Duparc

Henri Duparc componeerde zeventien liederen. Het zijn er zo weinig dat ze met gemak op één cd passen. Tegelijkertijd ze zijn als geheel en elk apart zo baanbrekend en oorstrelend, dat Duparc met recht geldt als dé late meester van het Franse lied. De vroege Sérénade (1868) is nog hoorbaar schatplichtig aan Gounod en Fauré, maar verraadt ook al de eigenschappen die Duparc leerling van César Franck – typeren. De accenten op de zware maatdelen, de breed over het klavier waaierende arpeggio's, de tederheid die klinkt uit de melodieën. Een goed voorbeeld daarvan is het Soupir, dat in de zielsaangrijpende klaaglijkheid aansluit bij de Élégie, Lamento en Testament.

Soms klinkt er uit Duparcs muzikale taal ook een Wagneriaanse invloed, zoals in de Romance de Mignon en Extase. De Franse teksten zijn niet alleen inhoudelijk cruciaal in Duparcs liederen, en de wat Canadees klinkende invulling daarvan is de enige merkwaardige kant van de prima opname door de Canadese mezzo Catherine Robbin en haar landgenoot, bariton Gerald Finley. Vocaal brengen beiden de liederen echter met veel stijlgevoel. Ook pianist Stephen Ralls verzorgt invoelende vertolkingen van de als veel meer dan alleen begeleiding gecomponeerde pianopartijen.

Henri Duparc Mélodies (MVCD 1148)