`Gerrit moet zijn literatuur beter bijhouden'

Gezaghebbende economen schieten gaten in de miljoenennota. Maar met concrete alternatieven voor het kabinetsbeleid komen ze niet.

Waarom doet het kabinet-Balkenende niet datgene waarvan iedere weldenkende econoom weet dat het goed is voor de Nederlandse economie? Die vraag ging gisteren in vele collegezalen rond. Gezaghebbende economen richtten hun pijlen op de begroting 2004. Gebrek aan visie, gebrek aan lef, het verspreiden van mythes en zelfs bedrog, het voeren van tegenstrijdig beleid, er bleef niet veel heel van de plannen die Balkenende en de zijnen gisteren presenteerden.

In de Haagse vestiging van de Universiteit Leiden kruisten de economen Eijffinger (Tilburg) en Theeuwes (Amsterdam) op verzoek van deze krant de degens. Het thema van de discussie, stimuleren of saneren, was ingegeven door het enorme pakket aan bezuinigingen dat gisteren werd gepresenteerd. Alleen volgend jaar al snijdt het kabinet voor bijna 11 miljard euro weg uit de begroting. Dat moet wel ten koste gaan van de economische groei, zo luidde de stelling, en dus is het beter te investeren in tijden van economische neergang, dan fors te bezuinigen.

De Tilburgse hoogleraar Sylvester Eijffinger, van huis uit CDA-econoom maar tevens adviseur van de Europese Commissie inzake het Stabiliteitspact, pakte vooral minister Zalm (Financiën) aan. ,,Zalm heeft drie mythes in de miljoenennota opgenomen'', betoogde Eijffinger. ,,Hij beweert dat de situatie nu net zo erg is als in de jaren tachtig. Dat is niet zo. Hij beweert dat er extra bezuinigd moet worden ten opzichte van het regeerakkoord om aan de Brusselse regels te voldoen. Dat is ook niet zo. En tenslotte beweert hij dat hij tegen procyclisch beleid is, terwijl hij dat zelf gevoerd heeft aan het eind van Paars II.'' Eijffinger kwalificeerde de miljoenennota dan ook als ,,ongetwijfeld weer erg knap, maar weinig overtuigend''.

Zijn collega Jules Theeuwes van de Universiteit van Amsterdam bleek het grotendeels eens met de analyse van het kabinet. Hij was het alleen niet eens met de oplossingen, zo bleek. ,,Er zitten tegenstrijdige signalen op het gebied van arbeidsmarktbeleid in de miljoenennota'', zei hij. Zo dringt minister De Geus (Sociale Zaken) aan op het bevriezen van de lonen de komende twee jaar, terwijl uit de nota blijkt dat de zogenoemde marginale wig toeneemt, waardoor de loonkosten voor werkgevers stijgen. ,,Dat wordt veroorzaakt door de hogere pensioenpremies en de lastenverzwaringen'', zei Theeuwes. De roep om loonmatiging is een typische vorm van ,,paniekbeleid'', aldus Theeuwes. ,,Structurele maatregelen om de economie te verstevigen worden niet genomen'', zei hij. ,,Het ontbreekt dit kabinet aan visie.'' Gespreksleider Jouke de Vries haalde daarop Abraham Kuyper aan: ,,Waar visie ontbreekt, verwildert het volk''.

Aan de Universiteit van Amsterdam haalde PvdA-denker en hoogleraar economie Rick van der Ploeg uit naar het kabinetsbeleid. Ook hij zoekt tevergeefs naar visie. ,,Dit kabinet is van niemand. Het is niet rechts, het is niet links en het is ook niet van het bedrijfsleven. Er straalt geen enkele inspiratie uit'', aldus Van der Ploeg die nog staatssecretaris was in het tweede paarse kabinet. De bezuinigingen op zich storen Van der Ploeg niet. ,,Er zit nog veel kaf en van sommige bezuinigingen – zoals een eigen bijdrage in de gezondheidszorg – denk ik dat het paarse kabinet ze had moeten doorvoeren. Maar er staat in de troonrede geen enkele reden waarom de economie weer opgekikkerd zal worden.'' De hoogleraar, die doceert in Amsterdam en het Italiaanse Florence, vraagt zich wel af of dit het juiste moment is voor zulke omvangrijke bezuinigingen. ,,Het lijkt me slimmer om, net als Duitsland en Frankrijk, het financieringstekort wat te laten oplopen zodat de vraag niet wordt afgeremd.''

Maar wat er dan wel precies moet gebeuren met de economie, bleef bij alle economendebatten in het midden. Veel verder dan investeren in kennis en innovatie, het verhogen van de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit en een hervorming van de dure gezondheidssector kwam het economenkorps niet. Die analyse maakt Balkenende c.s. ook. Hoe de productiviteit verhoogd moet worden, en hoe de arbeidsdeelname kan worden verbeterd, blijkt lastig. Termen als ,,inzetten op reïntegratie'' en ,,het bevorderen van de productiviteit'' vlogen door de overigens goed gevulde zaaltjes. Suggesties om te investeren in ,,mensen, machines en marktwerking'' (Theeuwes) worden ook door het kabinet gedaan.

Toch geloven de economen zelf dat er wel degelijk een rol is weggelegd voor hen in de politieke besluitvorming. Eijffinger bijvoorbeeld concludeerde dat het in de politiek helaas nog steeds zo is dat ,,beleidsmakers zich laten leiden door achterhaalde economen''. ,,Gerrit (Zalm, red.) moet zijn literatuur beter bijhouden'', zei hij, ,,en advies vragen aan goede, up-to-date-economen.'' Een onafhankelijke denktank van economen (,,Raad voor Economisch Advies'') die de regering adviseert over economische vraagstukken zou volgens Eijffinger een hoop problemen in de toekomst voorkomen. Theeuwes: ,,Dan wordt het wellicht beter mogelijk om dingen eerder van tevoren te zien aankomen, en dat is wel zo netjes tegenover de burger aan wie je het beleid moet uitleggen''.