ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Wie: A.M.A. van Ardenne (CDA)

Wat wil zij? Het rendement van de hulp van Nederland aan ontwikkelingslanden verhogen door meer nadruk op vrede en politieke stabiliteit te leggen. De aanpak zal zowel op landen als op regio's zijn gericht.

Hoe? De accenten van het ontwikkelingsbeleid zijn onder Agnes van Ardenne duidelijk verschoven. De nadruk op goed bestuur, die onder haar voorgangster Eveline Herfkens in zwang was, is verdrongen door twee nieuwe termen: `geïntegreerd beleid' en `regionale benadering'.

In de nieuwe aanpak is een aanzienlijke rol weggelegd voor de ministers De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) en Kamp (Defensie). Samen met Van Ardenne gaan zij onderzoeken of hulp bij vredesoperaties in sommige gevallen uit de kas van Ontwikkelingssamenwerking kan komen. In het kader van deze aanpak zetten Van Ardenne en De Hoop Scheffer al vast een `stabiliteitsfonds' op. Met dit fonds wil het kabinet de mogelijkheid creëren indien nodig snel activiteiten te financieren die zijn gericht op het voorkomen van geweld en die bijdragen aan de veiligheid en stabiliteit in landen of regio's.

Van Ardenne stelt verder dat het geen zin heeft je te zeer op individuele landen te richten. Beter is het naar hele regio's te kijken, zoals de Hoorn van Afrika, het gebied van de Grote Meren en de Balkan, omdat de problemen in het ene land vaak verbonden zijn met die in de aangrenzende landen. ,,Alles hangt met alles samen'', aldus Van Ardenne.

Hoe het met de lijst afloopt van een twintigtal landen waarmee Nederland de afgelopen jaren een intensieve bilaterale hulprelatie had is nog niet bekend. De minister, die als gevolg van de lagere groei van het nationaal inkomen 250 miljoen euro minder tot haar beschikking heeft dan vorig jaar, wil het aantal landen verder verminderen. Maar welke landen afvallen, maakt ze pas later deze herfst bekend.

Ook het aantal sectoren waarin Nederland werkt wordt beperkt. ,,Nederland kán niet alles doen en hóeft niet alles te doen'', aldus Van Ardenne. Daarom zal Nederland zich voortaan toeleggen op milieu en water (zowel drinkwater als sanitatie), de zogeheten reproductieve gezondheidszorg en de aids-problematiek.