BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Wie: J.W. Remkes (VVD)

Wat wil hij? Modernisering van het overheidsapparaat en inkrimping van het ambtelijk apparaat. Verbetering van de slagvaardigheid van de politie. Bevordering van de veiligheid.

Hoe? Bestaand beleid beter uitvoeren in plaats van nieuw beleid opstellen. De politie krijgt een sleutelrol bij de uitvoering van het programma `Naar een veiliger samenleving'. Daarvoor wordt een extra bedrag van 22,5 miljoen euro in 2004 vrijgemaakt, oplopend tot structureel 52,5 miljoen in 2007. Tegelijkertijd moet de politie bezuinigen, van bijna 32 miljoen euro in 2004 tot ruim 57 miljoen structureel in 2007.

De politiecapaciteit wordt met 4.000 formatieplaatsen uitgebreid. Vanaf 2006 moet een daling van de criminaliteit met 20 tot 25 procent `in het vizier zijn'. De extra investering in veiligheidsbeleid bedraagt deze kabinetsperiode 1,2 miljard euro. Remkes wil de Politiewet uit 1993 herzien. Korpsbeheerders moeten dan over hoofdpunten van hun beleid verantwoording afleggen aan de minister van Binnenlandse Zaken. Nu doen ze dat aan het regionale college van korpsbeheerders. Regiokorpsen zullen gedwongen worden tot intensieve samenwerking bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.

Ambtenaren hoeven bij de komende CAO-onderhandelingen over 2004 nauwelijks te rekenen op extra salaris; de inzet van Remkes is loonmatiging. De arbeidsvoorwaardenruimte blijft per jaar één procentpunt achter bij de lonen in de marktsector. De inkomens van topambtenaren die meer verdienen dan een minister moeten openbaar worden gemaakt. En Remkes wil eenzelfde registratie invoeren voor topfunctionarissen van semi-overheidsinstellingen.

Verder moet de inzet van externe adviseurs worden beperkt; er moet beter gekeken worden of en waar zij noodzakelijk zijn.

Provincies en gemeenten moeten gezamenlijk zo'n 270 miljoen euro inleveren via kortingen op het gemeente- en provinciefonds. Die bezuinigingen worden `verzacht' door een extra investering van het kabinet van 50 miljoen euro ter bestrijding van extra kosten, zoals die van dualisering van gemeente- en provinciebestuur.