`Ik lig nu niet meer wakker van een ongeval'

Herman Schenk is arbeidsinspecteur in Noord-Holland en controleert de industriesector daar. ,,De afwisseling vind ik erg leuk. Je weet naar welk bedrijf je gaat, maar je weet nooit wat je achter die deur te wachten staat.''

Arbeidsinspecteur Herman Schenk wordt bij G. van Dalen's vleescentrale in het Noord-Hollandse Schagen ontvangen door bedrijfsleider Cor Guit. Op Guits witte overall zitten allemaal bloedvlekken. In het directiekantoor legt Schenk de bedrijfsleider de reden van zijn komst uit. ,,De Arbeidsinspectie gaat alle slachterijen in Nederland bekijken. Als het goed is, heeft u een brief van ons ontvangen. Daarin stond dat er een risico-inventarisatie moet zijn. Kan ik die zien?'' Als hij de inventarisatie heeft doorgebladerd en een aantal vragen heeft gesteld over inwerkkrachten, het soort machines en gehoorbescherming volgt hij Guit, in een witte jas en pet, naar de slachterij.

Gemiddeld een of twee dagen per week bezoekt Schenk (53) bedrijven in de industriesector in Noord-Holland. De andere dagen werkt hij thuis. Dan maakt hij rapporten van zijn bezoeken en schrijft hij brieven. Bij een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet geeft hij een waarschuwing of stuurt hij een boeterapport naar het Boetebureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat de hoogte van de boete bepaalt. Schenk is ook, net als alle andere arbeidsinspecteurs, buitengewoon opsporingsambtenaar. Dat betekent dat hij een proces-verbaal kan opmaken, boetes mag opleggen en het werk kan stilleggen. Hij vertelt daarom nooit bij bedrijven waar hij woont en zijn kentekenplaat is afgeschermd. ,,Het wordt je namelijk niet in dank afgenomen als je een bedrijf stillegt. Ik ben blij dat ze niet via je kenteken je adres kunnen achterhalen.''

Zijn werkzaamheden kunnen altijd onderbroken worden als hij bij een bedrijfsongeval geroepen wordt door zijn kantoor. Dan moet hij meteen naar het desbetreffende bedrijf. ,,Ik spreek met eventuele getuigen van het ongeval, ik maak foto's en indien mogelijk praat ik met het slachtoffer. Elk bedrijf is verplicht de Arbeidsinspectie in te schakelen als er een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden. Gisteren nog moest ik naar een bedrijf, omdat een man beklemd zat en uiteindelijk een deel van zijn been kwijtraakte. Mijn primaire taak is kijken of het bedrijf de Arbowet heeft overtreden. Secundair is mijn taak dat ik ervoor zorg dat deze overtredingen niet meer kunnen gebeuren.''

Zijn eerste dodelijke ongeval weet hij nog goed. ,,Een kind reed met een werknemer mee op de vorkheftruck. De truck viel om, in het water. Het kind verdronk, omdat de truck onder water op 'm landde. En dan sta je daar. Je sluit je af voor wat er echt is gebeurd, je moet dan gewoon je werk doen en jezelf afvragen: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Ik lig niet wakker van een zwaar ongeval, niet meer althans. In deze baan kom je situaties tegen die niet prettig zijn, dat hoort bij je werk.''

Met een geluidsmeter, een soort microfoon met een grijs meetkastje, en een zwarte leren map met documentatie in de hand, stapt Schenk in de slachterij voorzichtig over de plassen bloed en stukjes varken op de grond. Terwijl hij wat vragen stelt aan Guit, hakt en trekt een man met gouden oorbellen, gouden kettingen en opgestroopte mouwen achter hem wat ingewanden uit een varken. ,,Mooi he?'' roept hij grijnzend naar Schenk als het varken is leeggehaald. Na de rondleiding vertelt Schenk de bedrijfsleider wat hem is opgevallen. ,,Je moet een geluidsplan laten maken. Ik heb in de slachterij bij de branders het geluid gemeten en dat lag ver boven het maximum aantal decibels. De werknemers moeten gehoorbescherming gaan dragen.''

Herman Schenk is nu zeventien jaar arbeidsinspecteur. Hij werkt 36 uur per week. Hoeveel hij verdient, wil hij niet zeggen, maar een inspecteur verdient per maand maximaal 4.000 euro bruto. Hij begon in de scheepsbouw en volgde in de avonduren de opleiding werktuigbouwkunde. Daarna werkte Schenk onder meer in een drukkerij. Maar het bedrijf ging failliet en Schenk kwam bij het Arbeidsbureau terecht. ,,Toen zei ik tegen die mevrouw aan de andere kant van het loket: wat u doet, lijkt me wel leuk.'' Toen hij bij het Arbeidsbureau werkte, kwam hij zijn huidige collega bij de Arbeidsinspectie tegen. Schenk wilde weer in de techniek werken en vroeg de man of er bij de inspectie plaats was.

,,Het leukst aan dit werk vind ik de afwisseling. Ik zou ook nog geen leidinggevende functie hier willen, want dan zit je alleen maar op kantoor. Als je naar een bedrijf gaat, weet je wat voor een bedrijf het is, maar je weet nooit wat je achter die deur te wachten staat.'' Het werk is in al die jaren ongeveer hetzelfde gebleven, zegt Schenk, die voorlopig gewoon inspecteur wil blijven. ,,Alleen had je vroeger voor elke sector met aparte besluiten te maken. Nu valt alles onder de Arbowet.''

Om half vier zit Schenk bij het derde en laatste bedrijf van deze dag. Dit grafische bedrijf zag de opdrachten teruglopen door sars en de oorlog in Irak. De bedrijfsleiding vraagt daarom voor de tweede keer werktijdverkorting aan voor de werknemers. Schenk zegt dat dat wel kan, maar uiterlijk tot eind september, ,,omdat dit bedrijf deels seizoensgebonden werk doet, dus in de winter zijn de inkomsten altijd lager''.

Zijn planning is wat uitgelopen, omdat de hercontrole bij het tweede bedrijf, een productieonderneming in Heerhugowaard, langer duurde dan verwacht. De situatie in het bedrijf is veranderd doordat er een nieuwe directeur is. Een half jaar geleden had Schenk het bedrijf een waarschuwing gegeven. ,,De eerste keer dat ik hier binnenliep, moest ik even een paar keer slikken. Er mankeerde zoveel, voornamelijk aan de machines.'' De situatie is nu enigszins verbeterd. In de werkplaats loopt hij naar een man toe die achter een persmachine zit. ,,Waarom draagt u geen gehoorbescherming? Wilt u uw kleinkinderen straks nog horen? Als u het de volgende keer weer niet draagt, dan krijgen u en het bedrijf een boete.''

Als Schenk ziet dat werknemers zich niet aan de regels houden, zegt hij er meestal wat van. ,,Mijn ervaring is dat de werknemers het niet geloven, als ik ze er niet zelf op aanspreek.'' Hij hecht erg aan zijn geloofwaardigheid en overtuigingskracht. ,,Ik heb er een hekel aan om een boeterapport te schrijven nadat ik ze al een waarschuwing heb gegeven. Dan is mijn overredingskracht blijkbaar niet groot genoeg geweest. Je hebt natuurlijk de wet achter je, maar ik stel wel haalbare eisen aan het bedrijf. Ik hoop altijd maar dat ze inzien dat het beter is dat de mensen aan het werk kunnen blijven, dat ze niet in de ziektewet belanden.''

Dit is een maandelijkse rubriek over de loopbaan van een werknemer