De zweep moet over Nederland

Alle jammerklachten ten spijt zullen de aangekondigde bezuinigingen Nederland eerder goed dan slecht doen, meent Arnold Heertje.

Met deze miljoenennota legt het kabinet-Balkenende de basis voor een opzienbarende en spectaculaire vitalisering van onze economie. Nederland heeft een zweepslag nodig. Gemeenschappelijke kenmerken van de gang van zaken bij overheid en bedrijfsleven zijn fraude, wanbeleid, doorgeschoten grootschaligheid, minachting voor uitvoering van beleid, verwaarlozing van handhaving van regels, vergaande en tegenstrijdige regelgeving.

Deze karakteristiek van de Nederlandse samenleving als bananenmonarchie dateert niet van vandaag of gisteren. Tijdens de kabinetten-Kok, toen het naar veler oordeel in Nederland erg goed ging, waren deze kwalitatieve verschijnselen onder de oppervlakte evenzeer aanwezig. De breedgedragen blindheid ervoor gaat terug op het herleiden van de kwaliteit van het bestaan tot financiële resultaten en tekorten.

Het verwijderen van de fraude, het saneren van onze economie, het verbeteren van de efficiëntie, het uitlokken van creativiteit en innovatie en het afrekenen met de niet-prestatie gebonden beloningen aan de top zijn geen financiële problemen. Beter onderwijs, betere docenten, betere zorg, minder wachtlijsten, betere veiligheid, een beter klimaat in de grote steden en het behouden van natuur, open ruimte, milieu en cultuur vergen een volstrekt nieuwe organisatie. Uit een goed doordachte sociale innovatie kan de noodzaak van een financiële injectie voortvloeien. Echter, veeleer bij wijze van afronding van een nieuw traject dan als uitgangspunt. Bij voorbaat staat niet vast dat de centrale overheid de bron voor financiële ondersteuning moet zijn. Publiek-private constructies zijn het voertuig voor betere besluitvorming en planning van activiteiten onder maatschappelijke randvoorwaarden. De noodzakelijke informatiestroom van de werkvloer, de wijken in de stad, de ziekenhuizen, scholen en universiteiten komt op gang. Financiering maakt daarvan deel uit.

Onder de huidige omstandigheden is het bezuinigen op uitgaven veeleer een zegen dan een vloek. Als vitale onderdelen van onze economie worden geraakt en door een andere werkwijze – het elimineren van fraude, het wegnemen van verkeerd werkende prikkels en het besparen op verborgen werkloosheid – de doelstelling van een activiteit niet kan worden gehaald, is de bezuiniging misplaatst, indien daardoor de burger wordt benadeeld. Dit laatste is niet altijd het geval. Meestal merkt alleen de bureaucratie dat het feest voorbij is. Het bezuinigen op uitgaven, bedoeld voor het verbeteren van de positie van de zwakken, ontgaat betrokkenen maar treft de onderzoekers van de armoede.

De werkelijkheid is dat mogelijkheden voor innovatieve, kennisintensieve, informatiedelende en beter op de behoeften van de burgers afgestemde oplossingen van de maatschappelijke problemen legio zijn. Bij de publieke omroepen kan worden bespaard, terwijl gelijktijdig productiviteit en kwaliteit omhoog gaan. Sociale diensten kunnen klantvriendelijker en efficiënter werken door het benutten van geavanceerde informatietechnologie. Het onderwijsproces verbetert ingrijpend als managers worden genoopt tot creativiteit. Onderwijsinstellingen beschikken over twee miljard euro aan liquiditeiten. Het CPB-voorstel beurzen voor studenten te vervangen door leningen is een goed voorbeeld van een institutionele verbetering. Burgermeester Cohen hekelde de ondoorzichtige regelgeving uit Den Haag omtrent gemeentelijke aangelegenheden. Door de tucht van het bezuinigen, komt hieraan een einde. Concentratie op de vier grote steden helpt ook.

De gemaakte fouten bij de privatisering kunnen worden hersteld. De verkokerde organisatie van de zorg moet op de helling. Transactiekosten kunnen omlaag en het dienstbetoon aan de burgers kan omhoog door vernieuwing van management, organisatie en procedures. Dat gaat gepaard met het benutten van informatietechnologie, het vereenvoudigen van regelgeving en het doordenken van de rol van informatie in de besluitvorming.

Als op het ministerie van Onderwijs een paar ambtenaren van kennisnet ten onrechte een half miljoen euro aan de heer Cury uitbetalen, omdat een opdracht een Europese aanbesteding had moeten zijn, zonder dat de verantwoordelijkheid voor de fout en de afwikkeling duidelijk is, zijn wij allemaal verkeerd bezig, omdat deze werkwijze dagelijks wordt herhaald. Gebrekkige regelgeving van de overheid door onvolledige informatie behoort geen uitnodiging te zijn voor oneigenlijk gebruik van publieke middelen door managers in de uitvoerende sfeer van de publieke sector, maar prikkel voor het gezamenlijk verbeteren van regelgeving door overdracht van informatie omtrent uitvoering en handhaving.

Hoe kan dat? Door van de bezuinigingen een sanerings- en innovatieslag te maken, aan de verkokering tussen en binnen de departementen een einde te maken, door informatie te delen in plaats van te monopoliseren, door hetzelfde te verlangen van lagere organen in de publieke sector, door te aanvaarden dat overbodige arbeid tijdelijk werkloos wordt, door het belang van de burger voorop te stellen en door systematisch de verkeerd werkende financiële prikkels in het onderwijs, de zorg en de veiligheid te vervangen door intelligente criteria voor financiering van activiteiten, die blijvend aan hoge eisen moeten voldoen.

De lezer vraagt zich af hoe het komt dat de meeste economen als kakelende kippen zonder kop te hoop lopen tegen de bezuinigingen. Dat komt door hun eenzijdige macro-economische en te nationalistische economische deskundigheid. Zij letten niet op de micro-economische dynamiek en de globalisering, maar vooral op de lokale werkgelegenheid. Zij beseffen niet dat de grote schoonmaak van onze economie met de indrukwekkende effecten op lange termijn, helaas op korte termijn gepaard gaat met oplopende werkloosheid – vrucht van het zondige gedrag in het verleden en het noodzakelijke saneren van vandaag. Zij beseffen niet dat het verdwijnen van kwalitatief hoogwaardige arbeid over de grens door het vernietigen van onze natuurlijke omgeving de grootste dreiging is.

Daarom een concrete suggestie voor het reactiveren van onze economie. Naast ondernemers en werknemers is er nog een groep. Ik noem ze `bovenwerknemers'. Zij vertoeven heimelijk in de officieel inactieve sector, zijn bereid te werken volgens hun eigen werkwijze en tijdschema, beseffen dat zij geen inkomen ontvangen als zij niet werken en aanvaarden geen algemene risico's van het ondernemen. Zij zijn beschikbaar voor werkzaamheden in de zorg, de huishouding en beveiliging. Zij willen werken zonder sociale zekerheid. Premiebetaling en algemene regelgeving kunnen voor deze groep vervallen. Als ook vrijstelling van het betalen van belasting wordt gewaarborgd, blijkt dat velen actief worden. De maatschappelijke voordelen zijn enorm. Zwarte arbeid wordt minder, vrouwen kunnen zonder zorgen deelnemen aan het arbeidsproces, de druk op publieke zorginstellingen wordt minder en de samenleving wordt veiliger. Er is vraag, er is aanbod. Wat houdt ons tegen deze bij elkaar te brengen?

Prof.dr. A. Heertje is emeritus hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.