Hersenspinnen aan het zwembad

Wie liever niet weet welke verrassing een film biedt, kan beter ophouden met lezen. De verrassing in Swimming Pool is namelijk het wezen van de film. De Franse filmer François Ozon schetst in Swimming Pool een psychologisch portret van een eenzame vrouw, gespeeld door Charlotte Rampling. Ozon maakte eerder Sous le sable, een psychologisch portret van een eenzame vrouw, ook gespeeld door Charlotte Rampling. En wat hij in Sous le Sable deed, doet hij hier weer. Anders, spannender en opwindender, maar toch soortgelijk. En met een extra frappe aan het eind, zodat je gaat denken over wanneer je 'm doorhad en welke aanwijzingen in de film je op het spoor hadden moeten zetten.

Rampling is Sarah Morton, een succesvolle Engelse detectiveschrijfster met writer's block. Binnen enkele droeve minuten weten we dat ze bitter is, dat ze 's ochtends al whisky drinkt, dat ze voor haar oude vader zorgt en dat ze een verhouding heeft, of wenst, met haar uitgever, de gladde John Bosload (Charles Dance).

In dat `wenst' schuilt de clou van de film. Wat Sarah na een bezoekje aan haar uitgever meemaakt is dat feit of verlangen? John biedt haar aan een tijdje te logeren in zijn huis in Frankrijk. Kom jij ook, vraagt ze. Misschien, zegt hij, maar ik zit met mijn dochter. Dan zien we haar naar Frankrijk reizen, waar ze een prachtig huis met zwembad aantreft vlak bij een rustig dorp, met een terrasje zoals het zijn moet en een interessante ober erbij. Ze kan vrijwel direct weer schrijven.

Abrupt en onaangekondigd komt Johns Franse dochter Julie het huis in. Sarah heeft meteen een hekel aan haar en komt dat nou door het blote feit van Julie's bestaan, door haar egocentrische slordigheid of door haar geilheid? Want geil is Julie, Ozons ontdekking Ludivine Sagnier, met haar pasvolwassen lichaam zeker. Huis, tuin en zwembad worden vrijplaats voor opgewonden mannen, tot de oude tuinman aan toe.

,,Arme moeder'', kat Sarah, ,,met een dochter die elke nacht met een andere man thuiskomt.'' ,,En jij,'' zegt Julie, ,,bent een gefrustreerde Engelse trut, die vieze dingen opschrijft, maar ze niet durft te doen.'' Die nacht komt Julie niet thuis. Sarah is ongerust, gaat de volgende ochtend Julie's kamer in, vindt haar dagboek en begint het driftig over te tikken. Dan zwaait de camera opzij en zien we via de ene spiegel de andere spiegel waarin de schrijfster zit te tikken. Is het daar dat Ozon definitief het hoofd van Sarah in gaat? Dit lijkt in ieder geval het moment dat in Sarah de moederlijke deernis het wint van de vrouwelijke jaloezie. Nu heeft ze Julie onschadelijk gemaakt en krult voor het eerst een lachje om haar mond.

Net als in Sous le Sable is de onzekerheid over wat echt gebeurt en wat het personage van Rampling denkt dat ze ziet de brandstof voor de film – en Rampling is een actrice bij wie de dubbelzinnigheid in het gezicht gebeiteld staat. In zijn manier van filmen brengt Ozon geen onderscheid aan tussen de twee toestanden. Alleen met de laatste beelden geeft hij ons de zekerheid dat ten minste een deel van wat we hebben gezien, zich alleen in Sarahs hoofd heeft afgespeeld. Maar we weten niet welk deel.

De vraag is of dat ertoe doet. Moet je van puzzelen houden om Swimming Pool te waarderen? Is het belangrijk om te weten of wat je bekijkt echt is of begoocheling? Alles wat we zien is toch wat Ozon ons wil voorspiegelen. De kwaliteit van de film is de kwaliteit van het voorgespiegelde – en die is hoog. Ozon bewijst zich opnieuw als een consequente filmer die het ongrijpbare van de geest bijna tastbaar op het scherm krijgt.

Swimming Pool. Regie: François Ozon. Met: Charlotte Rampling, Ludivine Sagnier, Jean-Marie Lamour. In 20 bioscopen.