Meer zorg, minder geld

De aanpak van de wachtlijsten kreeg in de campagnes de hoogste prioriteit. Nu mag extra zorg alleen als het minder kost. De patiënt betaalt.

Lange wachtlijsten in de ziekenhuizen. Al jarenlang is dat het pijnpunt in de gezondheidszorg. En daarmee een van de grootste maatschappelijke problemen die de paarse kabinetten (PvdA, VVD, D66) hebben achtergelaten.

Ook toen het tij van de bezuinigingen in 1999 keerde en toenmalig minister Borst van Volksgezondheid (D66) met honderden miljoenen euro's extra ziekenhuizen aanspoorde om meer operaties en behandelingen uit te voeren, bleven de wachtlijsten aanvankelijk groeien. Het bleek niet mogelijk in korte tijd de noodzakelijke aantallen extra verplegenden op te leiden, voor meer intensive care-bedden te zorgen, specialistisch personeel aan te trekken en de centrale aansturing van de zorg vanuit Den Haag te vervangen door `gereguleerde marktwerking'.

De irritatie over de groeiende wachtlijsten was één van de belangrijkste thema's tijdens de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 en 22 januari 2003. Kamerleden en aspirant-Kamerleden bezochten ziekenhuizen; premier Balkenende beloofde dat binnen twee jaar alle wachtlijsten voor levensbedreigende ziekten zouden zijn verdwenen. Op 1 november 2001 wachtten 159.630 mensen op een operatie of een behandeling in een ziekenhuis, 8.650 meer dan op 1 oktober 1998. De verschillen per ziekenhuis zijn enorm. Voor een knieoperatie bijvoorbeeld kan de wachttijd uiteenlopen van twee tot 52 weken.

Tijdens de verkiezingscampagnes zochten CDA, VDD, LPF en D66 de oplossing vooral in de invoering van marktwerking in de zorg. Concurrentie op prijs, kwaliteit en service maakt de sector volgens hen doelmatiger, efficiënter en dus goedkoper. De linkse en christelijke partijen wezen een algehele liberalisering van de zorgsector af. Want in tijden van krapte (met lange wachtlijsten) leidt marktwerking alleen maar tot hogere prijzen en dus tot hogere premies, betoogde PvdA-leider Wouter Bos. Hij bepleitte vooral meer geld om eerst de wachtlijsten weg te werken.

Terwijl de politici elkaar bestookten met eigen oplossingen, bleek in de praktijk dat eerder beleid begon te werken. In november vorig jaar sprak de brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland van een trendbreuk. Voor het eerst in jaren liepen de wachtlijsten terug. Medio vorig jaar stonden er 7.300 minder patiënten op de wachtlijst dan zes maanden daarvoor. Minister Borst kreeg hiervoor de credits. Haar beleid om ziekenhuizen geld te geven om de wachtlijsten weg te werken zorgde voor meer productie in de ziekenhuizen.

Maar het goede nieuws heeft een schaduwzijde. ,,Zorg is een tikkende tijdbom'', waarschuwde president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank in maart van dit jaar. Volgens hem is de controle zoek over de miljarden die in de zorg omgaan. Hij constateerde een ,,enorme onbalans'' tussen pogingen van de overheid om zowel aan de vraag naar zorg te voldoen als de kosten van de sector te beheersen.

De huidige minister van Volksgezondheid, de VVD'er Hoogervorst, deelt de analyse van Wellink. Hij komt nu met een bezuinigingspakket van 2,3 miljard euro om de zorgconsumptie te beteugelen. Patiënten zullen straks meer zelf moeten betalen.

Tegelijkertijd zegt hij wel degelijk te profiteren van het extra geld dat in de zorg is gepompt. ,,Excessieve wachttijden zijn geen algemeen probleem meer'', schrijft Hoogervorst in zijn begroting voor 2004. Zijn streven is om in 2004 de wachttijden in ziekenhuizen – 5,5 week in juli dit jaar – met een à twee dagen in te korten. Hoe dat wordt uitgevoerd, is volgens de minster een zaak van de instellingen zelf.