LEVENSLOOPREGELING KRIJGT 200 MILJOEN

Werknemers kunnen vanaf 1 januari kiezen of ze deelnemen aan de bestaande spaarloonregeling of aan een nieuwe levensloopregeling. Met de laatste kan worden gespaard voor verlof: voor studie, zorg, deeltijdpensioen of een sabatical. Maximaal 12 procent van het bruto inkomen kan belastingvrij worden gespaard. Het maximumtegoed is anderhalf jaar loon.

In de twee jaren voor het pensioen kan met dit geld deeltijdpensioen worden gefinancierd. De werknemer moet dan wel minimaal 50 procent blijven werken. Voor werknemers die gebruikmaken van ouderschapsverlof komt een extra fiscale tegemoetkoming. De werkgever kan het verlof weigeren, met uitzondering van de bestaande wettelijke verlofregelingen, zoals ouderschapsverlof en het zorgverlof. Voor de levensloopregeling heeft het kabinet 200 miljoen euro per jaar uitgetrokken.