Geef bollebozen iets extra's

Het tekort aan bèta's is een actueel probleem. Er wordt om die reden dan ook vaak geopperd dat op de middelbare school de exacte vakken aantrekkelijker gemaakt moeten worden. Echter, niet de huidige onderwijsmethode hoeft verbeterd te worden, beter is het om in plaats daarvan op het vwo de allerbeste leerlingen een apart lesprogramma aan te bieden.

De manier waarop vakken zoals wiskunde en natuurkunde op de middelbare school worden gedoceerd is vooral praktisch georiënteerd. Dit sluit dan ook aan op de vele technische studies, waar het overgrote deel van de leerlingen met een `Natuur & Techniek-profiel' voor kiest. Het programma op de middelbare school schiet alleen wel tekort voor diegenen, die niet geïnteresseerd zijn in leuke technische beroepen, maar die geïnteresseerd zijn in de wis- en natuurkunde zelf.

Gelukkig zijn er ook alternatieven. Zo biedt de Technische Universiteit Eindhoven middelbare scholieren de mogelijkheid om al colleges te volgen en studiepunten te halen. Andere universiteiten zouden dit voorbeeld kunnen volgen. Maar vooral ben ik te spreken over de wedstrijden die de Wiskunde Olympiade organiseert. Deze wiskunde is vele malen prikkelender en uitdagender dan op de middelbare school gedoceerd wordt.

Afgelopen jaar hoorde ik gelukkig bij de zes leerlingen, die in Tokio het Nederlandse team mochten vertegenwoordigen op de IMO (International Mathematical Olympiad), de grootste internationale wiskundewedstrijd onder jongeren. Hier bleek nog weer eens hoeveel beter ze in het buitenland met hun bèta-leerlingen omgaan. Het grote budget dat in de meeste landen wordt gereserveerd voor hun IMO-team, en de zeer vele uren wiskundetraining (soms jaren aaneen) die ze hun team geven, werpen vruchten af. Het feit dat (in tegenstelling tot Nederland) de meeste andere landen hun teams in een keurig op maat gesneden pak lieten komen naar de prijsuitreiking door de kroonprins van Japan, geeft al aan, hoeveel geld ze voor deze wedstrijd over hebben.

Dat het Nederlandse team daarentegen, om financiële redenen, op niet meer dan één week training kon rekenen, maakte het voor ons des te lastiger. We behoorden uiteindelijk dan ook tot de weinige landen, die geen enkele prijs hadden weten te behalen. Dit was ons overigens al voorspeld bij de nationale prijsuitreiking door een hoge ambtenaar op het ministerie van Onderwijs. Die had gezegd dat het al jaren zo is dat de Nederlanders nooit hoog scoren op de internationale Wis-, Natuur- en Scheikunde Olympiades, omdat ze er in het buitenland nu eenmaal veel meer energie in steken.

Wat doen de anderen landen dan wel, wat Nederland niet doet? Ze besteden in de eerste plaats veel meer geld (en aandacht) aan dit soort uitdagingen, omdat ze, anders dan de Nederlandse beleidsmakers, natuurlijk wel inzien dat het dwaas is om juist híerop te gaan bezuinigen. Bovendien, wat eigenlijk nog veel belangrijker is, durven ze getalenteerde leerlingen apart te zetten. In de VS krijgen de zeer wiskundig aangelegde leerlingen ontzettend veel trainingsprogramma's aangeboden buiten de lessen op de middelbare school om, en in Bulgarije en China bijvoorbeeld zijn er zelfs zogeheten `wiskundescholen' voor dit soort scholieren opgericht. En ik geef ze groot gelijk, want in Nederland worden diezelfde leerlingen juist lastig gevallen, met een hele hoop onzinnige huiswerkopdrachten die de tweede-fase rijk is, wat louter verspilling is van de (kostbare) tijd.

Het is zaak om de echt geïnteresseerde en begaafde leerling gescheiden te houden, en een uitdagend programma (buiten school om) aan te bieden. Het geld moet namelijk niet gebruikt worden om de massa een heel klein zetje proberen te geven, maar we moeten talent durven te isoleren, en met ons geld deze kleine groep een veel grotere impuls geven. Door de Olympiade ben ik me ervan bewust geworden, dat ze dit in het buitenland allang begrepen hebben; het mag dan ook niets minder dan een wonder heten, dat het Nederlandse onderzoek nu pas begint achter te lopen op dat van de rest van Europa.

Victor Pessers zit in de 6e klas van het gymnasium op het Sint-Odulphus Lyceum in Tilburg.