Ook de militaire kapel moet inleveren

Het Wilhelmus van een cassettebandje. Als Thijs van Leeuwen, lid van de Internationale Vereniging voor Militaire Muziek, gelijk krijgt, kan de muzikale omlijsting van de koninginnenrit naar het Binnenhof in de toekomst weleens gedeeltelijk uit luidsprekers komen. De muziekkorpsen die sinds jaar en dag het tempo van de koninklijke stoet aangeven, zijn er volgend jaar misschien niet meer bij: ook de musicerende militairen moeten meewerken aan het terugdringen van het begrotingstekort.

Bij de muziekkorpsen verdwijnen volgens Van Leeuwen 120 banen, een derde van het totaal. Het Trompetterkorps Bereden Wapens, de Johan Willem Friso Kapel en het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht zullen voorgoed verdwijnen, denkt Van Leeuwen, die tot dit jaar nog op iedere prinsjesdag commentator voor de NOS was. Prins Johan Friso zal het in dat geval, als hij komend voorjaar volgens plan met Mabel Wisse Smit trouwt, met drie korpsen minder moeten doen dan zijn broer Willem-Alexander, wiens bruiloft nog door zes korpsen werd opgeluisterd. De korpsen zullen tijdens officiële ceremonies als de dodenherdenking, staatsbezoeken en -begrafenissen verstek moeten laten gaan. Ook het overbrengen van het militaire culturele erfgoed naar de samenleving komt onder druk te staan, vreest Van Leeuwen. Nu zijn veel leden van de korpsen nog betrokken bij amateurfanfares, zodat zij ,,een stukje nationale identiteit'' aan burgers kunnen doorgeven.

Volgens het Ministerie van Defensie gaat het om 50 banen, die een besparing moeten opleveren van anderhalf miljoen euro per jaar. Hoe dan ook, als de bezuinigingen doorgaan zullen evergreens als `Turf in je ransel' en `Wat dreunt daar op de heide, wat blinkt daar in 't verschiet' alleen nog herinneringen opwekken bij de steeds kleiner wordende groep die ooit de militaire dienstplicht vervulde. En bij de korpsen zelf, die de voorstellen van hun minister Kamp loyaal zullen uitvoeren, maar toch vertwijfeld zijn. ,,Mag er dan niets moois overblijven?''