Kabinet: veto EU houden

Het kabinet wil dat lidstaten van de Europese Unie in belangrijke financiële kwesties een vetorecht houden. Dat blijkt uit een kabinetsnotitie over de Nederlandse inzet bij de aanstaande Intergouvernementele Conferentie (IGC) in Rome. Op deze top, die op 4 oktober begint, zal het ontwerp van de Europese Conventie voor een Europese grondwet worden besproken. In het huidige ontwerp is niet voorzien in een vetorecht in financiële kwesties. Het kabinet wil dit recht proberen terug te winnen.

In de kabinetsnotitie, die gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd, geven minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) nog drie prioriteiten aan. Zo wenst Nederland gelijke toegang voor alle lidstaten tot het ambt van voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders. Deze nieuwe functionaris komt er vooral op aandringen van de grote lidstaten, die afwilden van het systeem van roulerende voorzitterschappen. Nederland en andere landen hadden daar liever aan vastgehouden.

Voorts wil Nederland dat het Europees Parlement formeel meer krijgt te zeggen over de verkiezing van de voorzitter van de Europese Commissie. Een vierde prioriteit is het schrappen van de voorgestelde nieuwe Wetgevende Raad uit het ontwerp. Volgens het kabinet is zo'n nieuwe raad overbodig en dreigt ze de rol van de Algemene Raad (van ministers van Buitenlandse Zaken) te overschaduwen.

Enkele punten waarop Nederland nadrukkelijk hamerde tijdens de Conventie verdienen nu minder voorrang in de ogen van het kabinet. Dat geldt onder meer voor de Nederlandse wens de unanimiteit te handhaven bij de strafrechtelijk samenwerking in de EU. Ook daarin is nu niet voorzien.

Verder geeft het kabinet aan niet tot elke prijs voor elke lidstaat een eigen Europees Commissaris met volledig stemrecht te eisen. De Kamer had hierop in een motie van de VVD'er Van Baalen aangedrongen bij het kabinet. Weliswaar wil het kabinet dat elk land een commissaris behoudt, maar of die al dan niet stemrecht moet krijgen, laat het kabinet in het midden.

Volgens het kabinet is nog niet duidelijk in hoeverre er opnieuw kan worden onderhandeld over de uitkomst van de Europese Conventie. Het kabinet zal zich daarom op de IGC flexibel opstellen. ,,Naarmate meer ter discussie gesteld blijkt te [kunnen] worden, zal Nederland meer inbrengen'', aldus de notitie van het kabinet. ,,Naarmate minder kan worden ingebracht, zal Nederland minder inbrengen alleen zijn grootste prioriteiten.''

De Hoop Scheffer en Nicolaï gaan ervan uit dat de IGC uiterlijk in januari moet zijn afgerond. Juridische experts en vertalers zullen namelijk nog enkele maanden nodig hebben om de puntjes op de i te zetten. Het streven is om het grondwetsverdrag zo spoedig mogelijk na de toetreding van de tien nieuwe lidstaten volgend voorjaar te laten ondertekenen.