Meer vicieuze cirkels

Er moeten meer soldaten naar Irak. Want de Amerikanen en hun hulptroepen slagen er niet in binnen afzienbare tijd de voorwaarden te scheppen waaronder aan een overtuigende wederopbouw kan worden begonnen. Turkije, Egypte, India en Pakistan zijn uitgenodigd om militairen te sturen. De twijfel waarmee het verzoek is begroet, grenst aan een weigering. De Amerikaanse regering is in die landen niet populair. Hulp wordt daar verklaard als betoon van solidariteit met president Bush. De Turken willen bovendien dat de Amerikanen in Irak de strijd aanbinden met de Koerdische rebellen die voor een onafhankelijk Koerdistan onder anderen tegen de Turken vechten. Andere Koerden in Irak die de Amerikanen als bevrijders hebben begroet, voelen zich solidair met de vechtende Koerden. Maar Washington wil die 10.000 Turkse soldaten, heeft daarom de Kadek van het Koerdisch verzet tot terroristische organisatie verklaard.

Egypte heeft zijn eigen bezwaren. De routekaart naar vrede en de Palestijnse staat heeft de partijen niet de gewenste weg gewezen. Eerst moet Arafat weg, dood of verbannen, zei de Israëlische regering. Deze zienswijze wekte mondiale verontwaardiging. Op zo'n manier kan president Mubarak niet de gewenste soldaten optrommelen.

Misschien is in Jeruzalem deze keer wel naar president Bush geluisterd. ,,We hebben het niet over het doden van Arafat. Gisteren niet, en vandaag ook niet'', zei minister Silvan Shalom van Buitenlandse Zaken. De dag tevoren had de vice-premier, Ehud Olmert verklaard dat dit doden tot de mogelijkheden hoorde. Intussen heeft de Palestijnse premier Abbas ontslag genomen en is hij opgevolgd door Ahmed Qurei, van wie nog moet blijken dat hij door Washington vertrouwd wordt. Maar met een dode Arafat heeft ook Qurei niets meer te vertellen, en daarom wordt de aanslag opgeschort of heeft het plan daartoe nooit bestaan. Het is maar hoe je het bekijkt.

Is dit vervelende lectuur? Ja. Het gaat over ingewikkelde verhoudingen tussen onoverzichtelijke krachten en machten in verre gebieden. Maar het zijn de nerven van de wereldcrisis die, voortwoekerend, iedere dag minder uitzicht op een oplossing biedt. Karel van Wolferen heeft gelijk. We zijn getuige van ,,de ondergang van een wereldorde''. En het onbegrijpelijke, het fantastische is dat `wij', de democratische volken van het Westen, die zichzelf de uiterste redelijkheid, zo niet het monopolie daarvan toeschrijven, geboeid, ademloos, desnoods verstijfd toekijken, niet anders kunnen dan toekijken, terwijl dit drama zich voltrekt. De politici houden hun redevoeringen, massa's gaan de straat op, columnisten en commentatoren schrijven kilometers tekst, en iedere avond kijkt de wereld naar de volgende acte van de grote desintegratie. Het is alsof we gevangen zijn in een automatisme van zelfvernietiging.

Nu weer de toestand van vandaag. Meer troepen naar Irak. Is dat daar de oplossing? Dat moet proefondervindelijk worden bewezen. In ieder geval is Amerika door zijn reserves heen. Andere geïnviteerde landen willen misschien wel, maar alleen onder twee voorwaarden. Het moet er eerst veiliger worden, en dan onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. Het wordt niet veiliger als er niet meer troepen komen (dat nemen we nu aan), en Washington wil de laatste verantwoordelijkheid niet delen. Althans, er zal lang moeten worden onderhandeld, voor het tot een akkoord tussen deze Amerikaanse regering en de VN kan komen. Dat is voorlopig tweemaal een vicieuze cirkel.

Intussen gebeurt iets anders, op het binnenlandse front in Amerika. De kiezers beginnen onrustig te worden. De oorlog heeft niet gebracht wat beloofd was – een snelle overwinning met de voorspoedige wederopbouw van Irak, nu tot een democratische staat, voorbeeld voor de hele Arabische wereld – maar de opening van een nieuw front. Zoals de president nu zegt: het centrale front in de oorlog tegen het terrorisme.

De troepen aan het begin van de onderneming hadden gedacht dat ze alweer lang en breed thuis zouden zijn, moeten nog maanden blijven. De Democratische oppositie, sinds 11 september in de patriottische gelederen gelijkgeschakeld, daarna in het verloop van de oorlog nog steeds in staat van wanorde, begint zich te reorganiseren. Bush en de zijnen, de Republikeinen in het algemeen, hebben het monopolie van de vaderlandsliefde verloren. Bill Clinton, waar was hij gebleven, houdt een requisitoir tegen deze regering. Als hij dat doet, met zijn politieke instinct, is dat een teken. Het is meer dan wat hij in woorden zegt. Hij laat weten: de tijd is rijp.

Zoals dat meer is voorgekomen in situaties van wereldbelang, op `keerpunten van de geschiedenis', is de rest afhankelijk van de Amerikaanse binnenlandse politiek. Het bewind van Bush, op 11 september uitgedaagd tot de strijd tegen het internationaal terrorisme, heeft er de vorm aan gegeven die de oude oorlog benadert. Daarbij zijn de Amerikanen en ook wij in een situatie terecht gekomen waarin, met de gebruikte middelen, wij niet in staat zijn te winnen en evenmin de strijd kunnen beeïndigen door het toneel te verlaten. Of deze Amerikaanse regering past zich bij de nieuwe verrassende werkelijkheid aan, óf de wereld moet wachten tot 4 november 2004, de dag van de verkiezingen. Voor het zo ver is, moet de wereld door de Amerikaanse verkiezingsstrijd heen, zoals het er nu naar uitziet een krachtmeting die een burgeroorlog zal benaderen. En zeker is, dat het internationaal terrorisme daarmee niet wordt verslagen.