Milan houdt zich tegen Ajax door een wonder staande

De Ajacied die de afgelopen nacht waarschijnlijk het slechtst heeft geslapen is Rafael van der Vaart. In de laatste minuut van de loodzware en gepassioneerde krachtmeting met Champions-Leaguewinnaar AC Milan had hij Ajax met een gelijkmaker genoegdoening kunnen bezorgen voor de uitschakeling tegen hetzelfde team in de kwartfinales van vorig seizoen. Nadat Zlatan Ibrahimovic al had gemist door op Cafú te schieten stond de jonge middenvelder in een kansrijke positie op enkele meters van het doel. Zijn lage inzet werd echter gekeerd door Milan-doelman Dida die met ware doodsverachting naar de hoek dook en zich daardoor blesseerde.

Tijdens de verzorging van de indrukwekkende Braziliaanse keeper besefte Van der Vaart, die verder onopvallend had gespeeld, wat hem zojuist was overkomen. Met gebogen hoofd sloeg hij met zijn handen tegen het net. Toen even later na luttele balcontacten de wedstrijd in San Siro werd afgefloten, bleef de nummer tien van Ajax minutenlang eenzaam en verdoofd in de halve cirkel bij het strafschopgebied staan. Tot hij nijdig de aanvoerdersband van zijn bovenarm rukte en met een slap handgebaartje naar de meegereisde supporters de catacomben opzocht.

De teleurstelling droop een half uur later nog van zijn gezicht. Zijn hoofd stond er niet naar om in een benauwde persruimte de wedstrijd te analyseren. Dat ene moment hield hem nog te veel bezig. ,,Het was een fantastische redding van de keeper'', probeerde Van der Vaart niettemin. ,,Zo'n goede reactie had ik niet verwacht.'' Maar later: ,,Die bal had er natuurlijk gewoon in gemoeten.'' Ook trainer Ronald Koeman stond voor een raadsel. ,,Normaal gesproken schiet Van der Vaart zo'n bal erin. Dat maakt deze nederlaag extra zuur.''

Tomas Galásek, een week geleden in Praag nog tegenstander van Van der Vaart in Tsjechië-Nederland, had wel een verklaring voor de misser. Hij weet de machteloze trap aan een vorm van uitputting. ,,Rafael heeft in anderhalve week vier wedstrijden gespeeld, waarvan twee interlands en nu een zwaar duel in de Champions League. Daardoor ontbrak hem de kracht en de scherpte om te scoren.''

De ontgoocheling over de gemiste kans versterkte de kater bij Ajax. Voor de derde keer in een jaar verloor het team van Koeman in Milaan. En opnieuw had Ajax het gevoel dat het te weinig had gekregen. Net als op 23 april van dit jaar werd de Amsterdamse defensie afgetroefd door de twee superspitsen van Milan, Filippo Inzaghi en Andriy Sjevtsjenko. De laatste maakte zich na ruim een uur goed vrij bij Petri Pasanen maar zag zijn schot aanvankelijk afketsen op doelman Bogdan Lobont. Inzaghi was er razendsnel bij om in de rebound het karwei af te maken.

Er kon achteraf misschien nog over gediscussieerd worden of Inzaghi aanvankelijk in de baan van het schot stond en dus in buitenspelpositie, maar Koeman zocht hierin geen excuus. Hij constateerde dat deze spitsen toch ,,meer killersinstinct hebben'' dan zijn eigen aanvallers van wie hij de opnieuw falende Wesley Sonck inwisselde voor Wesley Sneijder.

Om in te spelen op de kwaliteiten van Sjevtsjenko en Inzaghi had hij het centrum van de defensie extra ondersteuning gegeven. Julien Escudé en Abubakari Yakubu pakten ieder een spits, terwijl Pasanen als de vrije man het duo rugdekking moest geven. Normaal gesproken zou Ajax met zo'n veldbezetting een man tekort komen in de middenlinie, maar aangezien Milan in Andrea Pirlo of Gennaro Gattuso toch altijd een speler extra had voor de eigen defensie, bleven de teams in evenwicht. Bovendien speelde Maxwell een weergaloze wedstrijd en schoof hij in balbezit bijna altijd een linie op. De tactische zet mocht echter niet baten. Een moment van onachtzaamheid was weer fataal tegen de twee sluipmoordenaars.

Wat voor Koeman en zijn manschappen restte was slechts de schrale troost dat Ajax na een zwakke seizoenstart langzaam maar zeker weer wat meer flair krijgt. Zonder blessures van de steunpilaren in het elftal moet Ajax in staat worden geacht de volgende ronde te halen. Koeman wil in de komende twee (thuis)wedstrijden tegen Club Brugge en Celta de Vigo in elk geval vier punten halen. Daarbij is het zeker van belang zijn dat Sonck zijn draai eindelijk zal vinden.

Tegen AC Milan kwam Ajax alleen in de loop van de eerste helft en in een fase na rust in de verdrukking. In die periode werd Milan ook een strafschop onthouden, toen Pasanen Inzaghi met een achterwaartse beweging onderuit tikte. Koeman beaamde achteraf dat Milan in de Braziliaan Kaká een onberekenbare middenvelder erbij hebben gekregen. Soms wisselde hij van flank met Clarence Seedorf (later vervangen) en daarop wist Ajax niet altijd goed te anticiperen.

Ajax moest het maar als een compliment beschouwen dat trainer Carlo Ancelotti in de 76ste minuut Inzaghi naar de kant haalde en de spits inruilde voor middenvelder Massimo Ambrosini. Zijn laatste mogelijkheid om te wisselen. Ancelotti was er kennelijk niet van overtuigd dat zijn oersterke verdedigingsblok de minimale voorsprong zou veilig stellen. Hij had bovendien ook nog een vooruitziende blik omdat Gattuso in de extra tijd van het veld werd gestuurd. De Milan-speler sloeg Ibrahimovic in het gezicht de Ajacied hiel een gele kaart over aan het incident. Maar de zelfverzekerdheid waarmee Ancelotti zijn marsroute uitstippelde zou een flinke deuk hebben gekregen als Van der Vaart op de valreep had gescoord.

AC Milan

1

Ajax

0

Ruststand 0-0. 66. Inzaghi 1-0. Schds: Lubos Michel (Slw). Tsch: 55.000. Rode kaart: 90. Gattuso (AC Milan). Gele kaarten: Van der Vaart, Escudé en Ibrahimovic (Ajax).