Wonderen zijn nu te duur

Om het lerarentekort op te lossen beloofden alle partijen hogere salarissen. Dat geld is er niet. De sombere arbeidsmarkt helpt gelukkig een handje mee.

De politieke leiders hebben het nu allemaal over de teloorgang van Nederland als `kenniseconomie', maar de afgelopen twee verkiezingen stonden in het teken van een ander probleem in het onderwijs: het lerarentekort.

De cijfers zijn nog steeds alarmerend. Volgens de Inspectie van het Onderwijs zijn er tot 2007 meer dan 50.000 nieuwe leraren nodig, 28.000 in het basisonderwijs en 17.000 in het voortgezet onderwijs. Alleen al dit jaar verlaten zo'n 6.400 leraren het basisonderwijs.

Voor dat probleem zijn onorthodoxe maatregelen nodig, vonden alle partijen. De VVD wilde een voortzetting van het beleid van de liberale minister Hermans, die de tekorten met grote investeringen in de arbeidsvoorwaarden wilde terugdringen. Volgens het verkiezingsprogramma van de VVD in 2002 was er 1,2 miljard nodig om het onderwijs te professionaliseren. Zo moesten de schoolgebouwen schoner worden en zouden er meer onderwijsassistenten aangesteld moeten worden.

Alle partijen, ook de LPF, steunden de roep om meer geld, met name voor de lerarensalarissen. Totdat tijdens de onderhandelingen voor het eerste kabinet-Balkenende bleek dat er eigenlijk helemaal geen geld meer was. De geprolongeerde minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven (CDA), zoekt het daarom in ,,creatieve oplossingen''. De vorige kabinetsperiode had zij vrijwel geen cent extra om meer leraren te werven, het komende jaar moet zij het met 71 miljoen euro doen.

Van der Hoeven werkt met dit geld aan plannen om prestatiebeloning in het onderwijs in te voeren. Leraren die lesgeven op `zwarte scholen', leiding geven of goed presteren moeten meer kunnen verdienen dan andere collega's.

Van der Hoeven kondigde bovendien aan de regelingen voor het aanstellen van zogeheten zij-instromers makkelijker te maken. De komende vier jaar moeten er 4.000 mensen van buiten het onderwijs met behoud van hun vorige inkomen voor de klas staan. De eisen voor deze groep waren altijd hoog zij hebben immers geen lerarenopleiding gevolgd maar Van der Hoeven heeft onlangs de Tweede Kamer voorgesteld deze flink naar beneden bij te stellen.

Daarbij wil Van der Hoeven de leraren die er wel zijn beter ondersteunen. Met betere bij- en nascholing van docenten en wat meer begeleiders op school hoopt zij de uitval tegen te gaan.

Maar deze maatregelen kunnen niet verhullen dat het optimisme van de verkiezingscampagne van 2002 verdwenen is. Minister Van der Hoeven herhaalde bij de presentatie van de begroting dat van haar echt geen wonderen verwacht hoeven te worden. Zij is al blij als het tekort aan personeel in 2007 is gedaald naar 2.200. Zonder maatregelen zou het tekort dat jaar 10.400 leraren hebben bedragen.

In woorden is de aanpak van het lerarentekort voor Balkenende-I en Balkenende-II de absolute prioriteit in het onderwijs. Maar een groot probleem is dat het geld om de lerarensalarissen marktconform te laten stijgen op is. Sterker: het kabinet wil zwaar bezuinigen op de arbeidsvoorwaarden van leraren net als van ambtenaren en verpleegkundigen overigens. Dit moet het komende jaar 650 miljoen euro opleveren, een veelvoud van de extra investeringen.

Van der Hoeven heeft één bondgenoot: de recessie. Omdat in het bedrijfsleven een goede baan niet langer vanzelfsprekend is, zijn de lerarenopleidingen voor het eerst sinds jaren weer in trek. Ook het aantal zij-instromers neemt toe. Met dit lichtpuntje zullen de minister en de scholen het voorlopig moeten doen.