Mes in uitkeringen en zorg

Het kabinet-Balkenende snijdt fors in de sociale zekerheid en de zorg. In de troonrede zei koningin Beatrix vanmiddag dat ,,structurele hervormingen'' nodig zijn. Minister Zalm (Financiën) schrijft in de miljoenennota 2004 dat de Nederlandse economie momenteel de sterkste inzinking sinds de jaren tachtig doormaakt.

De economie ondervindt volgens het kabinet, naast de internationale conjuncturele neergang, grote hinder van de verslechtering van de concurrentiepositie van het Nederlands bedrijfsleven door de gestegen arbeidskosten in de afgelopen jaren. De lonen in de collectieve sector worden bevroren, evenals de uitkeringen. Het kabinet doet een beroep op de werkgevers en vakbonden om ook in de marktsector de lonen te matigen.

Volgens het kabinet zijn ,,scherpe keuzes'' noodzakelijk. ,,De regering beoogt daarmee eveneens een cultuuromslag tot stand te brengen. De overheid dient ruimte te laten aan het initiatief van burgers en bedrijven'', aldus de troonrede. De koningin zei hierin verder dat de regering het ,,als haar opdracht [ziet] om weer perspectief te bieden'' nu ,,veel burgers onzeker'' zijn geworden. Als redenen van die onzekerheid worden met name de teruglopende conjunctuur en de oplopende werkloosheid genoemd. ,,De teruggang van de economie is in Nederland in alle scherpte voelbaar geworden. (...) Dagelijks worden honderden mensen werkloos.'' De koningin begon de troonrede met de uitspraak dat ,,de onzekerheden in ons dagelijks bestaan'' zijn toegenomen.

De werkloosheid loopt op van 425.000 dit jaar naar 540.000 werklozen in 2004. Het rijk geeft volgend jaar 134,4 miljard euro uit en ontvangt 123,7 miljard euro. Het tekort op de rijksbegroting komt zo uit op 10,7 miljard euro, 2,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van 468 miljard euro.

Het kabinet bezuinigt in 2004 in totaal 10,9 miljard euro. Op de sociale zekerheid wordt volgend jaar 2,2 miljard euro gekort, de gezondheidszorg zal 2,3 miljard moeten inleveren. Daarmee blijft het kabinet binnen de 3-procentsnorm van het Europese Stabiliteitspact. De staatsschuld bedraagt in 2004 255 miljard euro, ofwel 54,5 procent van het bbp.

Naast structurele maatregelen op economisch beleid streeft de regering ook naar ,,vernieuwing van ons democratisch bestel'', aldus de troonrede. In het kader van de modernisering van de overheid zouden sommige taken moeten worden afgestoten. Geconstateerd wordt verder dat ,,een te groot deel van de allochtone bevolking onvoldoende deelneemt aan de maatschappij''.

De oppositiepartijen PvdA, GroenLinks, SP en ChristenUnie keuren het kabinetsbeleid af. Zij keren zich met name tegen wat zij noemen ,,de afbraak en het uitkleden van de verzorgingsstaat''. Coalitiepartijen VVD en D66 spreken van een ,,hard, maar noodzakelijk'' beleid. Ook het CDA steunt de hoofdlijnen van het beleid.