Snijden zonder visie

Het is nu dus officieel. De komende jaren staan in het teken van forse bezuinigingen waarvan nagenoeg iedereen wel iets zal merken. De troonrede die koningin Beatrix vanmiddag uitsprak en de even later aan de Tweede Kamer gepresenteerde rijksbegroting waren een bevestiging van de sombere berichten die al geruime tijd uit Den Haag komen. Slechts de samenhang tussen de diverse reeds bekende plannen tegen de achtergrond van de jongste economische vooruitzichten was nieuw. Daarbij is de boodschap van het tweede kabinet-Balkenende kraakhelder: het worden schrale jaren in een economisch guur klimaat.

De economische analyse in de miljoenennota van minister Zalm (Financiën) en de eveneens vandaag gepresenteerde Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau bouwt voort op het sombere verhaal van een jaar geleden. In de terugval die zich alom voordoet in de westerse economieën loopt Nederland nog eens extra klappen op. In relatief korte tijd is Nederland van een van de best presterende Europese landen teruggevallen naar de onderste regionen. Deze snelle duikeling geeft te denken. De uitbundige paarse jaren zijn onvoldoende gebruikt om de Nederlandse begroting beter weerbaar te maken tegen een inzakkende conjunctuur. Dat mag de huidige minister van Financiën Gerrit Zalm, die zich ook van 1994 tot 2002 schatkistbewaarder mocht noemen, ten volle worden aangerekend. In tegenstelling tot de voornemens die hij bij zijn aantreden in 1994 kenbaar maakte is hij er niet in geslaagd de begroting minder gevoelig te maken voor economisch minder gunstige tijden. Uit een onthullend staatje dat in de Macro Economische Verkenning is opgenomen, blijkt Nederland aanzienlijk `begrotingsgevoeliger' dan het gangbare gemiddelde in de EU-landen.

Het gevolg is dat Nederland de komende jaren een ongekend zwaar ombuigingspakket te wachten staat om in 2007 te kunnen voldoen aan de Europese begrotingseisen; maatregelen die op termijn de overheidshuishouding weer gezond moeten maken, maar in eerste instantie de conjuncturele terugval slechts zullen versterken. Toch is er nauwelijks een andere keus. Uitstel van de koerscorrectie zou de problemen in de toekomst slechts versterken. Bovendien zouden de effecten van een stimuleringsbeleid (waar uitstel of beperken van bezuinigingen in feite op neerkomt) gering zijn op een open economie als de Nederlandse.

Om een herhaling van de ontnuchtering zoals deze zich nu voordoet te voorkomen, is Nederland gebaat bij structurele hervormingen. Het was een begrip dat ook koningin Beatrix vanmiddag in de troonrede hanteerde. Alleen is het probleem dat van overheidswege aangekondigde hervormingen al decennialang structureel worden genoemd. Sinds de door toenmalig minister van Financiën Duisenberg geïnitieerde `1 procent operatie' uit het midden van de jaren zeventig, wordt al gesproken over het fundamenteel op orde brengen van de overheidsuitgaven. Het kabinet-Balkenende voegt er vandaag nog het even modieuze als inhoudsloze woord `cultuuromslag' aan toe. Ondertussen blijft het ontbreken aan een heldere visie op de rol en positie van de nationale overheid in een zich individualiserende en internationaliserende samenleving.

Het is triest te moeten constateren dat zaken als beperking van de sociale zekerheid en de hervorming van het ziektekostenstelsel ook nu weer allereerst budgettair bepaald zijn. De nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling tussen burger en overheid, waar premier Balkenende de mond van vol heeft, schreeuwt om een nadere onderbouwing gestoeld op principiële keuzes. Maar, zo heeft inmiddels de lange historie geleerd, juist als het om de vertaling van die ideologische keuze gaat, tonen de immer in het politieke centrum opererende Nederlandse christen-democraten zich uiterst pragmatisch. Daardoor zijn ook zij, ondanks de jaren in de oppositie tijdens paars, medeverantwoordelijk voor de door de Raad van State gesignaleerde kenmerkende vorm van democratisch besturen die ertoe leidde dat begrippen als `Hollands mirakel' en `Hollandse ziekte' elkaar zo snel kunnen afwisselen.

Over de politieke haalbaarheid van de talloze voornemens die vandaag zijn gepresenteerd hoeft – zo kort na de kabinetsformatie – niet te worden getwijfeld. Interessanter is de vraag hoe het gaat met de maatschappelijke acceptatie. Enkele ministers hebben al te kennen gegeven de confrontatie te willen aangaan. Maar eerst zal moeten blijken of er van een confrontatie sprake zal zijn. Vooralsnog lijkt sprake van een redelijk draagvlak voor ingrepen. Toch doet het kabinet er goed aan zich niet allemaal te fixeren op het kloppend maken van de boekhouding. In feite zou dat een zaak voor louter de minister van Financiën moeten zijn. Het is nog maar anderhalf jaar geleden dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse kiezers op spectaculaire wijze duidelijk maakte er een andere agenda op na te houden dan de gevestigde politiek. Er manifesteerde zich een breed ongenoegen over kwesties als het falend integratiebeleid, oplopende wachtlijsten in de zorg, zichtbare gebreken in het onderwijs en het in zichzelf gekeerde Haagse bestuur.

In de troonrede en de vandaag gepresenteerde begrotingsstukken klinkt het signaal van mei 2002 onmiskenbaar door. Maar dominant in het geheel blijft het budgettaire verhaal. Hierdoor afficheert het tweede kabinet-Balkenende zich als een klassiek bezuinigingskabinet. Het gros van de kiezers heeft daarentegen andere prioriteiten.