Leve het embargo

Prinsjesdag. Er was weer een embargodebatje. Weer met een vertrouwde scheut aangename romantiek. Zag u hem staan, als in een trage zwart-witfilm? Baard van een paar dagen, altijd maar een paar dagen, want nonchalance kent hier ritme en methode. Slappe, schuinstaande hoed of alpino erboven, regenjas eronder. Vochtige bloknoot, klaar voor gewichtige notities, maat half A4, met licht gekrulde papierrandjes klaar in de binnenzak, en zo'n potlood waaraan je af en toe likt om het nieuws te kunnen blijven opschrijven. Of anders, we zien eventjes een commentator van 's lands grootste krant voor ons, met een tijdens het zwoegen kapotgekauwde doorzichtige achterkant. God in het hart en niemands knecht. Of anders alleen niemands knecht. Weliswaar heeft deze vaak liefdevol beschreven vakman weinig inkomen of pensioen, maar daarentegen, als een ook door uitgevers aangeprezen compensatie, veel vrijheid en avontuur.

De figuur die bedoeld wordt is gelijkelijk op dreef in kroeg en wandelgang, waar hij op ernstige fluistertoon zijn belangrijke nieuws acquireert en vlak voor het `zakken' van zijn krant doorbelt, steeds net op tijd. Want slaaf is hij alleen van het nieuws, dit hartverwarmend type, held uit een jongensboek dat in het antiquariaat bij De Slegte nog wel eens op een wat hogere plank wil staan, qua leeftijd en sfeer circa een halve eeuw oud, dus in de buurt van Jan de Hartog, Havank, Kick Wilstra en Hoorn voor de Prins.

Zou deze journalist, mocht hij werkelijk bestaan of hebben bestaan, vanwege de Rijksvoorlichtingsdienst een embargo op de begrotingsstukken voor prinsjesdag hebben aanvaard? Zou hij zijn plicht jegens de lezer of de kijker – namelijk: zelf op het nieuws jagen en het ook meteen publiceren – verkwanselen aan zo'n overheidsdienst? Ja, zou hij zelfs beloven de inhoud van die onder embargo ontvangen stukken een paar dagen geheim te houden? Nee toch zeker, denk je, en denk je te lezen. Maar het antwoord op die vragen is anders: tot nu toe, zeg sinds de Tweede Wereldoorlog, heeft de verenigde journalistiek nooit bezwaar gemaakt tegen het aanvaarden van embargo's en het werken met embargostukken. Ook niet, misschien moet je zeggen: juist niet, tegen onder embargo van de RVD verkregen begrotingsstukken. Er was wel eens een enkel medium, of een enkele journalist, bereid om van de RVD-embargoprivileges af te zien omdat men dankzij eigen `nieuwsgaring' al genoeg over de nieuwe begroting meende te weten, maar overtuigend was dat zelden. Want die `eigen nieuwsgaring' bleek meestal niet veel meer dan een bruikbare alliantie of mooie familiebetrekking met iemand die tussentijds, dus vóór prinsjesdag, als werknemer van de Staatsuitgeverij of als politiek medewerker de hand op de stukken kon leggen. Soms wisten media op gevoelige toon van zoiets ook nog een gewichtige journalistiek-ethische kwestie te maken, maar zelden voor lang.

De in het debat gemaakte tegenstelling tussen `eigen' nieuwsgaring en het onder embargo verkregen begrotingsnieuws, tussen onafhankelijke oorspronkelijkheid en dociele volgzaamheid dus, is gechargeerd en vals. Want die eigen nieuwsgaring, daargelaten hoe zij is opgezet en waaraan zij haar resultaten dankt, betreft bijna altijd maar een deel van het gehele begrotingspakket. Wat meteen een vervolgvraag oproept. Namelijk: wat is op prinsjesdag belangrijker: een, uit de embargostukken samengesteld, samenhangend overzicht van de regeringsplannen waarover het parlement moet oordelen, of de eigen nieuwsgaring waarmee trotse kranten of andere media maar een (klein) deel van die plannen aan de weet zijn gekomen? Of, mogelijk voor de nabije toekomst, formeel helemaal geen embargoregeling meer, ieder medium krijgt de stukken op uur U van prinsjesdag (nadat de koningin de troonrede heeft uitgesproken en de minister van Financiën de miljoenennota heeft aangeboden) en de media zien dan maar wat zij daar in een paar uur tijd van weten te maken. Journalistiek gezien zou zoiets de media het verwijt besparen dat zij embargonieuws een paar dagen achter de kiezen houden. Maar, zou je je kunnen afvragen, zou zoiets uit een oogpunt van informatie een verbetering betekenen? Anders gevraagd: wat is bij de presentatie van per definitie ingewikkeld en voor bijna iedereen belangrijk begrotingsnieuws van meer belang: een optimum aan overzichtelijke informatie of de triomf van bovenbedoeld journalistiek jongensboek via een trotse maar min of meer fragmentarische `eigen nieuwsgaring'? Je hoeft er geen gewoonte van te maken om de RVD, of de (ook belanghebbende) overheid, gelijk te geven om in dit geval te zeggen: leve de overzichtelijkheid en volledigheid en de mogelijkheid daaraan via een embargoregeling recht te doen. Zoiets belemmert de eigen rol van de media qua nieuwsgaring, voor en na de embargotermijn, overigens helemaal niet. Politici en vertegenwoordigers van pressiegroepen (vakbeweging, werkgevers, de zorgsector, banken etc.) zullen via de media zoveel mogelijk, voor en na prinsjesdag, invloed proberen te blijven nemen op wat uiteindelijk, in het volgende begrotingsjaar, wetgeving en beleid wordt. Tegen die achtergrond kan het geen kwaad als er een dag is, prinsjesdag namelijk, waarop uit de media zo compleet en overzichtelijk als mogelijk valt op te maken wat de regeringsplannen zijn, al was het maar als tussenstand in de uiteindelijke besluitvorming. Daarmee doet men niet iedereen een plezier, bijvoorbeeld niet Jan Blokker, die gisteren in de Volkskrant schreef dat zo'n embargoregeling voor de begrotingsstukken ,,te belachelijk voor woorden'' is wanneer een journalist ,,het ter wille van een gunst op een akkoordje gooit met iemand als Balkenende, die je in principe te vuur en te zwaard behoort te bestrijden''. En: ,,als je je arbeidstijd door Balkenende in feite laat faciliteren, ben je als onafhankelijk berichtgever wel heel ver van huis geraakt''. Dat begrijp ik niet. Als je Balkenende wilt bestrijden, als journalist, in principe én te vuur en te zwaard, dan is er toch weinig tegen om, zeg op prinsjesdag, zo samenhangend en precies mogelijk te melden wat hij van plan zegt te zijn?