Muziekschrift beveiligde bankbiljetten

Bankbiletten hebben echtheidskenmerken. Al eeuwen lang. Een revolutionair muziekschrift beveiligde bankbiljetten in vroeger dagen.

Halverwege de achttiende eeuw drukte Joh. Enschedé al muziekboeken. Voor elke pagina bladmuziek moest een kopergravure worden gegraveerd. Joh. Enschedé gaf zijn letterstempelsnijder Joan Michael Fleischman in 1758 opdracht een methode te ontwikkelen zodat noten – net als letters – gezet konden worden. Hierdoor zouden de relatief dure handgesneden kopergravures die snel sleten, overbodig worden. Een revolutionaire ontwikkeling. Fleischman kwam met een complex geheel van 226 stempels (de metalen staafjes waarin op de kopse kant het teken wordt gegraveerd). Noten en andere notaties, zoals crescendo, mollen, kruizen en C-sleutels werden als bouwstenen uit onderdelen samengesteld en rond de vijf lijnen van een notenbalk als drager gedrukt.

Volgens het jubileumboek `Voor Stad en Staat', uitgegeven bij het 300-jarig bestaan van Johan Enschedé, had Fleischman hiermee een industrieel muziekschrift ontwikkeld: `Een meesterwerk van vernuft, virtuoos in conceptie en uitvoering. Met minutieuze onderdelen die zich lieten samenvoegen tot lusjes, lijnen en boogjes.'

Op de tentoonstelling `Onvervalst! Drie eeuwen drukkerij Joh. Enschedé' in Teylers Museum (Haarlem) is het oorspronkelijke stempelbosje van Fleischman nog tot 2 november te zien. De stempelstaafjes zijn destijds ingevet op een katoenen strook gelegd, vastgebonden met een touwtje, voorzien van een naamkaartje.

Drs. Frank van der Velden, conservator van Teylers: ,,Het was een niet te onderschatten verdienste van Fleischman; een volmaakt systeem, waarbij de onderdelen perfect op elkaar aansloten. Daarom is het eigenlijk zo raar, dat het nooit een commercieel succes is geworden.''

Enschedé bracht in 1776 het boek `Grondig onderwijs in het behandelen der Vioole' uit, gedrukt volgens de Fleischman-methode, geschreven door de vader van Amadeus Mozart, Leopold. Deze reageerde bij het zien van het boekwerk: `Uitzonderlijk mooi, mooier zelfs dan mijn editie'. Er verschenen nog enkele kleine uitgaven met Fleischmans muziekschrift, maar daarna verdwenen de stempels in de kast. Het vermoeden bestaat bij Joh. Enschedé dat het zetprocédé met 226 onderdelen toch te gecompliceerd was en een grote kundigheid van de zetter vergde.

Pas vijfendertig jaar later ging het een tweede, langduriger leven leiden. Van der Velden: ,,Het grappige is dat het een waanzinnig succes is geworden als beveiligingsmethode, waarvoor het helemaal niet bedoeld was.''

Er bestonden destijds nog geen bankbiljetten, maar wel Franse waardepapieren in de vorm van assignaten. Enschedé deed het Comité van Financie, belast met de uitvoering en inwisseling van assignaten, het voorstel de waardepapieren voortaan te drukken, beschermd tegen namaak, door diverse lettertypen te gebruiken en drukmateriaal dat anderen onmogelijk in huis konden hebben. Dit was destijds – er waren geen geavanceerde technieken als lithografie en fotografie – voldoende waarborg tegen namaak. En hier kwamen de stempels van Fleischman van pas. Enschedé haalde de opdracht binnen en de stempels tevoorschijn. Ze werden samengesteld tot sierranden met verfijnde, complexe patronen.

Ook het eerste bankbiljet, dat in 1814 verscheen, was voorzien van `Fleischman-sierranden'. Het muziekschrift bleef vijftig jaar lang, tot circa 1860, succesvol als echtheidskenmerk. De bankbiljetten bleven zelfs tot 1921 in omloop. Het muziekschrift werd opgevolgd door beveiligingsmethoden als koperdiepdruk, watermerk en reliëfdruk.

Website: www.teylersmuseum.nl