Topconferentie van de WTO: een bijnadoodervaring

De WTO-top in Cancún is mislukt. Antiglobalisten vierden het als een zege, maar onder de vertegenwoordigers van de 148 landen overheerste een gevoel van verslagenheid.

Na vijf lange, zich voortslepende vergaderdagen kwam het einde snel. Om iets voor drie uur gistermiddag sprak ambassadeur Josette Shiner, een van de Amerikaanse onderhandelaars, op een van de twee dagelijkse briefings van haar delegatie nog over de noodzaak van meer `ambitie' bij de onderhandelingen. Er waren, zei ze, veel ,,terreinen van overeenstemming'' tussen de landen, ofschoon je als onderhandelaar bij de WTO-conferentie in Cancún ,,op elk moment een bijnadoodervaring'' kon hebben.

De aanzegger was een paar minuten later haar Keniaanse collega George Odour Ong'wen, die, omstuwd door journalisten en cameramensen, het nieuws bekendmaakte dat de besprekingen waren mislukt. Buiten het gedrang bevestigde een lid van de Nederlandse delegatie even later dit oordeel.

En om tien minuten over drie verspreidden de `antiglobalisten' van Friends of the Earth International in de gangen van het conventiecentrum al een persbericht waarin ze de `ineenstorting' van de ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie toejuichden. `Can't buy the world', zongen de tegenstanders van de WTO op de wijs van de Beatles-song `Can't buy me love'.

Het triomfalisme van de non-gouvernementele organisaties (NGO's) stond in sterk contrast met het gevoel van verslagenheid bij de onderhandelaars van de 148 landen die geen kans hadden gezien de twee jaar geleden in Doha begonnen `ontwikkelingsronde' de benodigde impuls te geven. Er werd vooral gesproken over gemiste kansen. ,,Zowel voor ontwikkelingslanden als voor ontwikkelde landen'', zei de Europese toponderhandelaar, Eurocommissaris Pascal Lamy.

In tegenstelling tot de NGO's, die de verantwoordelijkheid voor het mislukken bij Europa leggen, wilde commissaris Lamy niet het ,,spelletje spelen van de beschuldigingen'', zei hij.

Maar even daarvóór had zijn Amerikaanse collega Robert Zoellick al duidelijk gemaakt dat de geïndustrialiseerde landen wel degelijk de Groep van 21 (onder meer Brazilië, India en China) verantwoordelijk houden voor het echec. ,,Sommige landen moeten besluiten óf hun punt te maken óf vooruitgang te boeken'', zei de Amerikaan.

Het ,,gebrek aan flexibiliteit'' bij de groep was volgens Zoellick nagevolgd door kleinere ontwikkelingslanden. De Amerikanen hadden in de voorafgaande dagen het nodige te stellen gehad met vier West-Afrikaanse landen die veel adhesie oogsten in hun strijd tegen de subsidies voor met name Amerikaanse katoenboeren. ,,Sommige landen dachten dat ze vrijblijvend zaken konden bepleiten'', zei Zoellick. ,,Nu gaan ze met niets naar huis.''

Ofschoon de onvrede van arme en iets minder arme ontwikkelingslanden met de in hun ogen onbuigzame houding van de VS en Europa zich tijdens de conferentie als een veenbrand verspreidde, luidde een bijeenkomst van alle delegatiehoofden op zaterdagavond het definitieve einde van de WTO-ministerstop in. Volgens aanwezigen hekelde de ene na de andere spreker van ontwikkelingslanden de hoge landbouwsubsidies van de twee grote handelsblokken. Een doorn in het oog was ook het hardnekkige vasthouden door de EU aan de vier zogeheten Singapore-onderwerpen, ondanks het manifeste verzet daartegen van een groot aantal andere landen.

De Singapore Issues, zoals ze in WTO-jargon heten, werden uiteindelijk het breekpunt van de conferentie in Mexico, zeven jaar na de eerste ministersbijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Singapore die zijn naam gaf aan deze vier `nieuwe onderwerpen'. Het gaat om regels voor investeringen, voor mededinging, voor het vergemakkelijken van handel (onder meer douaneregels) en voor transparantie bij overheidsaanbestedingen (anticorruptie).

De Europese Unie ging de conferentie in met de stelling dat alleen over de vier tegelijk kon worden onderhandeld. Maar zelfs nadat de EU te elfder ure akkoord was gegaan met een voorstel van de Mexicaanse conferentievoorzitter om slechts over transparantie en vergemakkelijking te spreken, bleven de 148 WTO-lidstaten verdeeld over dit controversiële onderwerp. Geen consensus, dan ook geen slotovereenkomst, oordeelde de Mexicaanse conferentievoorzitter Luís Ernesto Derbez en maakte er een eind aan. Te snel, vonden sommigen, maar de mislukking van de top was een feit.

Ofschoon de geïndustrialiseerde landen van oordeel zijn dat Cancún alleen verliezers heeft opgeleverd, denkt de tot `Groep van 20-plus' uitgegroeide G21 daar heel anders over. Winst voor hen is de betoonde onderlinge eenheid die openlijk werd betwijfeld door de EU en de VS. ,,De scherven zullen worden opgeruimd, de onderhandelingen zullen verdergaan'', zei de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken Celso Amorim die als voorzitter van de groep landen fungeerde. Er was applaus voor de Braziliaan en voor de tot voor kort volslagen onbekende Ecuadoraanse ambassadeur in de VS, Ivonne A-Baki, die aan het einde van een emotioneel betoog (`armoede bestrijden om terrorisme te voorkomen') visitekaartjes aan de pers uitdeelde.

Hoopvol voor de aangeslagen directeur-generaal van de WTO, Supachai Panitchpakdi, moet het zijn geweest dat gisteren, op de NGO's na, niemand de Wereldhandelsorganisatie dood wilde verklaren. Ook de G21 houdt vast aan een op regels gegrondvest, multilateraal handelssysteem als enige reële mogelijkheid voor het bevorderen van handel en economische groei.

Intussen kondigde de Amerikaanse toponderhandelaar Zoellick aan, dat de Verenigde Staten ,,zullen doorgaan met het openen van markten op meerdere fronten''. Daarbij doelde hij op de bilaterale en regionale handelsovereenkomsten die de VS voor een aantal landen in petto hebben. Een daarvan is de beoogde Free Trade Area of the Americas (FTAA), een zone waarin ook een aantal landen van de G21 liggen.