Zone

De NS hoopt dat de reizigers elkaar op hun gedrag gaan aanspreken, schreef Japke-D. Bouma gisteren in haar artikel op de Achterpagina over de stiltezones in treinen. Akkoord, dacht ik meteen, maar dan moeten niet alleen de lawaaimakers worden aangesproken.

Ik moest terugdenken aan de ervaringen met meneer X., een joyeuze vijftiger met opgerolde hemdsmouwen, die ik enkele weken geleden in de eerste klas van de intercity Rotterdam-Amsterdam aantrof.

Hij zat er royaal bij. Je hebt mensen die maar een paar symbolische handelingen nodig hebben om duidelijk te maken dat zij de wereld als hun eigendom beschouwen. Meneer X. was zo iemand. Hij had een grote reiskoffer geplaatst tussen de bank waarop hij zat en de tegenoverliggende bank. Op de plaats naast zich had hij zijn geruite zomercolbert gelegd.

Zodoende hield meneer X. drie volle plaatsen bezet, hoewel we mochten aannemen dat hij er maar voor één betaald had. Bovendien was het avondlijke spitsuur aangebroken, zodat er voortdurend nieuwe treinreizigers aarzelend naar de percelen van meneer X. keken. In zulke situaties valt me altijd weer op hoe weinig assertief de meeste mensen zijn, mezelf niet uitgesloten. Je hebt geen zin in boze blikken en je loopt tandenknarsend door.

Fout! Want op die manier roepen we het onvoorstelbare over onszelf af.

Het begon bij een tussenstop in Leiden. Een man en een vrouw stapten samen in, keken om zich heen in het volle compartiment en lieten toen hun blik rusten op de drie plaatsen van meneer X.

,,Vindt u het goed als...'' waagde de vrouw, en ze ging alvast maar op de bank tegenover meneer X. zitten.

Brutaal wijf, zagen we meneer X. denken, maar hij manoeuvreerde zijn koffer toch maar naar het gangpad, waar we er allemaal over mochten struikelen. De andere man ging naast de vrouw zitten.

Het bleken collega's te zijn en ze begonnen op normale toon een gesprekje over hun werk. De buitenwijken van Leiden lagen nog maar nauwelijks achter ons, toen meneer X. al opkeek van zijn krant en op besliste toon tegen het duo zei: ,,Het is niet de bedoeling dat u in de eerste klas luide gesprekken gaat voeren. Ik wil graag lezen.'' Hij rondde deze mededeling met een kort knikje af en ging toen weer door met zijn lectuur.

De man en de vrouw keken elkaar even in lichte ontsteltenis aan. Toen zei de vrouw: ,,Vreemd. U neemt drie plaatsen in beslag en wij zouden niet met elkaar mogen praten?''

,,Inderdaad'', zei meneer X.

,,Is dat nieuw beleid van de spoorwegen?'' vroeg de man.

Meneer X. knikte. Hij deed er verder voldaan het zwijgen toe, als iemand die zich gesteund weet door een uitspraak van de Hoge Raad. De man en de vrouw zetten hun gesprek op gedempte toon voort, maar de aardigheid was eraf.

Wat valt hieruit te leren?

Dat stiltezones nog maar het begin zijn. De hele trein zou één grote anti-hufterzone moeten worden, waardoor de goedwillende reiziger gemachtigd is om de ergste egoïsten zonder pardon in stukken te snijden en door het wc-gat af te voeren.