Franse clubs willen Monaco verstoten

AS Monaco, vanavond tegenstander van PSV in de Champions League, ondervindt bij de andere clubs in de Franse competitie veel kritiek. ,,Monaco onttrekt geld dat aan het Franse voetbal toebehoort.''

Het Franse voetbal wil zich ontdoen van de huidige koploper van de competitie. De topclubs Olympique Lyon en Olympique Marseille, die dit seizoen ook Frankrijk vertegenwoordigen in de Champions League, hebben de nationale voetbalbond opgeroepen maatregelen te nemen tegen deze in hun ogen `oneerlijke concurrent'.

Voorzitter Aulas van kampioen Olympique Lyon noemt het een schande dat Monaco geen belasting hoeft te betalen over buitenlandse werknemers: ,,De fiscale voordelen van Monaco lopen op tot meer dan dertig miljoen euro. Dat is voor de meeste clubs bijna de helft van de begroting. Dit is met de beste wil van de wereld voor ons niet meer acceptabel. Er moet iets gebeuren om dit voordeel te compenseren. Ik geloof dat tachtig procent van de betaalde clubs in Frankrijk ons steunt.''

De kritiek op Monaco heeft een voorgeschiedenis. De zevenvoudig Frans kampioen dreigde een paar maanden geleden bankroet te gaan, omdat de schulden in een paar jaar tijd waren opgelopen tot naar schatting tachtig miljoen euro. Voorzitter Jean-Louis Campora, die 27 jaar de leiding had en tevens voorzitter was van het Monegaskische parlement, hoopte een Russische geldschieter te strikken die meteen honderd miljoen euro voor de club zou vrijmaken. Daarmee kon Campora zijn eigen wanbeleid verdoezelen, maar prins Rainier van Monaco sprak hierover een veto uit. AS Monaco mocht niet het risico lopen een object te worden voor witwasserij van Russisch kapitaal.

Daarmee kwam het voortbestaan van de club wel in gevaar. De Franse voetbalbond besloot Monaco geen licentie voor de hoogste divisie te geven. Maar dat het zo'n vaart niet zou lopen was al snel duidelijk. Prins Albert vond enkele Monegaskische geldschieters bereid de club te redden. Zelf kon de prins niets doen, omdat elke investering van zijn kant wordt gezien als een overheidssubsidie en dus binnen de door het Europese hof gestelde grenzen moet blijven.

Monaco werd aldus weer toegelaten tot Ligue 1, waarin het nu weer koploper is. Intussen had binnen het Stade Louis II een paleisrevolutie plaats. Campora, die veel machtige vrienden had binnen de bond, werd aan de kant geschoven. Zijn opvolger Pierre Svara, een oud-klasgenoot van prins Albert, zorgde ervoor dat de ploeg van trainer Didier Deschamps niet werd ontmanteld, zoals drie jaar geleden wel gebeurde na het laatste kampioenschap. Toen topscorer Nonda ernstig geblesseerd raakte, wist Svara zelfs de Spaanse international Morientes los te weken bij Real Madrid. Hoewel de aanvaller wordt gehuurd van de Spaanse kampioen, twijfelen de rivalen eraan of alles wel conform de regels iFC Monacos gebeurd. De transfer van Morientes is de aanleiding van het felle protest van Lyon en Marseille.

De tegenstanders van Monaco in de Franse bond vinden het moment gekomen om maatregelen te nemen. ,,Vroeger was het fiscale voordeel voor Monaco wel te overzien'', zegt voorzitter Bouchet van Olympique Marseille, ,,omdat elke club maar een gelimiteerd aantal buitenlandse spelers in dienst kon nemen. Daarbij kocht Monaco vaak spelers bij andere Franse clubs. Sinds het Bosman-arrest kan Monaco bij wijze van spreken elf buitenlanders opstellen, zonder belasting te betalen over het salaris van die spelers. Dat kan niet meer in deze tijd.''

Voorzitter Aulas van Lyon wil zelfs zover gaan dat Monaco niet meer meedeelt in de opbrengsten van de tv-rechten van de Franse competitie. Als alternatief is voorgesteld dat Monaco het bedrag dat de club niet aan belasting voor zijn buitenlandse werknemers hoeft te betalen als een soort entreegeld aan de Franse bond moet afdragen om in aanmerking te komen voor deelname aan de competitie. Een andere ergernis is dat Monaco namens Frankrijk deelneemt aan de internationale toernooien.

,,Er gaat zoveel geld om in de Champions League dat alleen Franse clubs daarvan moeten profiteren. Wanneer Monaco er met de buit vandoor gaat, is dat ten nadele van ons voetbal, want Monaco onttrekt geld dat aan het Franse voetbal toebehoort'', meent Noël Le Graet, voorzitter van Guingamp. En Aulas: ,,Monaco moet zich op eigen titel inschrijven bij de UEFA, zoals clubs uit Wales, Liechtenstein en Andorra en wanneer het zich dan via de voorrondes plaatst voor het hoofdtoernooi is dat voor alle partijen alleen maar beter. Monaco moet vanaf nu geen Franse club meer in de weg zitten.''

Het moment van deze aanval op Monaco is opmerkelijk. In het verleden werd nooit geklaagd over de uitzonderlijke positie die Monaco in het Franse voetbal inneemt. De club heeft een goede jeugdopleiding en is al jaren een hofleverancier van talenten voor de nationale ploeg (Djorkaeff, Petit, Thuram, Henry, Trézéguet) en zorgde vaak voor goede resultaten in het internationale voetbal.

In de laatste zeven seizoenen is Monaco de enige Franse club die de halve finales van de Champions League bereikte. De club kan ook op steun binnen de bond rekenen, maar het is niet duidelijk of bondsvoorzitter Claude Simonet de machtige clubs zijn wil kan opleggen in deze kwestie. Daarbij is de deelname van Monaco aan de Franse competitie gebaseerd op het Frans-Monegaskische verdrag van 1963, dat door president De Gaulle en prins Rainier is ondertekend. Een uitsluiting van de voetbalclub zou direct leiden tot een diplomatieke crisis tussen beide landen.

Voorzitter Svara van Monaco hoopt dat de kwestie wegebt. ,,Ik ontken de fiscale voordelen van Monaco niet, maar ik zeg toch ook niet dat het oneerlijk is dat Marseille per thuiswedstrijd 60.000 mensen trekt en wij slechts 6.000. Ik kan ook vragen dat we dan ook maar meteen alle recettes eerlijk verdelen. Monaco heeft zijn plaats in het Franse voetbal. De toon van de discussie bevalt me niet, want het lijkt erop alsof ze ons er echt uit willen gooien.''

Svara heeft nog een ander, urgenter probleem. ,,De schulden zijn deels gesaneerd, maar dat wil niet zeggen dat we er financieel goed voorstaan. Het duurt zeker drie jaar voordat we het gat echt hebben gedicht. Deelname aan de Champions League is daarom van levensbelang.''

In Frankrijk en ook daarbuiten wordt Monaco nooit helemaal serieus genomen, ondanks dat de club tweemaal de halve finale van de Champions League bereikte en één keer de finale van de Europa Cup voor bekerwinnaars. De club wordt vooral in verband gebracht met de prinselijke familie, het casino en met lege tribunes.

Prins Albert neemt het op voor zijn jeugdliefde: ,,De voetbalclub heeft niets te maken met het casino en het beeld dat men van Monte Carlo heeft. AS Monaco is een voetbalclub uit een kleine stad met 15.000 permanente inwoners, waar ook gewone mensen elke dag naar het werk gaan. En die mensen houden van deze club. We hebben niet de aanhang van Marseille of zelfs van Nice, maar Monaco is wel een echte voetbalclub die binnen het Franse en het Europese voetbal zijn sporen heeft verdiend. Vanaf mijn jeugd droom ik dat de spelers van Monaco met de Europa Cup voor het casino mogen poseren. Ik hoop dat moment een keer te mogen beleven.''