Te weinig leraren, minister weg. Of toch niet?

Meer dan ooit tevoren bevat de miljoenennota concrete doelstellingen waarop het kabinet wil worden afgerekend. Maar wat gebeurt er als de doelen niet worden gehaald?

Over vier jaar bevindt de Nederlandse groei zich boven het Europees gemiddelde en is er een maximaal begrotingstekort van 0,5 procent van het bruto binnenlands product. Over vier jaar is het lerarentekort teruggebracht van de verwachte 10.400 tot 2.200. In 2006 is de criminaliteit en overlast met 20 tot 25 procent verminderd. En over vier jaar is het achterstallig onderhoud van wegen met 45 procent verminderd, rijdt tussen de 87 en 89 procent van de treinen op tijd en is het aantal files op sommige plaatsen met 30 procent afgenomen.

Dit zijn geen ramingen van het Centraal Planbureau voor de toekomst, maar concrete doelstellingen van het tweede kabinet-Balkenende. Heldere doelen, met daaraan gekoppeld helder beleid. Meer dan ooit staat de gisteren gepresenteerde miljoenennota in het teken van meetbare prestaties. Maar hoe kwantificeerbaar is succes?

De afrekenbaarheid op concrete doelen past bij het in 1999 ingezette beleid van meer verantwoording afleggen. Deze zogenoemde VBTB-operatie (Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording) is bedoeld om bewindslieden te verplichten heldere en concrete beleidsdoelstellingen te formuleren aan de hand van drie vragen: Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten. Op de derde woensdag in mei, verantwoordingsdag, leggen de ministers aan de hand van het jaarverslag van het rijk en een stapel rapporten van de Algemene Rekenkamer rekenschap af over hun doelstellingen.

Minister Zalm (Financiën) schrijft in de miljoenennota dat kwantificering van prestaties van de overheid ,,behulpzaam kan zijn bij het achteraf vaststellen of de prestaties wel geleverd zijn''. Maar Zalm maakt ook een voorbehoud: ,,Het streven naar kwantificering mag echter niet ontaarden in een weinig inzichtgevende cijferbrij. Het is belangrijk dat VBTB politiek blijft leven en niet alleen in de managementsfeer terechtkomt.''

Met het formuleren van meetbare doelen stelt het kabinet zich ogenschijnlijk kwetsbaar op. Immers, vanaf nu is het voor iedereen helder of een bewindspersoon zijn ambities heeft waargemaakt, of dat het ingezette beleid heeft gefaald. Rijden de treinen niet vaker op tijd, dan heeft de minister van Verkeer een probleem. Lukt het niet om het lerarentekort weg te werken? Dan roept de Kamer de minister van Onderwijs ter verantwoording.

Toen hij nog alleen CDA-leider was, en geen premier, keerde Balkenende zich in zijn verkiezingsboekje Anders en beter nog tegen de tendens om alle overheidsbeleid in afrekenbare doelen te gieten. Het versterkte, schreef Balkenende toen, de neiging om voor alle oplossingen ,,naar de overheid te kijken''. Dat achtte hij in strijd met de CDA-wens om meer ,,eigen verantwoordelijkheid'' en zelfredzaamheid te bevorderen. Dat laatste staat nu weer voorop voor het kabinet waarin Balkenende minister-president is. Maar er wordt geen tegenstelling meer gezien met het stellen van de afrekenbare doelen. Deze moeten nu vooral duidelijk maken ,,wat van de overheid verwacht mag worden.'' Ook CDA-fractievoorzitter Verhagen prijst inmiddels het instellen van de doelstellingen als een vorm van ,,verantwoording''. ,,Ik ben voor een verantwoordingsdemocratie in plaats van voor een sorry-democratie'', zei hij vanmorgen bij de algemene politieke beschouwingen. Maar het CDA vindt dat de ambities ,,hier en daar wel wat concreter mogen zijn''.

Dat is een begrijpelijk verzoek. De doelstellingen zoals geformuleerd in de miljoenennota zijn vaak boterzacht. Los van een paar concrete doelen op het gebied van files, leraren, treinen en administratieve lasten, komen veel bewindslieden niet veel verder dan gemeenplaatsen.

In het hoofdstuk economie en arbeidsmarkt bijvoorbeeld staat als doelstelling: het herstel van de concurrentiekracht. Geen concrete doelstelling over of Nederland hierin beter moet presteren dan het Europees gemiddelde. Bij onderwijs is de eerste doelstelling: minder regels, meer ruimte, heldere verantwoording. Hoeveel minder regels, hoeveel meer ruimte? Het staat er niet.

Voor de kiezer lijken heldere doelstellingen op zich een aantrekkelijke manier om te beoordelen wat politici hebben bereikt. Maar een oppositiefractie als de PvdA heeft in de afgelopen dagen intern gediscussieerd of deze maatstaf écht geschikt is om het kabinet te beoordelen. Had de PvdA niet heel andere doelen, waarvan de aandacht misschien wordt afgeleid als het debat vooral gaat over de vraag of het kabinet zijn eigen doelstellingen haalt of niet?

En als het dan uiteindelijk toch helemaal misgaat met zelfs de meest concrete doelen voor bijvoorbeeld het oplossen van het lerarentekort of het wegwerken van de staatsschuld? Stappen de bewindslieden dan uit eigen beweging op? ,,Het is aan de Kamer om te bepalen of een bewindspersoon nog vertrouwen heeft'', zei premier Balkenende. En ook Zalm bouwt in zijn inleidende tekst in de nota al een vluchtroute in voor `falende' bewindslieden. ,,Daarvoor moet aannemelijk worden gemaakt dat die ontwikkeling is toe te schrijven aan de overheid. Omgekeerd hoeft een ongunstige ontwikkeling niet te betekenen dat het overheidsbeleid niet effectief is geweest.''