Nieuw onderzoek in Deventer moordzaak

Het gerechtshof in Den Bosch heeft gisteren een aantal nieuwe onderzoeken bevolen in de zogeheten Deventer moordzaak. Begin juli gaf de Hoge Raad het hof de opdracht het proces tegen de 49-jarige Ernest Louwes over te doen. De man was in 2000 door het hof in Arnhem tot twaalf jaar cel veroordeeld voor de moord op de 60-jarige J. Wittenberg. Wittenberg werd in september 1999 in haar woning in Deventer doodgestoken.

De Hoge Raad besloot tot herziening van de zaak, nadat met behulp van nieuwe technieken DNA was aangetroffen op het mes dat door de politie als het moordwapen werd beschouwd. Dit DNA bleek niet afkomstig van de vermoorde vrouw. Het hof van Den Bosch wil dat het mes opnieuw wordt onderzocht. Het gevonden DNA-materiaal zal worden vergeleken met het DNA-profiel van Louwes. Een patholoog-anatoom zal bekijken of de verwondingen van het slachtoffer kunnen zijn toegebracht met dit mes.

Daarnaast heeft het hof nader onderzoek gevraagd naar de geursorteerproeven waarbij een politiehond de lichaamsgeur van Louwes aantrof op het mes. De betrouwbaarheid van deze geurproeven staat ter discussie nadat een deskundige bij de behandeling van de zaak door de Hoge Raad terugkwam op een eerder bij het hof in Arnhem afgelegde verklaring.

Ook de telefoongesprekken die Louwes op de avond van de moord heeft gevoerd worden opnieuw onderzocht. Volgens de politie belde Louwes, de belastingadviseur van het slachtoffer, haar die avond in de buurt van Deventer vanuit zijn auto op. Zelf heeft hij altijd volgehouden dat hij die avond niet in de buurt van Deventer is geweest.

Op 8 december wordt de zaak hervat.