`Spaanse' tranen na Duitse hockeyzege

Duitsland prolongeerde de Europese hockeytitel, ten koste van het Spanje van Maurits Hendriks. Diens vorige werkgever Nederland werd vierde.

Topscorer Santi Freixa was in tranen en ook de Spaanse bondscoach stond het huilen nader dan het lachen. Maurits Hendriks beleefde zaterdag op de Montjuïch een wrang déjà-vu. Net als vier jaar geleden moest de hockeycoach, toen nog in dienst van Nederland, door het stof voor de ploeg die voor de derde keer op rij Europees kampioen werd na het nemen van strafballen: Duitsland. ,,Terwijl we ze kapotgespeeld hebben'', treurde Hendriks.

Spanje begon zaterdag furieus, zette de titelverdediger het mes op de keel, maar verzuimde voor eigen publiek het doodvonnis te voltrekken. Niet in de reguliere speeltijd, niet in de verlenging, waarna net als bij de twee voorgaande edities van het EK strafballen uitkomst moesten bieden. Uitgerekend de later tot speler van het toernooi uitgeroepen Freixa groeide in de loterij vanaf 6 meter 40 uit tot de schlemiel van de avond. De 20-jarige spits zag in de sudden death-serie zijn inzet gekeerd worden door Duitslands reserve-doelman, specialist Christian Schulte.

Het onbevredigende slotakkoord verleidde Marc Lammers, de Nederlandse vrouwenbondscoach en aandachtig toeschouwer in het Pau Negre-stadion, tot de conclusie dat ,,hockey moet kiezen voor het Australische systeem'': eindigt een wedstrijd onbeslist, dan volgt een verlenging van 7,5 minuut waarbij beide teams twee spelers inleveren. Levert het negen-tegen-negen ook geen beslissing op, dan wordt het zeven-tegen-zeven, net zolang totdat de golden goal valt. Lammers: ,,Spanning en spektakel door een zee aan ruimte.''

Spanning en spektakel waren zaterdag de voornaamste ingrediënten van een duel, dat een week eerder in de voorronde in een benauwde zege (3-2) voor Duitsland was geëindigd. Wie het hogeschoolhockey van Spanje en de wereldkampioen aanschouwde, besefte dat het tobbende Nederland niets in de finale te zoeken had.

Bernhard Peters had het graag anders gezien. De Duitse bondscoach had nog een rekening openstaan bij zijn Nederlandse collega Joost Bellaart, die hem in Amstelveen met de nek aankeek omdat Peters een B-ploeg naar de Champions Trophy had gestuurd. Maar een lange neus trekken door Nederland in een rechtstreeks duel te verslaan, bleek de strateeg niet gegund. In plaats daarvan kwam hij met de schrik vrij tegen Spanje. ,,Jullie waren beter'', complimenteerde de Teamchef collega Hendriks na het winnen van Duitslands zesde Europese titel.

Peters' woorden konden de teleurstelling niet wegspoelen bij de tweedejaars bondscoach. ,,Wij komen van ver, maar deze ploeg is tot veel in staat. Dat wist ik al, en dat hebben we vandaag bewezen. Verrast ben ik alleen door de snelheid waarmee we zijn gegroeid.''

Spanje stond tot voor kort te boek als een balvaardig maar grillig elftal, dat snel het hoofd verloor. Bij het WK van vorig jaar beleefde de ploeg een droomstart in de `poule des doods'. Maar na de remise tegen Nederland verging het Spanje van kwaad tot erger. Een elfde plaats was het gevolg voor de vice-wereldkampioen ('98).

Hendriks (42) kon dan ook als puinruimer aan de slag, toen hij na het WK bondscoach werd. Geholpen door zijn enorme taalgevoel hij sprak na een halfjaar vloeiend Spaans hield de oud-bondscoach van Nederland grote schoonmaak. Hij ging het gevecht aan met de gevestigde orde. De uitgebluste sterspeler Xavier Arnau kon inrukken en spits Juan Escarré (34) schoolde hij om tot middenvelder.

Een bevestiging van de juistheid van zijn aanpak kreeg Hendriks deze zomer met de zege in de Champions Challenge, de Champions Trophy voor B-landen. Bij het EK trok hij de stijgende lijn door. Met vertrouwen kijkt Spanje uit naar het olympisch kwalificatietoernooi volgend jaar in Madrid, waar het niet beducht zal zijn voor Nederland. De olympisch kampioen groeide uit tot het lachertje van het toernooi door zelfs de troostfinale te verliezen. Engeland zegevierde na strafballen, nadat beide ploegen ook na verlenging op 1-1 waren blijven steken.

Een vierde plaats betekende voor Nederland een historisch dieptepunt: in de acht voorgaande edities belandde de nationale ploeg op het podium. Bellaart had zich de afgelopen weken zo vastgebeten in de illusie dat zijn ploeg titelkandidaat nummer één was, dat hij alle uitvluchten voor zichzelf had afgegrendeld. Maar zaterdag zei hij: ,,Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Ik ben verantwoordelijk.''

Toch viel niet aan de indruk te ontkomen dat zijn selectie het EK te lichtzinnig had opgevat na het winnen van de Champions Trophy, drie weken geleden. Na het verlies in het groepsduel tegen Engeland sloeg de twijfel toe. ,,Dan ga je nadenken, en dat is het slechtste wat een sportman kan doen'', wist aanvoerder Jeroen Delmee.