Nederlandse leerling is `goedkoop'

Nederland besteedt minder geld per leerling dan omringende landen. Per jaar kost een Nederlandse leerling gemiddeld 6.125 dollar, veel minder dan een Belgische (6.544 dollar), Duitse (6.849 dollar), Franse (6.708 dollar) en Deense (8.302 dollar).

Dit blijkt uit het rapport `Education at a glance, 2003' van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso). De Oeso baseert zich in het rapport op cijfers tussen 1999 en 2001. Hoewel de totale uitgaven aan het onderwijs in Nederland elk jaar stijgen, is het percentage van het bruto binnenlands product dat naar het onderwijs gaat tussen 1997 en 2000 gedaald van 5,1 naar 4,7. Vooral in het basis- en voortgezet onderwijs zijn de uitgaven in Nederland relatief laag.

Het geld dat de Nederlandse overheid ieder jaar per leerling betaalt, is 236 dollar lager dan het Oeso-gemiddelde (6.361 dollar). Onderaan staan landen als Turkije (1.073 dollar) en Mexico (1.666 dollar). In de Verenigde Staten zijn de onderwijsuitgaven per leerling het hoogst: 10.2409 dollar.

Net als in voorgaande jaren presteren Nederlandse leerlingen goed in taal en in wiskunde- en natuurwetenschappelijke vakken. Op de Oeso-ranglijst voor leesvaardigheid staat Nederland achter Zweden op de tweede plaats.

Volgens de Oeso neemt het tekort aan leraren wereldwijd toe. In vijftien van de negentien landen is de gemiddelde leeftijd van de leraren veertig jaar. Vooral in de bètavakken dreigt wereldwijd een groot tekort aan leraren. Het percentage lessen dat uitvalt of met een invaller gegeven moet worden, ligt in Nederland op 10 procent. Dit is vergelijkbaar met de meeste West-Europese landen.

Hoewel Nederland op dit moment wel een groot lerarentekort kent tot 2007 zijn meer dan 50.000 nieuwe leraren nodig maken scholen relatief weinig gebruik van personeel dat niet de juiste diploma's heeft. Ruim 5 procent van de fulltime-docenten en 13 procent van de parttime-docenten is niet voldoende gekwalificeerd. In de Scandinavische landen en in België liggen die percentages veel hoger. Ook het Oeso-gemiddelde ligt met 14 procent van de fulltime-docenten en 13 procent van de partttimers veel hoger.

Nederlandse leraren geven veel meer uren les dan hun collega's in het buitenland. Per jaar staan basisschoolleraren 930 uur voor de klas; het Oeso-gemiddelde is 792. Leraren op een Nederlandse middelbare school staan 867 uur per jaar voor de klas. Ook hier ligt het Oeso-gemiddelde veel lager: gemiddeld staan leraren 714 uur in de onderbouw en 656 uur per jaar in de bovenbouw voor de klas.

Nederlandse scholieren van vijftien jaar zijn minder snel geneigd een lange vervolgopleiding te kiezen dan leeftijdgenoten in het buitenland. Nederlandse vijftienjarigen verwachten gemiddeld nog vijf jaar in opleiding te zijn, in de meeste landen is dat veel langer. Ook blijft de instroom van buitenlandse studenten in het hoger onderwijs achter. Zo'n 3,5 procent van de studenten komt uit het buitenland, in vrijwel alle West-Europese landen is dat percentage veel hoger. Koploper is Zwitserland, waar 17 procent van de studenten uit het buitenland komt.