Voor burgers moet de echte pijn nog komen

Het dieptepunt van de recessie is achter de rug, maar de echte pijn voor burgers en bedrijven moet nog komen. Het kabinet gebruikt de slechte economie voor ingrijpende maatregelen.

Het dieptepunt van de huidige economische dip is gepasseerd. Het is een van de weinige positieve constateringen in de jaarlijkse sociaal-economische stukken van prinsjesdag: de Macro Economische Verkenning (MEV) 2004 van het Centraal Planbureau en de Beleidsagenda van Sociale Zaken (voorheen Sociale Nota).

Volgens de MEV waren de eerste twee kwartalen van 2003 de slechtste sinds begin jaren '80, maar trekt de economie sinds de tweede helft dit jaar weer aan. Per saldo staat Nederland dit jaar economisch gezien stil. Voor 2004 wordt een groei van 1 procent verwacht. Dat is nog altijd een vol procentpunt onder de door het CPB haalbaar geachte groei van 2 procent per jaar, maar er gloort licht aan de horizon.

Het steekt allemaal schamel af bij de groei waar Nederland aan gewend was geraakt. Met een jaarlijkse groei van meer dan 3,5 procent sinds halverwege de jaren '90, was iedereen nagenoeg vergeten dat er zoiets als laagconjunctuur bestond. En juist daarom zit het tweede kabinet-Balkenende nu met een probleem.

In de jaren van hoogconjunctuur is Nederland namelijk internationaal uit de pas gaan lopen, zo is de analyse van het huidige kabinet. Daarbij wordt vooral gewezen op de hoge loonkosten. Die stegen in de marktsector in 2001 met 4,5 procent, in 2002 met 3,5 procent en dit jaar naar verwachting met 2,75 procent. De loonkosten per eenheid product in de verwerkende industrie laten een nog hogere stijging zien: in 2001 5,8 procent en in 2002 4,6 procent. In vergelijkbare landen lag de stijging van de loonkosten per eenheid product veel lager: in 2001 op 2,4 procent en in 2002 zelfs op -0,2 procent.

Het is maar een greep uit de sombere gegevens van kabinet en CPB. Een voor de export ongunstige euro-dollarkoers, het groeiend leger niet-werkenden, en een relatief hoge inflatie, de stijgende kosten van de pensioenen: het Nederlandse bedrijfsleven heeft aan het begin van deze eeuw zijn concurrentiepositie op het spel gezet.

Het CPB constateert dat de situatie nu ernstiger is dan die begin jaren '90. Eigenlijk, zo stellen de rekenmeesters, staat de economie al twee jaar nagenoeg stil. De particuliere consumptie hapert, bedrijfsinvesteringen blijven uit of dalen zelfs en ook de overheid, die vorig jaar dankzij extra investeringen nog voor een lichte groei van de economie zorgde, is budgettair gezien aan het eind van haar Latijn. Sterker nog, zonder een bezuinigingspakket dat zijn weerga niet kent zou het tekort op de begroting door de Europese grenzen heen schieten. Nu blijft de schade `beperkt' tot een tekort van 2,4 procent van het bruto binnenlands product volgend jaar.

Op nationaal niveau, en met name voor minister Zalm (Financiën), mag de schade meevallen, veel individuen staat nog heel wat sociale en economische tegenslag te wachten. Het aantal werklozen gaat volgens het CPB oplopen van 400.000 nu naar 540.000 volgend jaar (ofwel 7 procent van de beroepsbevolking). Dat percentage bevindt zich ruim boven de zogenoemde evenwichtswerkloosheid, de `natuurlijke stand' van werklozen gegeven de huidige economische situatie, die 5,5 procent bedraagt.

,,V&D, BAM, de vele ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf: de crisis wordt duidelijk voelbaar'', zei minister De Geus (Sociale Zaken) bij de persbijeenkomst over zijn begroting. Het aantal mensen met een WW- of bijstandsuitkering zal in dezelfde orde van grootte stijgen: van 665.000 naar 780.000. (Er zijn meer uitkeringen dan werklozen, omdat niet alle mensen met bijstand als werkloos staan geregistreerd.)

Daar komt een specifiek Nederlands probleem bij: de WAO. Er zijn 980.000 arbeidsongeschikten, een aantal dat vooral door nieuwe, succesvolle wetgeving niet meer lijkt te groeien. Maar het kabinet zal zich hier niet snel positief over uitlaten: er wordt immers al jaren gewerkt aan een ingrijpende wijziging van de WAO-regels. Dit kabinet, in het bijzonder minister De Geus, wil graag de geschiedenis ingaan als het kabinet dat nu eindelijks eens de WAO daadkrachtig aanpakte.

Dan is er nog een andere groep die langs de kant staat, geheel vrijwillig: mensen tussen de 55 en 65 jaar. Van deze groep werkt grofweg eenderde. Sinds 1993 is de arbeidsdeelname van ouderen aanzienlijk gestegen. In de jaren '80 werden ouderen zo enthousiast gestimuleerd om plaats te maken voor jongeren dat het percentage werkzame ouderen daalde tot een kwart. Het huidige niveau van 37 procent (dit is exclusief de mensen die minder dan twaalf uur werken) vindt het kabinet nog steeds te laag. Overigens doet Nederland het op dit vlak niet slechter dan Frankrijk en Duitsland. In de Scandinavische landen en Groot-Brittannië werken veel meer ouderen, meer dan de helft.

Alles bij elkaar opgeteld ontstaat het beeld dat te veel mensen langs de kant staan en te weinig mensen werken. Als de arbeidsparticipatie niet verbetert, komt Nederland voor grote problemen te staan, aldus het kabinet. Nu zijn er drie 65-plussers op elke tien werkenden. In 2040 zullen dat, bij ongewijzigde arbeidsparticipatie, zes 65-plussers op tien werkenden zijn. En die 65-plussers worden ook nog eens ouder dan nu.

Hoewel het dieptepunt van de crisis volgens het CPB inmiddels is gepasseerd, is het nu voor Balkenende c.s. toch tijd om in te grijpen. Met een ombuigingspakket van 10,9 miljard euro en een lastenverzwaring van 1,2 miljard alleen al volgend jaar. Grosso modo zijn de maatregelen gericht op het versterken van de economische structuur, op het weerbaarder maken van de Nederlandse economie. Centraal daarbij is het meer mensen aan het werk helpen, waardoor een hogere arbeidsparticipatie ontstaat.

Het belangrijkste onderdeel van de bezuinigingen is de versobering van de sociale zekerheid. De Geus verwacht daar dan ook ,,een keerpunt''. De WAO zal ingrijpend wijzigen, de aanspraak op de WW zal fors worden bekort, bijstandsgerechtigden worden steviger aangepakt, fiscale prikkels om mensen eerder te laten stoppen met werk gaan op de helling.

Volgend jaar zal ruim 5 miljard op de sociale zekerheid worden bezuinigd, in 2007 moet dit bedrag zijn opgelopen naar ruim 9 miljard euro. Het vier jaar achtereen niet meer koppelen van de uitkeringen en ambtenarensalarissen aan de inkomens in de marktsector, levert in 2007 2,9 miljard euro op.

Op de `softe' maatregelen om mensen aan het werk te krijgen, wordt ook bezuinigd. Zo wordt op het reïntegratiebudget (voor scholing, begeleiding, werkervaringsplaatsen, gesubsidieeerde arbeid) 850 miljoen gekort.

Het kabinet zoekt het vooral in de financiële prikkels om mensen weer aan het werk te krijgen. De economie zal zo meer vitaliteit moeten krijgen: de arbeidskosten zullen door een groter aanbod (relatief) moeten dalen en meer mensen zullen bijdragen aan de collectieve voorzieningen. Maar zijn er wel banen? De werkgelegenheid daalt in 2004 met driekwart procent, aldus de MEV. Maar De Geus relativeert dit: er zijn nog altijd 700.000 `baanopeningen' per jaar. Die ontstaan doordat mensen bijvoorbeeld met pensioen gaan, een andere baan aanvaarden of voor zichzelf beginnen. ,,Het is dus zeker niet zo dat jongeren, WAO'ers of bijstandsgerechtigden kansloos zijn'', aldus De Geus.

Nagenoeg iedereen zal er de komende jaren op achteruit gaan, maar hoeveel is onduidelijk. Uit cijfers van Sociale Zaken blijkt dat de koopkracht van de verschillende inkomensgroepen zich volgend jaar beweegt tussen de plus-1 en min-1 procent. Maar daarbij is geen rekening gehouden met de eveneens forse bezuinigingen in de zorg en op de huursubsidie. Het CPB houdt daar in zijn berekening van de koopkracht wel rekening mee en is dan ook negatiever over de koopkrachtplaatjes. Bij Sociale Zaken gaan bijvoorbeeld tweeverdieners met 1,5 keer modaal er 1 procent op vooruit, in de MEV krijgt deze groep een koopkrachtdaling van 1 procent voorgeschoteld.

De bezuinigingen moeten ertoe leiden dat Nederland weer kan aanhaken bij de internationale conjunctuur. Deze zal naar verwachting vanaf 2004 weer aantrekken. De paradox dat er pas bezuinigd wordt op het moment dat macro-economisch gezien het grootste leed geleden is neemt het kabinet op de koop toe. Het kan ook bijna niet anders: Nederland is de afgelopen twee jaar als gevolg van twee gevallen kabinetten en evenzovele verkiezingen amper echt bestuurd.

Als vanaf volgend jaar de meevallers binnenstromen vanwege een te pessimistische inschatting van bijvoorbeeld de groei, ontstaat er vanzelf een nieuw probleem voor het kabinet. Want, zo zegt het CPB, ,,Hoewel het economisch verstandiger lijkt om structurele verbeteringen in goede tijden door te voeren, is het politiek wellicht eenvoudiger om slechte tijden te benutten voor ingrijpende hervormingen.''