ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Wie: M.J.A. van der Hoeven (CDA)

Wat wil zij? Meer autonomie voor de scholen. Meer leraren. Leerlingen moeten meer met de computer werken en een begin- en tussentoets maken. Stimuleren bètastudies en technische studies.

Hoe? Het zal nog enkele jaren duren, maar aan het einde van de kabinetsperiode mogen scholen zelf beslissen waar zij hun geld aan besteden. Het idee achter deze lump sum is dat scholen zelf het beste weten waar het geld het hardst voor nodig is: voor schone lokalen of voor een nieuwe leraar. Minister Van der Hoeven trekt voor deze operatie een bedrag uit dat oploopt tot 100 miljoen euro in 2007.

In totaal heeft Van der Hoeven tot 2007 700 miljoen euro voor nieuw beleid. Met dat geld voert zij onder meer een begin- en tussentoets in voor kinderen op de basisschool. Op die manier hoopt zij dat leerachterstanden snel ontdekt worden. Ook heeft zij een bedrag van 70 miljoen euro vanaf 2004 gereserveerd om meer computers in de klas te krijgen.

Voor de aanpak van het lerarentekort heeft het kabinet dit jaar verder 71 miljoen begroot. Met dat geld moeten zij-instromers uit het bedrijfsleven naar het onderwijs gelokt worden en moeten leraren beter worden bij- en nageschoold.

Een veel hoger salaris voor de leraren, volgens de onderwijsbonden hét recept tegen de personeelstekorten in het onderwijs, zit er niet in.

Bezuinigd wordt er ook. Op de arbeidsvoorwaarden van leraren bijvoorbeeld (650 miljoen) en op de bestrijding van achterstanden bij allochtone kinderen (50 miljoen in het komende jaar). Volgens Van der Hoeven is deze laatste bezuiniging mogelijk als alle organisaties die zich met deze problematiek bezighouden hun krachten bundelen.

Het hoger onderwijs krijgt 185 miljoen euro extra om meer studenten te werven voor bèta- en techniekstudies. Ook wordt met dat geld het zogeheten Innovatieplatform gefinancierd, dat adviezen moet geven over de manier waarop het hoger onderwijs en het beroepsonderwijs `innovatiever' kunnen worden. Het hbo krijgt extra geld om meer samen te werken met het bedrijfsleven.