilistische modereclame – Gucci Hell is een veelzeggende titel – maar ook van het religieus fanatisme van de Talibaan, Volkert van der G's advocaat Britta Böhler en hakenkruizen kladderende Marokkanen op de Dam. Naast deze maatschappijkritiek ogen de schedels van Zuurmond en Van Vught meer als de memento mori's uit klassieke stillevens. Terwijl de gaten in Geelens keramische dierenkoppen tegelijkertijd uitgebeende kaken zijn en bruikbare bijters, leven en dood in één. Van Dongen, op zijn beurt, zet zijn vlekkerige schedels in kunsthistorisch perspectief door ze te combineren met Francis Bacons beeltenis.

In zijn etsen van schedels legt Van Dongen de link met het andere grote thema van de tentoonstelling: bloemen. Paardebloemen en viooltjes krullen zich tot een schedelvorm, en geven de voorzet voor Mulders' vlammende bloemenzee, waarin voor wie goed kijkt ook weer een doodshoofd verborgen zit. De stap is daarna makkelijk gezet naar Van Vughts enorme boeketten die uit veel te kleine vaasjes opstijgen als een hallucinant pakket stapelwolken.

De werken in Amstelveen zijn stuk voor stuk proeven van groot kunstenaarschap. De Tilburgse School kent geen zwakke schakel. Maar het is die thematische estafette die de tentoonstelling naar een hoger plan tilt. De dwarsverbanden zijn als elastiekjes die een alle kanten opspringende bal energie tenauwernood in bedwang houden. Als het niet zo'n kil en zakelijk woord was zou je het synergie kunnen noemen. Maar zo'n term is bijna net zo problematisch als `school'.

Tentoonstelling: De Tilburgse School. T/m 9 nov in het Cobra Museum, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di t/m zo 11-17u. Cat.€30,-. Inl: 020-5475050 of www.cobra-museum.nl