Dom, dommer, domst? 2

Het Nederlandse onderwijs ervaar ik als een systeem waarin ontplooing – waarvan ik altijd droomde – welhaast onmogelijk wordt gemaakt. Dit systeem wordt in stand gehouden doordat overheid en onderwijsinstellingen hun oren laten hangen naar de meerderheid van de studenten, onder wie een mentaliteit van totale vrijblijvendheid lijkt te heersen.

De overlegcultuur die de laatste decennia is ontstaan slaat door naar een situatie waarin de ene partij bang is autoriteit te tonen en actief te sturen, en de andere partij iedere gestelde norm of eis ervaart als een inbreuk op haar vrijheid-blijheidbestaan.

De vrijblijvendheid moet vervangen worden door uitdaging, waarbij ook eisen mogen worden gesteld. Gemotiveerdheid en nieuwsgierigheid zouden van jongs af aan moeten worden beloond en gestimuleerd in een systeem dat ruimte biedt in zowel breedte als diepte. Dit vereist bezielende docenten en een weloverwogen programma met daarnaast veel gelegenheid voor eigen inbreng.

Herformulering van de taken is geboden: binnen de onderwijsinstellingen een scheiding van inhoudelijke en bestuurlijke aangelegenheden, bij de overheid een grotere rol voor kwaliteitsbewaking.

Mocht uit deze veranderingen volgen dat het aantal opleidingen, universiteiten en hogescholen, en/of studenten per opleiding gereduceerd moet worden, al dan niet door middel van `selectie aan de poort', dan vind ik dat een reëel offer. Wellicht heeft een verminderde vanzelfsprekendheid van doorstuderen een gunstige invloed op de motivatie.

De teksten zijn ontleend aan uitspraken van studenten die in NRC Handelsblad van 8 september reageren op het artikel `Wordt Nederland dommer?' in ons maandblad M. Artikelenserie en dicussie op www.nrc.nl